19 mei 2013. “Go Ahead Eagles laat zwak VVV degraderen”, lees ik op mijn telefoon. Mijn club, VVV-Venlo, heeft onthutsend slecht gespeeld in de nacompetitie en degradeert terecht naar de eerste divisie. Ik kan me weinig herinneren van die wedstrijd of van de nasleep, maar één ding is wel blijven hangen: het verdriet van degradatie.

De meeste eredivisieclubs zullen waarschijnlijk nooit een degradatie meemaken. De traditionele top 3 gaat voor de landstitel, voor andere clubs is het behalen van Europees voetbal de doelstelling. Sommige clubs strijden om vooral niet laatste te worden in de eerste divisie en degradatie naar de tweede divisie af te wenden. Maar supporters van zo’n twaalf Nederlandse clubs razen voortdurend in een achtbaan van emoties. Van degradatie naar promotie en van promotie naar degradatie.


Twee jaar geleden was ik bij de finale van de nacompetitie tussen De Graafschap en Go Ahead Eagles. De hoog oplopende emoties op het veld en de tribune kon ik goed begrijpen. Het verdriet raakte me, ik had het zelf ook meegemaakt in Venlo. Degradaties zijn hartverscheurend. Het laat een diep trauma achter bij supporters, alsof een mes door je ziel snijdt. Vooral als het gebeurt in de loterij van de nacompetitie. De emoties van promotie, handhaving en degradatie vergen enorm veel energie van je.

Misschien denk je: wat ouwehoert die gast nu? VVV is net gepromoveerd naar de eredivisie. Dat klopt, maar na die promotie was het geen pretje om weer terug te moeten naar de Jupiler League.

Persoonlijk vind ik de eerste divisie prachtig. Er is niets mooiers om een awayday naar Emmen mee te maken en je net over de grens in Meppen vol te stoppen met schnitzels die nergens naar smaken, of een visje te eten in Haarlem als je onderweg bent naar Telstar.

Maar het niveau op het veld is veel minder dan in de eredivisie. Bij iedere mispeer gaan je tenen krom staan. Als je degradeert uit de eredivisie, is er niemand die miljoenen spendeert, zodat je het seizoen erop weer terug kan keren. Recente degradanten als NAC, De Graafschap, FC Dordrecht, RKC en SC Cambuur hebben het erg zwaar of zwaar gehad. En NEC en Go Ahead Eagles, die nu weer afgezakt zijn naar het tweede niveau, zullen het ook weer heel moeilijk krijgen.

In mijn beleving is promoveren het mooiste dat er is. Ik kan niet meepraten over het veroveren van ticket voor Europees voetbal, het winnen van de KNVB Beker in De Kuip of het behalen van de landstitel. Dat is mijn plek ook niet. Mijn plek is bij een club als VVV. Een club die soms promoveert naar de hoogste voetbalklasse, maar ook weet dat een snelle degradatie tot de mogelijkheden behoort. Zowel op als naast het veld zijn we niet altijd positief, vooral als het niet lukt om meteen weer te promoveren.

Maar wanneer het na een aantal jaren – in ons geval na vier jaar – toch lukt, is het feest groter. De nare smaak van degradatie wordt niet alleen weggespoeld, maar maakt ook plaats voor uitzinnige vreugde. Je mag je meten met de beste clubs van Nederland en bewijzen dat je op het hoogste niveau thuishoort. Je speelt eindelijk weer die derby of je verlaat juist je streekgenoten omdat je beter bent. Je bent trots op je club, de spelers, de technische staf, de supporters en je stad. Je staat met tranen in je ogen te kijken naar het tafereel dat voetbal heet, maar dan van geluk.

Een supporter als ik ervaart een voetbalseizoen met veel emotie. De opperste staat van euforie bij een promotie en de diepe rouw na een degradatie. Zo is het leven van een supporter van een club die regelmatig verwisselt van divisie. Ondanks dat komend seizoen misschien een jaartje in de eredivisie kan worden zoals het RBC van Robert Maaskant ooit beleefde, zou ik het voor geen goud willen missen. En om eerlijk te zijn: het is ergens ook wel heerlijk om alles zo intens en emotioneel te beleven.

Marc Lamberts
Staantribune-lezer