De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Castel di Sangro-fan Joris de Brabanter (meer over hem in de nieuwe Staantribune!).

Mijn eerste echte herinnering van een groot toernooi. Het was tijdens het WK 1990 dat ik, op negenjarige leeftijd, een reportage zag passeren van een jonge smaakmaker uit de Zweedse nationale ploeg, voorafgaand aan de wedstrijd Brazilië – Zweden. Als negentienjarige schoot hij in de nationale competitie als een komeet de lucht in. Eerst bij GIF Sundsvall en daarna bij IFK Norrköping, met enkele selecties voor de nationale ploeg tot gevolg. Vlotjes scoren in deze kwalificatiewedstrijden voor het aankomende WK in Italië bezorgde Tomas Brolin reeds een heldenstatus in Zweden. Toen ik hem, na de reportage, zag scoren tegen Brazilië in stadion Delle Alpi had ik meteen een idool buiten de grenzen.

Voorheen bleven mijn idolen beperkt tot Michel Preud’homme en de ganse KV Mechelen-ploeg. Zijn transfer van IFK Norrköping naar AC Parma in de zomer van 1990 was de eerste reden waarom ik de Serie A met meer dan gewone interesse ben gaan volgen, met AC Parma in de hoofdrol. Het bleken meteen de gouden jaren van de club met, naast Brolin, spelers als Bucci, Benarrivo, Grün, Asprilla.

Sindsdien was het op zondagavond uitkijken naar 90° minuto op Rai1 om een glimp op te vangen van Brolin. Zeker als ik ervoor op teletekst had gezien dat hij had gescoord. Nike schoenen, zijn nummer 11 – de naam van zijn restaurant heeft hij trouwens omgedoopt tot Undici – en zijn bekende pirouette na elk doelpunt waren toen hoogtepunten voor mij.

Met grote belangstelling keek ik in 1992, het jaar waarin Parma de Coppa Italia won, naar het EK in z’n thuisland. Eindelijk opnieuw de kans om hem volledige wedstrijden aan het werk te zien. Zweden bereikte de halve finales en zijn doelpunt tegen Engeland weerspiegelde zijn speelstijl. Als aanvallende middenvelder sterk aan de bal en steeds de combinatie zoekend om toe te slaan of een assist te geven. Op Europees vlak was het toen nog niet mogelijk om alle wedstrijden integraal te bekijken, maar gelukkig bereikte het Parma van Nevio Scala de finale tegen Royal Antwerp op Wembley. Een eerste Europees succes tot gevolg. Het seizoen erna werd de finale echter verloren van Arsenal. Het WK van 1994 was voor mij gewoon genieten.

Elke pass, elke beweging, elk doelpunt van Brolin zit op mijn netvlies gebrand. Hij speelde prachtig en kreeg een plaatsje in het wereldelftal. Het WK werd tevens een hoogtepunt in de Zweedse voetbalgeschiedenis met het behalen van een bronzen medaille.

Helaas was niets hierna meer hetzelfde. In november 1994 liep hij tijdens de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Hongarije een enkelbreuk op bij een assist op Dahlin en daarna had hij moeite om terug te keren op zijn oude niveau.

Een transfer naar Leeds United in 1995 bezorgde wel leuke beelden van hem in het Premier League-programma op zondagavond. Een succes werd het niet en korte periodes bij FC Zürich, opnieuw Parma, Crystal Palace – waar hij de jongste manager ooit werd in Engeland – en uiteindelijk een terugkeer naar Hudiksvalls BK in z’n thuisland, luidden het einde van zijn (te korte) carrière in. Zijn typische vreugdedansje na een doelpunt is een blijvende herinnering aan fantastische periode uit mijn jeugd.

Joris de Brabanter