De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Raoul de Graaf (FC Roelie).

Mijn ouders hielden niet van voetbal. Mijn zusje ook niet. Voetbal betekende voor hen op woensdag vroeg eten, op zaterdagochtend vroeg langs de lijn staan en op zondagavond om 19.00 uur de afstandsbediening een uurtje kwijt zijn. Het gebrek aan voetbalcultuur tijdens mijn opvoeding zie ik als de reden dat ik de eerste afbeelding van een voetballer pas boven mijn bed heb gehangen toen ik 21 was. Die voetballer is Javier Zanetti.

De keuze van een kind voor een favoriete voetbalclub wordt volgens mij erg beïnvloed door je omgeving. De keeper uit de D3 van HSV Zuidvogels, waar ik onderdeel van uitmaakte tijdens de periode van dit verhaal, was voor Utrecht omdat zijn vader voor Utrecht was, wat andere jochies waren voor Ajax en een enkeling voor Feyenoord. Mijn voorkeur ging ook uit naar Ajax. Ik gebruik hierbij expres het woord ‘voorkeur’ aangezien ik nooit nadrukkelijk uit de Ajax-kast ben gekomen.

Een aangetrouwde oom nam mij in 2006, toen ik twaalf was, tijdens een mannenuitje mee naar een wedstrijd van het Amsterdam Tournament. Eerder op de dag speelde Manchester United tegen FC Porto, maar wij hadden kaartjes voor Ajax – Internazionale. “3-0″, zei mijn oom van te voren in de auto. Wellicht had hij moeite met objectief blijven, omdat Inter eerder dat jaar Ajax in de achtste finales uit de Champions League had geknikkerd.

Tuurlijk was ik eerder naar voetbalwedstrijden in de ArenA geweest. Van die nietszeggende potten van Oranje waar je met je hele voetbalteam en vier ouders naartoe ging. Maar deze wedstrijd was anders. Van wat ik had meegekregen uit de samenvattingen op zondagavond en gesprekken tussen mijn teamgenoten, ging het niet zo lekker met Ajax. De Amsterdammers hadden het seizoen 2005-2006 afgesloten met een vierde plek en was in Europa al in de achtste finales uitgeschakeld door Inter.

Zoals vaak zo met wedstrijden in de voorbereiding, was het geen spectaculaire pot. Het eindigde in een gelijkspel met doelpunten van Solari en Sneijder en van het spel kan ik mij niets meer herinneren. Wat wel op mijn netvlies staat gebrand, vooral omdat ik daar meer naar keek dan naar het spel zelf, is het beeld van de drie Italiaanse supporters die een rij voor mijn oom en ik zaten.

Maar waarom spendeer ik vijf alinea’s aan een verhaal over een speler van wie ik pas één keer de naam heb genoemd? Misschien omdat dit het eerste (en waarschijnlijk het laatste) voetbalartikel is dat ik schrijf, of omdat ik als YouTube’r gewend ben om, vaak niet eens bewust, over mezelf te praten.

De drie namen achterop de thuistenues van Italiaanse Inter-fans voor ons waren, van links naar rechts, Adriano, Zanetti & Zanetti. Als twaalfjarige legde ik al snel de link tussen de aanvoerdersband die Zanetti die wedstrijd droeg en het aantal keren dat zijn naam achterop een shirtje te vinden was.

Die wedstrijd waren er 25.500 mensen aanwezig, maar maximaal 25.499 toeschouwers waren de wedstrijd ook daadwerkelijk aandachtig aan het volgen. Het enige waar ik op kon letten, en intens van genoot, waren de reacties van de Italianen. Mijn Italiaans was twaalf jaar geleden net zo goed als dat het nu is, maar ik weet heel zeker dat bijna niets van wat ze zeiden over de wedstrijd ging.

Tijdens de rust ben ik met ze op de foto geweest en ontving ik een sjaal van Inter, die verloren is gegaan tijdens een van de vele verhuizingen tijdens mijn jeugd. Voor het eerst in mijn leven ging ik naar een wedstrijd van Ajax met de hoop aan het einde terug naar huis te keren als een Ajacied, maar ik ging die avond slapen als Interisti.

Vooral de eerste jaren na die wedstrijd was het lastig om Inter te volgen buiten de Champions League om. Maar bij elk wedstrijdverslag stond altijd één ding vast: Zanetti speelde. Hij was de aanvoerder van het Inter dat in 2010 de Champions League won en was gedurende zijn hele carrière een rolmodel, zowel binnen als buiten het veld.

Het boegbeeld van het Inter, waar ik twaalf jaar geleden verliefd op ben geworden en met mij nog tal van andere supporters. We zijn te verwend geraakt gedurende het Zanetti-tijdperk. Van de spelers uit de huidige selectie komt Ranocchia qua loyaliteit het dichtst bij dat van Javier. En dat is iets waar Interisti naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren geen verandering in zullen zien.

Raoul de Graaf