Wendel Fräser 2 juni 1967 – 7 juni 1989

Net als zo veel Rotterdamse jongetjes had Wendel Fräser een droom: als hij later groot was, wilde hij in De Kuip voetballen. Op 20-jarige leeftijd kwam het talent inderdaad bij Feyenoord terecht. Hij speelde slechts één seizoen in het beloftenteam en zat één keer op de bank bij het eerste elftal. Via eerstedivisieclubs RBC en SVV wilde hij alsnog de eredivisie bereiken. Het liep helaas anders. Op 7 juni 1989 – vandaag 28 jaar geleden – overleed Fräser, pas 22 jaar, tijdens de ramp met het SLM-vliegtuig in Suriname.

soccerfanshop.nl

Wendel Fräser groeide op in de wijk Bospolder in Rotterdam-West, dichtbij het stadion van Sparta. Hij had geen gemakkelijke jeugd. Zijn vader woonde na de scheiding van Wendels moeder in Suriname en had geen contact met zijn kinderen. Als oudste zoon ontfermde Wendel zich over het gezin. In het boek Eindbestemming Zanderij, het vergeten verhaal van het Kleurrijk Elftal van Iwan Tol, zegt zijn broertje Hille: “Wij hebben alles zelf moeten doen in onze jeugd. Stonden we ernaast bij het voetballen, dan was er geen vader die naar de trainer toe stapte om opheldering te vragen. Was er een ouderavond, en mijn moeder moest werken, dan ging Wendel mee als begeleider. Reken maar dat ik een pak slaag van hem kreeg als mijn cijfers niet goed waren. In feite ben ik opgevoed door Wendel.”

Altijd lachen
Van jongs af aan was voetbal Wendels passie. Jerry Simons, oud-speler van onder meer Feyenoord, SVV/Dordrecht ’90, FC Volendam en het Spaanse Osasuna, groeide samen met hem op. Bij partijtjes op straat bewonderde Simons het talent van zijn twee jaar oudere vriend. “Iedereen in de buurt keek tegen hem op. Hij was snel, kon links net zo goed trappen als rechts en passeerde je buitenom of binnendoor, dat maakte Wendel niks uit. Een rasvoetballer in hart en nieren. En hij was altijd vrolijk, lachte de hele dag. In de zomer speelden we toernooitjes in een Surinaams vriendenteam, genaamd ‘Madonna’. Ook andere profvoetballers uit Rotterdam, zoals mijn broertje Jimmy (onder andere Feyenoord, Sparta, SVV, Excelsior en RBC, red.) Winston Bogarde en Fabian Wilnis (onder meer NAC, De Graafschap, NAC en Ipswich Town, red.), deden mee.”

Multifunctioneel
Het gezin Fräser woonde in een eenvoudige bovenwoning en had het niet breed. Wendel was vastberaden om met voetbal de kost te gaan verdienen, zodat zijn moeder en broertjes het beter zouden hebben. Voordat hij zich bij een club aanmeldde, voetbalde hij dag en nacht op straat, onder meer met latere Spartanen John Schuurhuizen en Robert Verbeek. Voetbalvereniging Ons Huis (VVOH, later opgegaan in RFC 2000) was zijn eerste club, maar na een aantal trainingen en één wedstrijd verhuisde hij naar Eurosport. Vanwege zijn geringe lengte speelde de C-junior bij Eurosport een jaar bij de D’tjes.

Ondertussen ging hij met de jongens van Bospolder regelmatig op de velden van Sparta spelen. Zo ontdekten de Kasteelheren hem en na een voetbalinstuif mocht hij bij Sparta gaan voetballen. Tot de A-junioren speelde hij in Spangen. Fräser, bij wie het plezier in het voetbal altijd voorop stond, had het echter niet zo naar zijn zin bij de Spartanen en kwam in de A2 terecht. Omdat een paar vrienden van hem bij Spartaan ’20 gingen spelen, vroeg hij overschrijving aan naar de amateurclub in Rotterdam-Zuid.

