Twee jaar geleden, toen de Leeuwinnen het EK in eigen land wonnen en er een bepaalde wind door het land waaide, irriteerde ik me aan mannen die met die wind mee waaiden en openlijk om waren. Die mannen keken naar de Oranje dames en riepen, terwijl ze je een aanmoedigende por in de zij gaven: “Er wordt best leuk gevoetbald! Geef het eens een kans, doe niet zo kinderachtig!”

Wat ik toen – heel kort – zag kon me niet echt bekoren. Niet voldoende in ieder geval. Kijken naar vrouwenvoetbal voelde als ontwikkelingswerk en daar had ik geen zin in. Wedstrijden van mijn eigen club (Vitesse) van begin tot eind aanzien was al geen pretje. Bovendien: ik keek al te veel voetbal. Als ik die zomer ergens geen behoefte aan had, was het voetbal. Ik was mijn tank aan het opladen voor een nieuw seizoen.

Bovenstaande mannen, ambassadeurs van de Leeuwinnen, wantrouwde ik. Ik dacht: die gasten kijken niet vanwege de kwaliteit van het voetbal. Dus hebben ze een verborgen agenda. Ze kijken om een punt te maken. Wij juichen het vrouwenvoetbal toe. Cruciaal is natuurlijk dat het gezien wordt dat ze kijken, in het echt of op social media (fotootje van een televisiescherm met duidelijk herkenbaar een Leeuwin in actie). Een punt maken is dan als snel punten scoren. Mannen die weten dat er vrouwen zijn die naar hen wijzen en fluisteren: zeg, wat een leuke, ruimdenkende mannen zijn dat. Het waren ook van die vooroplopers. In marketingtermen: early adapters. Zelf behoor ik mijn hele leven al tot de late majority (dat verklaart een hoop).

Een paar jaar geleden vertoonde het opgelaaide debat over vrouwenvoetbal paralellen met de Sinterklaasdiscussie. Vrouwenvoetbal raakte besmet met een politieke lading. De voorstanders van vrouwenvoetbal leken op de tegenstanders van Zwarte Piet (die stelden: wie voor Zwarte Piet is, is een racist). Nu was ik natuurlijk geen tegenstander van vrouwenvoetbal, ik keek het alleen niet. Dat maakte me niet vrouwonvriendelijk, vond ik.

Dat gevoel van twee jaar geleden kwam afgelopen maand opnieuw boven. Weer waaide er een stevige revolutionaire bries door Nederland, alsof het werd aangewakkerd door een krachtige, propaganda producerende windmachine. Tot mijn verbazing zond de NOS alle wedstrijden live uit. Natuurlijk was ik vrij om niet te kijken, maar ik had het idee dat er iets door mijn strot geduwd werd, van bovenaf opgelegd. Zowel de media als het bedrijfsleven schaarden zich eensgezind achter dit WK. Ik dacht: imagobuilding, pure angst om vrouwonvriendelijk bevonden te worden. En ik wist: angst is een slechte raadgever.

Ondertussen werd ik moe van de talloze Volkskrant-stukken over vrouwenvoetbal van Willem Vissers, meer activist dan journalist. Ome Willem is in de Volkskrant verworden tot een missionaris. Vissers beschrijft niet, hij agendeert. Een optie voor Vissers: stoppen bij de Volkskrant en de nieuwe Kees Jansma worden. Perschef van het Nederlands vrouwenelftal.

Toch is mijn gevoel, mede door het succes, omgeslagen. Niet dat ik voor dit WK ben gaan zitten, hier en daar heb ik wat gezien. Het niveau bekoort me nog steeds niet, de beleving en het enthousiasme van zowel speelsters als publiek vergoeden veel. Ik sta niet op bank te juichen. Vrouwenvoetbal doet ongeveer hetzelfde met me als een Radler 2.0. Een niet onaangenaam, mild effect. Niet met echt bier te vergelijken.

De NOS heeft gepokerd, is all in gegaan. Wat als Nederland in de groepsfase was gestrand? De NOS heeft gewonnen. Het vrouwenvoetbal heeft glansrijk gezegevierd. Natuurlijk zijn er kleine kanttekeningen. Leuk dat wij de Leeuwin niet in haar hempje laten staan, maar Nederland loopt wel weer erg (ver) voorop. Wereldkampioen gek doen en de boel oranje kleuren. Toch is vrouwenvoetbal niet het nieuwe schaatsen.

Zelf heb ik mijn oogkleppen afgedaan en goed gekeken. Niet naar het voetbal, wel naar wat het losmaakt. Dit heb ik geleerd: het draait helemaal niet om mij. Het doet er niet toe of conservatieve mannen zoals ik vrouwenvoetbal omarmen. Of ik nu wel of niet kijk, het maakt niet uit. Mijn steun is niet nodig, er zijn al zieltjes genoeg gewonnen.

Het bewijs dat vrouwenvoetbal vertrokken is: dat de FIFA dit toernooi omarmt. Eerst dacht ik: de FIFA misbruikt dit WK om haar smerige imago (Qatar) op te poetsen. Maar dan ga je denken: zoveel waarde hecht de FIFA niet aan haar imago. De FIFA geeft om poen en beseft: het vrouwenvoetbal is een nieuwe markt met groeipotentie. Dit WK is een investering die terugverdiend wordt of gaat worden. Zo denken de media en de bedrijven ook. Geld liegt niet.

In Nederland is er een kleine afname van voetballende jongens en mannen. Wat groeit, exponentieel, zijn meisjes en vrouwen die voetballen. Die groei neemt na dit WK alleen maar toe. Grote kans dat Andere Tijden Sport in 2049 terugkijkt op dit WK als het toernooi waar het allemaal echt begon. Ik kan slechts in het verleden kijken, maar vrouwenvoetbal heeft een mooie toekomst. Het vrouwenvoetbal is gelanceerd, het hoogtepunt is nog lang niet bereikt. Wie weet sta ik over vier jaar ook wel ergens te kijken. Samen met de anderen van de late majority zorgen we er dan voor dat er genoeg kijkers zijn om grote schermen op pleinen in stadscentra neer te zetten. Dat gaat natuurlijk vanzelf als jongens en mannen weten dat die pleinen vol met meiden staan. Zet een bord met ‘Ladies Night’ voor je kroeg en voor je het weet staat het binnen stampvol. Hup, Holland, Hup. Laat de Leeuwin niet in haar hempje staan!

Beeld: Pro Shots/Action Images