Je wordt wakker. Terwijl je je ogen opent, rol je op je zij. Een blik op de wekker verraadt de tijd. Kwart voor negen. Je luistert. Zachtjes tikt de regen tegen het raam. Kutweer. Je twijfelt. Blijven liggen of eruit? Maar voor je een besluit hebt kunnen nemen, heeft je lichaam het dekbed al van zich afgeschud. Eruit dus. Langzaam kom je overeind. Vroeger ging het sneller. Toen sprong je nog kwiek je bed uit, om vervolgens in snelwandeltempo je tas te pakken. Tegenwoordig doet het pijn, overeind komen. Je voelt het in je rug en in je knieën. Wederom twijfel je. Waarom doe ik het mezelf keer op keer aan? denk je. En terwijl je de slaapkamer uitloopt, kijk je nog eens achterom. Naar je bed. Die lege plek daar, daar had ik nog kunnen liggen. Maar nee, er moet gevoetbald worden.

Ontbijten. Krantje erbij. Uiteraard de krant van gisteren die je al een paar keer hebt doorgelezen. Zelfde nieuws, zelfde krant, maar een andere dag. Televisiekijken dan maar. Dat is een uitdaging op de zondagochtend om een uur of negen. Want naast het enthousiaste gebrul van de mannen van VisTV, is er op dat tijdstip weinig leven in de brouwerij. Terwijl je het ontbijt achter de kiezen hebt, twijfel je weer. Waarom doe ik het mezelf keer op keer aan? denk je nog eens.


Je pakt je voetbaltas. Voetbalkleding, schoon ondergoed, shampoo en uiteraard de zwartleren voetbalschoenen. De schoenen representeren het lichaam van haar bezitter. Versleten maar taai. Nog iets vergeten? O ja, een portemonnee. Wie zijn portemonnee vergeet is de klos. Want zonder geld, geen bier. En de gebruikelijke pilsjes na afloop zijn nog een lichtpuntje op de zondag.

Als alles is ingepakt, klauter je op je fiets. Vroeger sprong je er in een soepele beweging op, maar tegenwoordig hoor je een licht gekreun als je op de fiets stapt. Je fietst de schuur uit en de regen in. Gadver, wat een pokkenweer. Het regent niet hard, maar wel hard genoeg om je spijkerbroek doorweekt te krijgen. Hard fietsen dan maar. Althans, hard. Relatief hard. Hard voor een man die aan het eind van zijn voetbalcarrière zit. En even tussen u en mij, dat is niet hard.

Je nadert het voetbalveld. Nog eens schiet de vraag door je hoofd: waarom? Het is nu te laat om daar over na te denken. Je bent er al. Je parkeert je fiets in het daarvoor bestemde rek en loopt richting kleedkamer. Eenmaal binnen zit een groot gedeelte van het team er al. Je kijkt om je heen. Je ziet oude mannen, vergane glorie. Ooit waren het voetballertjes die razendsnel over de grasmat raasden, dolenthousiast als ze een bal hadden aangeraakt. Nu zijn het mannen die zo graag die tijd willen herbeleven, dat ze daarvoor om kwart voor negen uit hun bed kruipen.

Het is vrij stil in de kleedkamer. Af en toe snuift iemand en her en der maken spelers een praatje. Nogmaals kijk je om je heen. Je vraagt je opeens hardop af tegen wie je speelt. “Helpman”, bromt iemand. Verdomme, de koploper. Allemaal jonge gasten van eind twintig, begin dertig. Daar zit je niet op te wachten. En je rug al helemaal niet. Iemand loopt plots de kleedkamer uit en de rest volgt. Richting veld drie. Bij de eerste stap op het sompige veld, lopen je schoenen al vol water. Versleten schoenen van een versleten voetballer. Het regent nog steeds. Niet hard, wel hard genoeg om doorweekt te raken. Net als zojuist. Terwijl je je positie op het veld alvast inneemt, gaat er een balletje rond. Iedereen raakt hem eventjes aan. Ook jij. Meteen voel je het in je knieën en dan zie je Helpman het veld opkomen. Je ziet de bui nu letterlijk hangen.

Afgelopen. 1-8. Je bent dan wel doorweekt, maar door Helpman ben je afgedroogd. Richting de kleedkamer is het stil. In de kleedkamer ook. En dan gaat het los. Het gezeur op elkaar. Het zeiken op de kwaliteiten van een ander. Lachen om elkaars fouten en bovenal om je eigen. Je hebt zojuist 1-8 verloren, maar door de sfeer in de kleedkamer zou je denken dat jullie net de Champions League hebben gewonnen. Meteen na het douchen duik je de kantine in. Biertje drinken. Onder het genot van een pilsje, wordt er gelachen. Er wordt niet nagedacht over morgen. Over het werk. Over het gezin. Er wordt zelfs niet nagedacht over de pijn die je keer op keer overhoudt aan het voetballen. En dan bedenk je je opeens: hiervoor doe ik het dus. Voor het gezeur, de gezelligheid en de biertjes. Je geniet.

Mathijs Renkema