Spartaan ’20 A1 in augustus 1984. Fräser hurkend vierde van rechts.

Spartaan ’20 A1 in augustus 1984. Fräser hurkend vierde van rechts.

Bij de club aan de Oldegaarde speelde hij twee jaar in de A1. Fräser was de ideale speler voor een trainer. Hij was multifunctioneel en kon zowel als rechtsbuiten, hangende linksbuiten als ‘in de punt’ van de aanval uit de voeten. Op 18-jarige leeftijd kwam de kleine aanvaller bij de selectie van de toenmalige hoofdklasser. Na een paar wedstrijden in het tweede maakte hij op 30 september 1985 zijn debuut in het eerste elftal, in een verloren uitwedstrijd tegen Elinkwijk (3-0).

Actiefoto tijdens Spartaan ’20-CVV (4-3, twee goals Fräser), mei 1987.

Actiefoto tijdens Spartaan ’20-CVV (4-3, twee goals Fräser), mei 1987.

Halverwege de jaren tachtig stond Fräser te boek als hét talent van Spartaan ’20, waar vele jaren later onder meer Bruno Martins Indi en Luc Castaignos in de jeugd speelden. Regelmatig hengelden profclubs naar zijn diensten. Tijdens een oefenwedstrijd in en tegen Hull, dat toen op het derde profniveau uitkwam, maakte Fräser zo veel indruk op de Engelsen dat zij hem meteen een contract aanboden. Ook zijn oude club Sparta toonde interesse en polste de behendige voorhoedespeler of hij terug wilde keren naar Spangen. Maar de ambitieuze Rotterdammer had zijn jawoord al gegeven aan zijn droomclub: Feyenoord.

Toen hij als jochie naar De Kuip ging, blufte Wendel tegen zijn broertje: “Ik ga alvast effe kijken in het stadion waar ik later kom te spelen, Hille. Tot vanavond.” Tijdens een concert in het Feyenoord-stadion keek hij eens gebiologeerd om zich heen, naar al die toeschouwers. “Stel je nu eens voor dat je in zo’n stadion mag voetballen”, droomde hij hardop.

Rotterdams Nieuwsblad, 22 juni 1987

Rotterdams Nieuwsblad, 22 juni 1987

Het was een piepklein bericht in de krant, maar in juni 1987 maakte Fräser de lang gehoopte overstap naar zijn favoriete club. Maar net nadat zijn overschrijving naar Feyenoord rond was, raakte hij in een oefenduel ernstig geblesseerd aan zijn meniscus. Na een lang revalidatieproces maakte hij in oktober 1987 zijn debuut in het tweede elftal van de Rotterdammers, in de met 9-2 gewonnen bekerwedstrijd tegen zaterdagvierdeklasser DSS’26. En dat bleef niet onopgemerkt.

Droomdebuut Wendel

“Het droomdebuut van Wendl Fräser”, kopte een artikeltje (inclusief spelfout) in dagblad Het Vrije Volk. “De grootste openbaring bij Feyenoord was het optreden van aanvaller Wendl Fräser. (..) Hij overtrof alle verwachtingen, scoorde drie keer, legde veel geestdrift aan de dag en toonde een acceptabele techniek. Als hij de flitsende start prolongeert, dan kan Feyenoord nog veel plezier aan hem beleven.”

“Een goed ventje”, herinnert Lex Schoenmaker, toenmalig trainer/coach van het tweede elftal van Feyenoord, zich Fräser. “Een supervrolijk mannetje, hartstikke snel en een goede techniek.”

Volgens de assistent van hoofdtrainer Rinus Israël wilde Feyenoord Wendel Fräser langzaam brengen. “Als je van de amateurs komt, heb je wat meer tijd nodig dan spelers die uit de eigen jeugdopleiding komen. Je moet wennen aan de mentaliteit in het profmilieu en de tegenstanders. Wendel paste zich goed aan. Op termijn zou hij een eerste-elftalspeler zijn geweest. Toen ik later hoorde dat hij was omgekomen bij die vliegtuigramp, kreeg ik kouwe rillingen.”

