Bij veel voetbalclubs staat een standbeeld van de lokale vedette voor het stadion. Zo zijn onder anderen Abe Lenstra bij Heerenveen, Jan Klaassens bij VVV, Aad Mansveld bij ADO en Coen Moulijn bij Feyenoord in het brons vereeuwigd. Zaterdag komt er eentje bij: Jan van Roessel. De Willem II’er van de Eeuw krijgt een mooi plekje voor het Koning Willem II Stadion.

Tilburg was in het interbellum en na de Tweede Wereldoorlog een echt voetbalbolwerk. De stad had drie grote voetbalclubs, die ieder hun eigen zuil bedienden. NOAD was voor de arbeidersklasse, LONGA voor de middenstand en Willem II stond bekend als de fabrikantenclub. Tussen die drie clubs was het haat en nijd. Enkele keren probeerde het stadsbestuur de clubs te laten fuseren, maar dat bleek onmogelijk. Transfers tussen de clubs vonden dan ook zelden plaats. Oud-international Frits Louer stapte ooit over van NOAD naar Willem II. Dat schoot veel NOAD-fans in het verkeerde keelgat. Louer, die naast voetballer ook marktkoopman was, raakte ineens een hoop van zijn klanten kwijt. Hij werd een paria voor de supporters van zijn oude club.

soccerfanshop.nl

Maar Louer was niet de enige die een gevoelige overstap maakte tussen Tilburgse club. Jan van Roessel, de beste Tilburgse voetballer aller tijden, deed dat ook. In 1951 verliet hij LONGA voor Willem II. Van Roessel kwam uit een echte LONGA-familie. Hij werd op een steenworp afstand geboren van het stadionnetje van LONGA dat naast het Wilhelminakanaal ligt. In 1940 probeerden de Duitsers de brug over het Wilhelminakanaal te bombarderen, maar de bommen misten doel. In plaats daarvan werd het huis van de familie Van Roessel geraakt. Gelukkig was de toen vijftienjarige Jan niet thuis.

Van Roessel stond destijds al in het eerste elftal van LONGA. Een bonkige spits met een kop van steen en een snoeihard schot. Officieel bestond profvoetbal niet in Nederland, maar Van Roessel kreeg vaak ‘zakgeld’ toegestopt. Daarnaast regelde LONGA een chauffeur en werden contacten aangesproken, zodat Van Roessel niet naar Nederlands-Indië hoefde. Bij LONGA werd Van Roessel international. NAC wilde hem graag overnemen, maar daar waren ze bij LONGA niet blij mee. De club klikte bij de bond dat Van Roessel betaald zou krijgen in Breda. Van Roessel werd voor een jaar geschorst en stapte in 1951 uit rancune over naar Willem II.

Doordeweeks werkte Van Roessel in een van de vele textielfabrieken in Tilburg en in het weekend scoorde hij erop los. In 168 wedstrijden voor Willem II maakte hij 152 doelpunten. Het leverde landstitels op in 1952 en 1955 en de spits werd bij leven al een legende in Tilburg. Toen hij in 1956 trouwde, was dat voorpaginanieuws in de lokale krant, zo beroemd was hij in zijn stad. Van Roessel scoorde vijf keer in zes interlands en op de Olympische Spelen van 1952 maakte hij het enige Nederlandse doelpunt.

De Italiaanse clubs Torino, Sampdoria en Fiorentina wilden hem heel graag hebben, net zoals het Franse Nice. Hij kon zich bij die clubs financieel onafhankelijk spelen, maar de midvoor was te veel gehecht aan Tilburg en zijn trainer František Fadrhonc. Van Roessel legde later uit dat hij nooit spijt heeft gehad van die beslissing: “Willem II heeft het met mij altijd heel goed voor gehad. Ik ben een echte Tilburgse jongen en ik had er goeie aard. Waarom zou ik naar Italië gaan als ik in Tilburg bij wijze van spreken miljonair kon worden. Ik was een tevreden mens en dat ben ik altijd gebleven.”

Op 3 juni 2011 stierf Van Roessel in zijn Tilburg op 86-jarige leeftijd. De voormalige spits was tot die tijd nog een graag geziene gast op de tribunes bij Willem II. Als het even kon, ging hij kijken. In 2004 kreeg Van Roessel een uitnodiging van de supporters om mee te gaan naar De Graafschap uit. Dat liet hij zich geen twee keer zeggen. Rondom thuiswedstrijden kwamen supporters hem vaak tegen op weg naar het stadion, waar hij altijd in was voor een praatje. Mede daardoor staat Jan van Roessel symbool voor het gouden Willem II van de jaren vijftig, terwijl Piet de Jong (die vaker scoorde) of Sjel de Bruyckere (de betere voetballer) daar misschien ook wel aanspraak op mogen maken. Maar voor een standbeeld was er maar één kandidaat: volksmens en oer-Tilburger Jan van Roessel.

Dit verhaal verscheen eerder in Staantribune 10.

Foto: www.tilburg.com