Omdat mijn neefje sinds kort in ‘het eerste’ voetbalt, bezoek ik sinds jaren weer amateurvoetbal. Daarvóór haalde ik het niet in mijn bol om een amateurclub te bezoeken. Hoewel het mij wel leuk leek om vanaf zo’n minitribune na iedere fout pass ‘AMATEUR!’ te schreeuwen. Misschien wel met een megafoon.

Laatst droomde ik – dit geheel terzijde – over een driftige voorzitter die tijdens de wedstrijd de microfoon van de stadionspeaker afpakt en de hoofdtrainer ‘live’ ontslaat: “Dick, hier spreekt de veurzitter! Je bent ontslagen, Dick. Hoor je me, Dick? Wegwezen! Niet blijven staan. Weg-wezen! NU!”


Ter zake. Wat me na jarenlange afwezigheid bij het amateurvoetbal opvalt, is dat er een nieuwe sport is ontstaan. Kunstgrasvoetbal. De bal stuitert klantvriendelijk: kunstgras is een uitkomst voor de technisch gehandicapte voetballer. Misschien moet de FIFA, naast voetbal en zaalvoetbal, kunstgrasvoetbal opnemen als een aparte discipline. Met de Carpet Right Eredivisie als uitvloeisel en Nederland Wereldkampioen kunstgrasvoetbal, na een zege op die dekselse IJslanders.

Ooit onderscheidde het voetbal zich nadrukkelijk van hockey. Van voetbal werd je vies. Een man word je in de modder. Mannen, echte mannen, houden niet van rubber. De modder is vervangen door een rubbertapijt, bezaaid met korrels. Ja, nu wordt er een stuk minder afgelast. Maar dat is er wel eentje in de categorie: “Sinds ik Radler drink, heb ik geen katers meer!” En geen legendarische avonden.

Vroeger kon je, als je op zondagochtend aan de bierdiarree was, de boel tijdens een regenachtige wedstrijd gewoon laten lopen. Nu kun je je niet meer achter de modder verschuilen en ziet iedereen dat je een broekpoeper bent. Medelijden heb ik met de broekpoepers, maar ook met talloze lijnentrekkers in Nederland, die hun leven zinlozer hebben zien worden met de komst van kunstgras. De kunst van het grasmaaien wordt vernietigd, de graskapper is stilaan klaar. De geur van het gras verdwijnt. F’jes die later songwriter worden en tijdens een wedstrijd liever een klavertjevier zoeken, vervelen zich nu rot.

Wat me verder is opgevallen: het gezeik dat de buitenspelregel nog steeds oplevert. Buitenspel hangt als Zwarte Piet boven de velden. Buitenspel is een wederkerende bron van ruzie die de twee partijen lijnrecht tegen over elkaar zet. De arme scheidsrechter – de dag komt dat hij gedekt/geschaduwd moet worden door een bodyguard op noppen – wordt geassisteerd door twee (club)lijnrechters, die maar één doel hebben: het voorkomen van tegendoelpunten. Tja. Als een vrouw wil weten of haar man vreemdgaat, moet ze dat niet vragen aan diens stapmakker, toch?

Vaak zijn de lijnrechters, alias ‘vijfde verdedigers’, van het zwakbegaafde soort, omdat zij de enigen zijn die zo gek zijn om na de treurige dood van Richard Nieuwenhuizen de vlag ter hand te nemen. Voordeel is dat de brug om een zwakbegaafde vlaggenist in elkaar te trimmen er meestal nog net eentje te ver is, maar veel scheelt het niet. Het blijft tenslotte voetbal. Misschien kunnen alleen lekkere wijven veilig vlaggen, maar ja, lekkere wijven kunnen niet vlaggen.

Mijn punt: schaf die buitenspelregel in het amateurvoetbal af. Zo zorg je er ook voor dat de instroom bij de dames versoepelt en de veiligheid wordt vergroot. Maar zoals de Amerikanen houden van hun recht op wapens, zo koestert het voetbal het recht op buitenspel. Want zonder buitenspel wordt voetbal helemaal ‘hockey zonder stokkie’.