Staantribune besteedt de komende tijd, in aanloop naar De Dag van de Verdwenen Clubs, veel aandacht aan de clubs die sinds de opheffing van de tweede divisie in 1971 zijn verdwenen uit het betaald voetbal: SVV, FC Wageningen, SC Veendam, RBC, HFC Haarlem, FC Amsterdam, VC Vlissingen, SC Amersfoort, AGOVV en FC Vlaardingen.
Vandaag een interview met Ronald Spelbos, die zijn voetbalcarrière in 1971 begon bij HVC en SC Amersfoort.

Hoe denk je terug aan die tijd?
“Prachtige jaren. Toen ik bij HVC kwam was ik pas zeventien. Ik zat meteen bij het eerste elftal. Stond ik tussen allemaal gelouterde voetballers, dat was een goede leerschool. Het waren ‘broodvoetballers’, ze speelden echt voor de centen. Ik mocht fouten maken, maar er werd wel wat van je geëist. Het was niet ‘eventjes voetballen’, er moest gewonnen worden. We speelden voor een premie en die haalde je binnen met het hele team. Ik zat toen nog op school, het was voor mij dus een soort bonus, veel geld voor een zeventienjarige.”


HVC ging in 1973 over in SC Amersfoort. Merkte je daar wat van als speler?
“Nee, vrij weinig. Voor ons profs was het alleen een verandering van naam. De jeugd bleef wel onder de naam HVC spelen. Ik geloof dat SC Amersfoort ook maar twee elftallen had, een jeugdafdeling was er niet. Er werden wel eens spelers vanuit de jeugd van HVC naar Amersfoort gehaald. We hadden een prima spelersgroep. Ik voetbalde met Jef de Neeling, een prima speler uit Amersfoort. Ook Bert Middelkoop maakte veel indruk op me. Bert had eigenlijk alles: techniek, snelheid, lengte. Het kwam er alleen niet uit. Dat geeft maar weer aan dat er meer bij voetbal komt kijken dan alleen talent.

In het eerste jaar van SC Amersfoort wonnen we een periodetitel, de beste prestatie in het korte bestaan. Het was totaal onverwacht, we waren immers een kleine club met weinig budget. Daar hebben we toen wel wat op gedronken, haha. In de nacompetitie speelden we tegen FC Wageningen, Vitesse en Fortuna Sittard, maar we wonnen slechts eenmaal en eindigden als laatsten en Wageningen promoveerde. Het was waarschijnlijk ook niet goedgekomen als we naar de eredivisie waren gegaan. Amersfoort had niet de begroting om mee te kunnen op het hoogste niveau. Daar had Wageningen al wat meer ervaring mee, die waren al eens gepromoveerd.”

Merkte je dat het financieel niet goed ging met de club?
“Ik hield me er niet mee bezig, maar je merkte het wel, ja. Bij HVC ging het financieel nog wel goed, er was best wat mogelijk. De club kon ook gewoon spelers kopen. Dat was bij Amersfoort veel minder. Ik dacht in die tijd nog niet aan geld. Ik ging naar HVC, omdat dat een goede opstap leek naar een verdere voetbalcarrière. Ik kon ook naar FC Utrecht, maar daar moest ik eerst een testwedstrijd spelen en daar had ik geen zin in. Bij HVC kon ik meteen aan de bak.”

Na SC Amersfoort heb je bij AZ, Club Brugge en Ajax gespeeld, waar je verschillende successen behaalde. Hoe beleefde je dat?
“Bij AZ heb ik een kampioenschap mee mogen maken, dat was een droom. AZ was een club die elk jaar steeds weer iets beter werd. Na het behalen van de titel kregen we een huldiging, maar een paar dagen later moesten we de UEFA Cup-finale spelen tegen Ipswich Town. Trainer Georg Kessler had daarom liever geen feestje, maar dat kwam er toch. Dat kon ook niet anders, de ontlading was zó groot. We verloren die finale, die toen nog over twee wedstrijden werd gespeeld, dan ook.

Bij Ajax ben ik vaker kampioen geworden en ik heb daar mogen spelen onder Johan Cruijff. Hij zag dingen die niemand anders zag en kon zijn verstand van voetbal goed overbrengen op de spelers. Het verschil tussen Ajax en AZ was heel groot. De beleving als je kampioen wordt in Amsterdam is anders, omdat Ajax altijd als een van de favorieten wordt gezien. Persoonlijk maakt het mij niet uit met welke club je kampioen wordt, het blijft geweldig. Een beter gevoel is er haast niet. In mijn laatste jaar als voetballer ben ik nog kampioen geworden met DOVO, dat was ook een prachtig jaar.”

Wat deed het faillissement van Amersfoort met je?
“Ik vond het vooral erg voor de supporters, ik kon altijd goed met ze opschieten. Het was een leuke club met een leuk stadion. Dicht bij de dierentuin ook, kan ik me nog goed herinneren, haha. Er zaten vaak wel vierduizend mensen in het stadion. Het was geen groot stadion, maar de sfeer was er altijd prima. Jammer dat er maar weinig van over is gebleven.”

Wil je oude tijden herleven? Kom dan naar de ‘Dag van de Verdwenen Clubs’ op zaterdag 25 november. Abonnees van Staantribune hebben gratis toegang (wel aanmelden via info@staantribune.nl!), tickets voor niet-leden zijn te koop in de webshop.