Emotioneel afscheid

In 1995 is de bekerfinale tussen Feyenoord en FC Volendam precies 83 minuten oud, wanneer er in de Kuip een oorverdovend gejuich opstijgt. De fans breken de tent af, alsof de cup al binnen is. Wanneer je naar het veld kijkt zie je eigenlijk niks bijzonders. Een speler loopt zich vast, er wordt een veilige ingooi genomen, een diepe bal komt bij lange na niet aan. Dat werk. Wel is József Kiprich aan zijn warming-up begonnen.

‘Jóóózsef, Jóóózsef!’ Geen naam zal vaker in een stadion zijn gescandeerd dan die van de Tovenaar van Tatabánya. Het Legioen laat geen mogelijkheid onbenut hun held te eren. Hun held, die vandaag na zes turbulente seizoenen afscheid neemt. ‘Jóóózsef!’ Het gezang heeft een hoog eerbiedwaardig, maar ook melancholisch gehalte. Emoties dringen om voorrang. De supporters zijn dankbaar, maar tegelijkertijd verdrietig om het naderende afscheid dat de laatste tijd onontkoombare vormen aannam. De club – hun club – heeft hem niet meer nodig. Maar of de fans al zover zijn…

‘Jóóózsef, Jóóózsef!’ Terwijl Kiprich wat rekt en strekt klinkt zijn naam non- stop uit duizenden kelen. Voorafgaand aan deze finale zijn er aan alle supporters kleine vlaggetjes uitgedeeld. Op de lettergrepen van zijn naam bewegen deze vlaggetjes van achteren en naar voren. Tienduizenden tegelijk. Eigenlijk vragen de fans daarmee smekend aan trainer Willem van Hanegem, om Kiprich nog een paar minuten speeltijd te gunnen. En mocht de trainer deze boodschap op een Oost-Indische manier niet horen, dan ziet hij hem wel.

Tien volle minuten loopt Kiprich langs de zijlijn, al is hij drukker met het zwaaien naar de fans dan met het opwarmen van zijn steeds strammer wordende lijf. Onderwijl wachtend op een seintje van de trainer. Van Hanegem kennende zal dat subtiel zijn. Een klein handgebaartje, misschien zelfs alleen een knikje. In blessuretijd gaan alsnog de verlossende bordjes de lucht in. Van Hanegem laat publiek en speler afscheid van elkaar nemen op de enige passende manier. Als actief voetballer.

Aan de rand van het veld staat Kiprich klaar om de laatste regels van zijn Feyenoordboek te schrijven. Zover de kelen nog niet schor zijn wordt Kiprich op de klanken van zijn voornaam naar het veld gedragen. De Hongaar speelt uiteindelijk de extra tijd vol. Hij raakt een keer de bal, voor de aanwezigen ruim voldoende hem uit te roepen tot ‘man van de wedstrijd’. Een handvol minuten markeren het einde van een legende en een tijdperk.

Een tijdperk dat begon toen Kiprich voor het eerst de stadionpoort binnenwandelde in een periode dat Feyenoord zowel sportief als financieel aan de rand van de afgrond stond. Niemand die toen kon vermoeden dat een van de meest legendarische Feyenoordspitsen was gearriveerd. Laat staan eentje met de populariteit van een popster, terwijl hij in niets aan een popster doet denken.

Na het laatste fluitsignaal gaat alle aandacht automatisch uit naar de Hongaar. Niet omdat hij erom vraagt, het gebeurt gewoon. Mike Obiku is dit toernooi de grote man, maar het is Kiprich die op de schouders gaat. Het is een spontane actie van zijn medespelers, die aanvoelen dat een icoon bezig is aan zijn weg naar de uitgang. Dat is even belangrijker dan die zilveren beker die verderop stilletjes op een tafeltje staat te wachten. De zoveelste prijs in de inmiddels overvolle prijzenkast van de Hongaar. Hoog boven zijn medespelers uitstekend, zien de supporters Kiprich voor het laatst in het klassieke rood-witte shirt. Zijn dienstverband mag dan aflopen, hij zal voor altijd in de harten van de Feyenoord-familie zitten. Overvallen door zoveel warmte, laat Kiprich zijn tranen de vrije loop. Op de tribune is jong en oud al even emotioneel. Van de stoere jongens van de staantribune tot aan het pluche van het ereterras. Er is niemand die geen brok in zijn keel heeft.

Er is een moment geweest dat het Legioen besloot Kiprich in zijn hart te sluiten, maar niemand kan precies zeggen wanneer dat gebeurde. Het is geleidelijk gegaan. Zo gegroeid. En dat het is gebeurd is eigenlijk ook een wonder. Zijn start was namelijk helemaal niet zo gelukkig. Kiprich kreeg veel voor zijn kiezen. Feyenoord lag in puin en het lukte hem maar zelden boven de treurnis uit te stijgen. Net als de club ging hij eerst door diepe dalen, voordat de hoge pieken opdoemden. Kiprich heeft ze allemaal gekend. En overwonnen.

Meerdere keren probeerde de club van hem af te komen, maar de Hongaar rechtte zijn rug zoals Rotterdammers dat doen. Maar wel op zijn eigen manier. Niet met een kick-start, maar eerder als diesel. Eenmaal op gang verzamelde Kiprich een karrenvracht aan prijzen, met als absolute hoogtepunt zijn heldenrol tijdens het kampioenschap in 1993. Zittend op de schouders van Orlando Trustfull komt dat allemaal naar boven. De man die als mens en voetballer opgroeide in Tatabánya, beseft in Rotterdam een droom te hebben geleefd. Beter dan dit wordt het waarschijnlijk niet meer. 

Eenmaal weer met beide benen op de grasmat, loopt Kiprich met een door emoties rood aangelopen gezicht langs de tribunes. Inmiddels met een lamme arm van het zwaaien. De bekeruitreiking wordt nog een paar minuten uitgesteld. De aannemer heeft wat meer tijd nodig om het podium op te bouwen en zal dat ongetwijfeld extra in rekening brengen. De vertraging is echter geen straf. Publiek en speler zijn nog niet zover. ‘József bedankt!’ zingt het Legioen hem minutenlang toe.

Wat als finale begon, eindigt als afscheidswedstrijd van een doodnormale en daardoor immer geliefde Hongaar. Dat Kiprich kon uitgroeien tot misschien wel de meest populaire speler uit de clubgeschiedenis, kan niet los worden gezien van zijn karakter. De manier waarop hij in het leven staat. Zijn waarden en normen. De weg naar zijn status als volksidool begint dan ook bij zijn roots. Zijn geboortegrond. Zijn Tatabánya

Dit artikel is een voorpublicatie uit het boek ‘József Kiprich, de Tovenaar van Tatabánya’ van Berne van Leeuwen. Verkrijgbaar online en in de boekhandel.

Foto header: Pro Shots/Stanley Gontha