Voor de nieuwe Staantribune, te koop op meer dan duizend verkooppunten, sprak redacteur Luc Wierts met John Linford. Een voorproefje:

Op de website van het Fortuna Supporterscollectief heeft John Linford onder de clubhoogtepunten gewoon zijn eigen hoofdstuk. Naast ‘de vedettentijd van Fortuna ‘54’ (met Willy Dullens, Frans de Munck en Faas Wilkes), de bekerfinale tegen Feyenoord in 1984 en het daaropvolgende avontuur in de Europa Cup II, staat er “de komst van de legendarische spits John Linford”. Nog altijd wordt de Engelse rauwdouwer op handen gedragen in Sittard en die liefde blijkt wederzijds.

John Linford kwam in 1985 bij Fortuna Sittard. De voetballer uit Norwich kwam van NAC Breda, dat degradatie niet had weten te ontlopen. Linford, die was verhuurd door Ipswich Town, op dat moment een topclub in Engeland, had het jaar daarvoor als huurling naam gemaakt bij FC Den Haag, na DS ‘79 zijn tweede club in Nederland. Daar had hij de Haagse supporters twintig doelpunten in de eerste divisie beloofd en met een hattrick op de laatste speeldag had hij woord gehouden.

In Sittard kwam hij terecht bij een club die net haar allereerste Europese avontuur achter de rug had en in de kwartfinale van de Europa Cup II was uitgeschakeld door het grote Everton. Linford viel op met zijn woeste, blonde lange haar, zijn vechtersmentaliteit in het strafschopgebied en zijn doelpunten. Een cultheld was geboren in Sittard.

“Ik weet niet precies waarom ik die status heb gekregen”, zegt Linford vanuit Norwich. “Het begint met het maken van doelpunten, anders zou dat zeker niet zijn gebeurd. Maar het zal zeker ook met mijn levensstijl naast het veld te maken hebben, het bezoeken van een kroeg en het drinken van een biertje.” Linford maakte in de late uurtjes naam in de kroegen aan de markt in Sittard, vooral in café Schtad Zitterd.

De mythe dat Linford in de kroeg zeker zo succesvol was als tussen de lijnen, die laat hij liever intact. “In Engeland zeggen we ‘de waarheid moet een goed verhaal niet in de weg staan’. Het hoort allemaal bij het verhaal. Maar het was heel normaal bij ons, om even stoom af te blazen na afloop. Ik was gek op een biertje na de wedstrijd. Dat deed ik altijd. Maar de avond voor de wedstrijd? Nee, dat deed ik niet, nou ja, misschien af en toe. In Geleen was er een leuke plek om op donderdagavond heen te gaan. Als we op zaterdag speelden, nee, dan ging ik niet weg op vrijdag, op donderdag waarschijnlijk wel. Als we een trainingskamp hadden, dan gingen we een avond flink op stap. Als je de volgende morgen maar op tijd op het veld stond, dan was dat geen probleem. En dan was ik er ook altijd. Ja, dat hoort er wel bij.”

Lees het hele artikel in Staantribune #19. Hier een voorproefje in elf seconden:

In deze editie een speciaal ‘Dossier Fortuna Sittard’, vanwege het vijftigjarig bestaan van de Limburgers. Naast het interview met Linford, onder meer een fotoverhaal over De Baandert en een uitgebreid artikel van redacteur én Fortuna-supporter Martijn Schwillens over de terugkeer naar de eredivisie en de lange weg daarnaartoe.

Ook brengen we in dit magazine onder meer een eerbetoon aan het Stripfigurenelftal van Feyenoord, dat met markante figuren als József Kiprich, John de Wolf en Ed de Goeij 25 jaar geleden landskampioen werd. Daarnaast schreef Menno Pot een indrukwekkend verhaal over Abdelhak Nouri, een jaar na het drama.

Verder onder meer:

  • Fotoreportage laatste thuiswedstrijd Ludo Coeckstadion (Berchem Sport)
  • De derby van Kosovo
  • Interview met Sjaak Polak
  • De kabouterverzamelaar
  • Achtergrondverhaal Deportivo La Coruña
  • De stand van zaken rondom uitsupporters/uitwedstrijden

Met uniek fotomateriaal van onder meer Marco Magielse en Stuart Roy Clarke. De schitterende Fortuna-cover met het iconische LU-shirt is ontworpen door onze illustrator Emilio Sansolini, die ook de fraaie achterzijde van het magazine maakte.

Uitgelichte afbeelding: Pro Shots/Henk Korzelius