Het tweede elftal van Feyenoord in het seizoen 1987-1988. Staand van links naar rechts: Ruud Daniëls (fysiotherapeut), Harry de Jong, Virgil Breetveld, Harald Wapenaar, Fred Lagendijk, Wessel Weezenberg, Reza Uitman en Lex Schoenmaker (trainer/coach). Zittend van links naar rechts: Ton Rietbroek, Wendel Fräser, Leo Vosselman, Frank Roosa, René Brochard, Derrick Goedhoop en Steve Goossen.

Het tweede elftal van Feyenoord in het seizoen 1987-1988. Staand van links naar rechts: Ruud Daniëls (fysiotherapeut), Harry de Jong, Virgil Breetveld, Harald Wapenaar, Fred Lagendijk, Wessel Weezenberg, Reza Uitman en Lex Schoenmaker (trainer/coach). Zittend van links naar rechts: Ton Rietbroek, Wendel Fräser, Leo Vosselman, Frank Roosa, René Brochard, Derrick Goedhoop en Steve Goossen.

“Wendel was gretig, maar misschien schoot hij qua serieusheid op dat moment nog tekort”, zegt Jerry Simons. “Als je bij een betaaldvoetbalclub speelt, moet je er echt naar leven. Je hebt een bepaalde mindset nodig. Later, bij RBC, heeft hij wel die stappen gemaakt.”

Bovendien was de kloof tussen het eerste elftal van Feyenoord en het belofteteam in die jaren erg groot. Fräser zat slechts één wedstrijd op de bank bij de hoofdmacht. Simons zat in het seizoen 1987-1988 wel bij de selectie van het eerste, maar speelde ook slechts twee wedstrijden. “Het was toen heel moeilijk om als jeugdspeler door te breken. Feyenoord draaide al een aantal jaren slecht en kocht in die tijd liever bekende namen van buitenaf. Ik denk dat Wendel misschien wel beter was dan Regi Blinker, maar Regi was voor vijf jaar vastgelegd en Wendel had slechts een klein contractje.”

Postbode
In de zomer van 1988 ging Fräser op amateurbasis naar eerstedivisionist RBC. Na een paar goede wedstrijden in het eerste elftal, contracteerden de Roosendalers de aanvaller voor een seizoen. Veel verdiende Fräser niet, maar samen met zijn loon als postbode kon hij goed rondkomen. Na het halen van zijn rijbewijs kocht hij een klein autootje waarmee hij dagelijks op en neer pendelde tussen zijn woonplaats Rotterdam en Roosendaal. In het stadje in Noord-Brabant groeide Fräser uit tot een lokale vedette.

“Ik merkte meteen dat Wendel daar ‘de meester’ was”, zegt Hille Fräser. “Dat merkte je aan de manier waarop supporters hem aanklampten. Hij had nog geen stap binnen gezet of ze kwamen al op hem af. ‘Ben je in vorm, Wendel?’ Dat vond ik prachtig als jong gozertje. Tijdens wedstrijden mocht ik zelfs op de bank zitten, naast de reservespelers. Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar toen was dat geen enkel probleem.”

Fräser was een rustig persoon. Hij was geen prater en liet alleen van zich horen als hij zich ergens op zijn gemak voelde. In een artikel in BN/De Stem (tien jaar na de vliegtuigramp) herinnert voormalig RBC-bestuurslid Martin Deijkers hem als een bescheiden persoonlijkheid. En: “Altijd correct. Hij sprak je nooit aan met hé of hoi, maar altijd met meneer Deijkers.”

Op het veld kende Fräser echter geen vrees. Hij dribbelde dwars door elke verdediging. “Ik kan me nog een wedstrijd tegen Go Ahead Eagles herinneren die ik samen met een vriend bezocht”, zegt broer Hille, die in Roosendaal vaak tussen de fanatieke aanhang stond. “Wendel speelde zijn directe tegenstander helemaal gek. Daar werd die gozer zo radeloos van dat hij Wendel een doodschop verkocht. Man, we hingen meteen in de hekken, zo boos waren we. We hebben die jongen zelfs bedreigd, haha. Ze moesten niet aan mijn broer komen.”

