Zo’n twee weken geleden ontmoette ik deze oude heer in Londen. In supporterspub The Griffin in het westelijk gelegen Brentford raakte ik in gesprek met mister Davies, een 97-jarige voetbalsupporter van het lokale Brentford FC. “I come here every day and I still drink one pint every day, so I’m healthy enough”, was het antwoord op mijn vraag of hij het nog wel volhield om naar deze pub te komen op zijn leeftijd. Mr. Davies woonde om de hoek, een wandelingetje was zo gemaakt. Een biertje was zo gedronken.

Terwijl ik samen met deze fascinerende man een biertje dronk in de pub, speelden Brentford en Fulham nog geen tweehonderd meter verderop een wedstrijd tegen elkaar. Hoewel ik kaartjes voor deze Londense burenruzie had, liet ik de eerste helft lopen. Dit soort ontmoetingen met Engelse supporters interesseren mij namelijk mateloos.


In de pub waar ik met Mr. Davies zat, deelde het barpersoneel ‘plastic poppies’ uit. Ze waren niet aan te slepen, praktisch elke supporter nam er eentje aan. In de weken voorafgaand aan 11 november, Remembrance Day, dragen vrijwel alle spelers en trainers een kunststoffen klaproosje op hun shirt of jas. Op deze dag wordt in Engeland stilgestaan bij de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Het klaproosje, de ‘poppy’, is in Engeland het symbool geworden van de Eerste Wereldoorlog en verwijst naar het wereldberoemde gedicht In Flanders Fields van John McRae. Deze Canadees dicht over de klaproos die op het verwoeste oorlogsgebied in Vlaanderen nog als enige plant groeide. Eén van de mooiste passages uit het gedicht luidt:

The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

De ‘poppy’ is onoverwinnelijk. De zaden van de klaproos kunnen jarenlang op de grond blijven liggen en pas beginnen te groeien als de nabijgelegen planten en struiken weg zijn. Aangezien de grond in Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog nogal was omgespit, kwamen de klaprozen en masse naar boven. Ook werden sommige klaprozen gebruikt voor de productie van morfine om de pijn van de gewonde soldaten te verzachten. ‘A wonderflower’, zeker voor de Engelsen.

Een week nadat ik Mr. Davies ontmoette, op 11 november, speelde het Engelse nationale team tegen dat van Schotland. Een ware titanenstrijd tussen twee landen die een nauwe haat-liefdeverhouding met elkaar onderhouden. En dat deze twee landen precies 98 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog tegen elkaar speelden, was al helemaal mooi.

Beide voetbalbonden zagen hun kans schoon; deze wedstrijd zou worden gespeeld met speciale voetbalshirts met een ‘poppy om de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog te eren. Een prachtig eerbetoon dat liet zien dat het Britse voetbal voor meer staat dan het hooliganisme, waarmee de onwetende buitenwacht het helaas vrij snel associeert. De poppy als symbool is een schot in de roos, het verbroedert.

Helaas dacht de FIFA daar anders over. De opvolgers van Sepp Blatter deelden de Engelsen en Schotten mee dat elke religieuze, politieke of commerciële uiting op een shirt verboden is. De beide landen mochten van de dictatoriale voetbalbond simpelweg geen poppy dragen op hun shirt. Het herdenkingssymbool zou volgens de FIFA zorgen voor een politiek mijnenveld. Na de Brexit weer een uitsluiting voor het Engelse volk, maar dit lag toch wat gevoeliger.

Ik moest weer denken aan mijn ontmoeting met Mr. Davies. De man strompelde op 4 november de pub uit en ik zou niet durven zeggen of hij nog lang zou leven. Hij keek ongetwijfeld uit naar de wedstrijd tussen Engeland en Schotland. Zijn gesneuvelde familieleden tijdens de Eerste Wereldoorlog zouden niet worden herdacht worden. Althans, als het aan de FIFA lag.

Mr. Davies, geboren in 1919 en een versproduct uit de Eerste Wereldoorlog, zag de twee landen een week later toch spelen met een eerbetoon aan de gevallenen. Want gelukkig namen zowel de Engelse en de Schotse voetbalbond stellig afstand van de beslissing van de FIFA. Ze besloten om, ongeacht de opgelegde boete, met een ‘poppy te gaan voetballen en droegen allemaal een zwarte rouwband met het herdenkingssymbool. En dat was maar goed ook.

Als er iemand in Londen is die nu rustig kan sterven, is het Mr. Davies wel.

Paul Baaijens

matchday

Paul Baaijens (1989) is auteur van ‘Matchday!’, dat aanstaande donderdag (24 november) uitkomt. Het boek is een zoektocht naar het ware Engelse voetbal in de voetbalmetropool Londen. Vele supportersontmoetingen staan centraal, veelal gepaard met pubs, pints en pies. Van senioren, tot uitgerangeerde hooligans tot vader en zoons; ze komen allemaal voorbij in het boek. Aan de hand van deze locals bezocht hij wedstrijden bij alle Londense clubs. Het boek is HIER te koop in onze webshop.