Voel je je als supporter nog thuis in een voetbalstadion? De vraag stellen is hem beantwoorden. Veel stadions hebben lachwekkende sponsornamen gekregen. In Zwolle speelt PEC in het zogeheten MAC3PARK-stadion. In Arnhem zitten we al bijna twintig jaar in GelreDome, een overdekte evenementenhal waar Vitesse huurder is en je als klant op de sfeerloze promenade voor de prijs van een sixpack een evenementenpilsje kan kopen. De club doet haar best om GelreDome aan te kleden als Vitesse-stadion, maar in Arnhem voelen we onszelf bij thuiswedstrijden toch echt te gast. Gelukkig is er een supportershome, de plek waar ‘we’ zelf de baas zijn.
 
Voor mij begon het op 24 december 2006, na de wedstrijd Vitesse – Ajax. Vitesse kwam die vroege middag met 0-2 achter, maar won, onder de bezielende leiding van trainer Aad de Mos, nog met 4-2. ‘Kom, we gaan naar het supportershome,’ zei mijn pa na die wonderbaarlijke zege. Het supportershome was een houten keet op het parkeertrein van GelreDome. Bij de ingang stonden twee enorme mannen met paardenstaarten in bomberjacks, waardoor het home wat weg had van een Hells Angels-clubhuis. Nooit overwogen we naar binnen te gaan, vermoedelijk vanwege die dreigende uitstraling, want die bewaking was er vast niet voor niets. Maar na die legendarische overwinning moesten we wel: de euforie dreef ons naar binnen, bovendien zou de voltallige selectie langskomen.

Van Gerard Kroese, uitbater van ’t Moortgat (het gezelligste café van Arnhem), leerde ik dat knus en kneuterig (“Mensen moeten dicht op elkaar zitten, een donker hol mot je hebben”) het recept is voor gezelligheid. Dat verklaarde waarom het supportershome zo leuk was. Donker en druk was het op die bewuste 24 december. Het bier bleek meer dan de helft goedkoper dan in Gelredome, je kon er zelfs aan broodjes bal komen én proosten met Theo Janssen en Aad de Mos, wiens rode neus roder en roder werd. Later zei Aad over die dag: “De half één wedstrijd is fantastisch. Normaal heb je maar een paar uurtjes om een grote zege te vieren, nu had je nog een hele dag!” Ik hoorde Aad die middag mooie dingen beloven: “Dit heb ik ook meegemaakt bij Mechelen, deze teamgeest. Dit is het begin van iets….”
 
Het bleek zeker het begin van iets. Niet van de sportieve revival van Vitesse of Aad de Mos, wel werd het supportershome vaste prik voor mijn pa, broertje en ik. Het home groeide uit tot een vast onderdeel van ons leven, een geelzwarte stamkroeg waar je voor- en napraatte. Na de wedstrijd kwam de Man of the Match langs en werd geïnterviewd, wat neerkwam op met zijn allen respectvol luisteren naar woorden waar niemand wat van begreep. Dat lag niet aan een dubbele tong of slecht Engels van de Man of the Match of de interviewer, wel aan een vooroorlogse geluidsinstallatie.

Een collega-supporter verwoordde de aantrekkingskracht van het supportershome ooit treffend. “Na de overgang naar GelreDome ging er iets verloren. Iedereen kreeg vaste plaatsen. Op Monnikenhuize liep je op de staantribunes vrij rond. Zo trof je je vrienden, sprak je iedereen. In GelreDome was dat over. Ik verloor mensen uit het oog, mensen die ik pas jaren later weer zag toen het supportershome werd neergezet. Hier ontmoet ik al mijn vrienden, krijg ik wel dat Monnikenhuize- en Vitessegevoel.” De naam van het supportershome – Monnikenhuize – was daarom treffend gekozen.
 
Een supporter die geen geld had voor een seizoenkaart kwam niet meer in het stadion, maar na thuiswedstrijden wel gewoon naar het supportershome. “Zo heb ik toch het gevoel dat ik er bij ben”, zei hij. “Voor mij is het supportershome meer Vitesse dan het GelreDome, snappie?” Mijn broertje baalde soms tijdens het indrinken dat de wedstrijd zo ging beginnen (“Dat bederft de sfeer”), maar ook een beetje van overwinningen, “want dan is er door de drukte geen doorkomen aan bij de bar. Bij verlies heb je zo je treetje binnen.” De enige die niet blij was met het supportershome was mijn moeder, want mijn pa was er een meester in om de derde helft steeds te verlengen en “nog een laatste” te bestellen, terwijl moeders sms’te dat ze de zondagse piepers nu echt moest afgieten.
 
Drie jaar geleden werd ons krot, ons donkere hol, vanwege een verlopen vergunning met de grond gelijk gemaakt. Een zomer lang werd er in rap tempo een spiksplinternieuw supportershome gebouwd. Cadeautje van de Russische eigenaar. Sommige supporters noemden het omkoping en het nieuwe home neerbuigend Klein GelreDome, want net als met de verhuizing van Nieuw-Monnikenhuize naar GelreDome ging er volgens hen weer veel warmte verloren. Dat is niet mijn mening. Ik mis het donkere hol, maar het nieuwe supportershome is niet te groot. Sterker: omdat je nu naar binnen kunt kijken en de paardenstaarten met bomberjacks weg zijn, is de toegankelijkheid gegroeid.

Een supportershome is een soort mancave. De mancave is de enige plek waar de man de man kan zijn in een door de vrouw toegeëigend huis (hoewel je kunt zeggen: hoe mannelijk ben je als je wordt verbannen door je vrouw en je jezelf thuis ‘uit’ voelt?). Het supportershome is de plek waar de supporter echt supporter kan zijn, in een tijd dat stadions steeds meer marketinginstrumenten, zakenpaleizen en omzetmachines zijn.

Leve het betaalbare bier, leve het supportershome!