italie“Ik hou van dieren, maar wanneer ik haar zie, kan ik enkel aan een orang-oetan denken.” Deze woorden sprak de Italiaans politicus Roberto Calderoli in 2013 over Cécile Kyenge, destijds Italiaans minister van integratie. Hoewel Kyenge, van Congolese komaf en de eerste zwarte minister in het Italiaanse kabinet ooit, al eerder voor respectievelijk ‘Zulu’ en ‘Congolese aap’ werd uitgemaakt, was de uitspraak van Calderoli het meest schrijnend. In een land waar zelfs de vice-president van de senaat een uitspraak als deze af kan doen als ‘een kleine grap’ en ‘niet racistisch’, is de etnische ongelijkheid diepgeworteld.
Zo ook in het Italiaanse voetbal.Pullman_armstrong

Het beledigen van collega Kyenge (foto onder) was niet de eerste keer dat Calderoli, lid van de rechtse politieke partij Lega Nord, in opspraak raakte na een onhandige uitspraak. Nadat het Italiaanse nationale voetbalelftal in 2006 de wereldtitel veroverde door Frankrijk in de finale te verslaan, liet hij weten dat Italië zou hebben gewonnen door met enkel volbloed Italianen aan de aftrap te verschijnen. Frankrijk zou daarentegen met te veel ‘niggers, moslims en communisten’ hebben gespeeld. De wereldbekerwinst van de Azzurri was volgens hem ‘een overwinning voor de Italiaanse nationaliteit’.9357488968_ca6b739682_o


De uitspraken van Calderoli, anno 2015 nog steeds hoogwaardigheidsbekleder in de Italiaanse politiek, staan niet op zichzelf. Ook in de voetbalstadions worden (veelal donkere) spelers dikwijls racistisch bejegend. Zo dreigde Messina-verdediger Marco Zoro in 2005 van het veld af te lopen na het horen van oerwoudgeluiden van supporters van tegenstander Inter en weigerde Milan’s Kevin-Prince Boateng begin 2013 verder te spelen na racistische spreekkoren van de ultras van oefentegenstander Pro Patria.6394224369_df3259fc66

Ondanks aankondigingen van de Italiaanse voetbalbond harder tegen het racisme op te treden, ging het een paar maanden later weer mis. Weer waren enkele spelers van Milan het slachtoffer. Tijdens het thuisduel met Roma zongen de fans van de bezoekende club racistische liedjes over (weer) Kevin-Prince Boateng en vooral Mario Balotelli. Nadat de supporters in de eerste helft begonnen, werd het spel pas in de 48e minuut stilgelegd. Scheidsrechter Rocchi besloot de wedstrijd echter na 97 (!) seconden weer te hervatten en het duel uit te laten spelen. Enkele dagen later werd Roma ‘slechts’ beboet. Met vijftigduizend euro een laffe en magere geldstraf.

Iets meer dan een jaar later werd ex-politicus Carlo Tavecchio (foto onder) verkozen tot president van de FIGC, de Italiaanse voetbalbond. Hoewel er enkele maanden voor de verkiezingen werd gehoopt dat de voetbalbond onder een nieuwe baas hard zou optreden tegen het racisme, bleek deze hoop ongegrond. In de aanloop naar de electie sprak Tavecchio uit te hopen dat er voortaan meer Italiaanse voetballers in de Serie A zouden doorbreken. Dit liet hij echter weten op uiterst ‘onhandige’ wijze: “In de Serie A mag zomaar iedere Opti Poba (fictieve Afrikaanse naam, red.) komen. Het ene moment zit zo’n jongen bananen te eten, het andere moment speelt hij ineens in het eerste van Lazio.” Net als Calderoli een jaar eerder, deed ook Tavecchio zijn uitspraak af als ‘een grap’, ‘niet racistisch’ en ‘ronduit ongelukkig’.14711517588_b226cce158

Ondanks de racistische uitlatingen werd Tavecchio enkele maanden later met het merendeel van de stemmen verkozen tot nieuwe president van de Italiaanse voetbalbond. Met dank aan Rossoneri-topman Adriano Galliani stemde ook Milan op Tavecchio. Een farce.

Volgens het ORAC (Italiaanse bureau tegen racisme in het voetbal) neemt het aantal incidenten rondom het calcio af. Desondanks werden er in de vier hoogste Italiaanse divisies het afgelopen seizoen liefst 118 klachten wegens racisme ingediend. Hierbij ging het 84 maal om racisme vanwege de huidskleur van een speler of arbiter en 34 keer werden er liederen gezongen over territoriale komaf, waarbij fans van noordelijke clubs (Milan, Inter) vaak supporters van zuidelijke afkomst (Roma, Napoli) te schande zetten. Reden hiervoor is het campanilismo, het Italiaanse gevoel van saamhorigheid, waarbij de bevolking vooral trots is op haar eigen stad en/of regio. Mensen uit een andere regio worden gezien als vreemdelingen, waarbij de bevolking uit de rijkere noordelijke regio’s vaak laatdunkend spreken over de Italianen uit de zuidelijke, armere gebieden.

In een verdeeld land als Italië is het moeilijk het diepgewortelde racisme aan te pakken. Waar het calcio de laatste jaren op de goede weg leek en de territoriale en etnische discriminatie aanpakte, werd racist Carlo Tavecchio afgelopen zomer aangesteld als president van de voetbalbond. Hiermee is de FIGC terug bij af. Wil Italië daadwerkelijk stappen maken, zullen haar bestuurders het goede voorbeeld moeten geven en dienen rotte appels als Tavecchio en politicus Calderoli uit haar belangrijkste instanties weg te worden gesneden. Voordat Italië zo ver is, is er echter een nog een heel lange weg te gaan.

Willem Haak