23-02-1989 Vrije Volk
Het ambitieuze SVV, dat onder leiding van geldschieter en Mercedes-dealer John van Dijk snel naar de eredivisie wilde promoveren, was er in februari 1989 als de kippen bij om Fräser een tweejarig contract aan te bieden. De gelimiteerde transfersom bedroeg zestigduizend gulden, een koopje voor de getalenteerde aanvaller. In Schiedam zou hij herenigd worden met zijn jeugdvrienden Jerry en Jimmy Simons. “We zijn altijd close gebleven en keken er alle drie naar uit om weer samen te gaan voetballen”, zegt Jerry Simons. “Bij SVV zou hij het gaan maken, dat weet ik honderd procent zeker. En dat zeg ik niet omdat hij een vriend van mij was, maar vanwege zijn uitzonderlijke kwaliteiten.”

Op zaterdag 3 juni 1988 nam de supportersvereniging van RBC afscheid van Fräser tijdens een feestavond. Als dank voor zijn goede spel kreeg hij een tinnen bord van de fans. De speler beloofde de RBC-supporters dat hij op zondagmiddag nog vaak langs de lijn in Roosendaal te vinden zou zijn.

Kleurrijk Elftal
Fräser was trots dat hij was geselecteerd voor het Kleurrijk Elftal, een verzameling profvoetballers van Surinaamse afkomst, die drie dagen later naar hun moederland vertrokken om een toernooi te spelen. Op de maandag voor vertrek betaalde RBC-bestuurslid Deijkers hem zijn laatste salaris uit. Uit BN/De Stem: “We hebben toen nog een hele tijd met elkaar zitten praten. Hij was zo dankbaar dat RBC hem een kans had gegeven in het eerste elftal. Z’n uitverkiezing voor het Kleurrijk Elftal had hij ook te danken aan RBC, vertelde hij me. Door z’n overstap naar SVV hoopte hij de eredivisie te bereiken. Dat was z’n grote doel. Het heeft niet zo mogen zijn.”

In Suriname zou Fräser ook voor het eerst zijn vader gaan ontmoeten. Ondanks het feit dat die nooit iets van zich had laten horen, wilde de voetballer hem per se zien. “Al was het alleen maar om hem te laten zien: hier ben ik, ik ben een man geworden, we hebben het zonder jou gered”, zegt Hille Fräser. Zijn grote broer had gemengde gevoelens tegenover zijn vader. “Die man had ons in de steek gelaten, maar aan de andere kant wilde Wendel wel zien hoe zijn pa eruitzag. ‘Ik wil hem in zijn ogen kijken’, zei hij me voor de reis. Op het moment dat zijn vader voor hem stond, zou hij beslissen of hij hem zou omhelzen of niet. Het bleef toch zijn vader die hij heel erg had gemist.”

Het vertrek
Voor vertrek naar Schiphol, in de ochtend van 6 juni 1989, nam Wendel Fräser afscheid van zijn broertje. “Hij omhelsde me, dat deden we anders nooit”, zegt Hille. “Een paar dagen eerder had hij me bij zich geroepen op zijn kamer. Daar kwam ik normaal gesproken niet, want dat was zijn domein. Daar las hij altijd zijn Voetbal Internationals. Nu moest ik van hem komen. Ik kreeg een paar gloednieuwe voetbalschoenen van hem. ‘Neem nou maar aan’, zei hij. ‘Ze zijn voor jou. Jij gaat het maken’.”

De broertjes Simons, die ook geselecteerd waren voor het Kleurrijk Elftal, waren op dat moment al in Paramaribo. Vlak voor vertrek had Jerry zijn boezemvriend nog aan de telefoon. “Ik was nog nooit eerder in Suriname geweest en dacht dat het daar altijd warm was. Ik had alleen maar korte broekjes meegenomen, maar ‘s avonds bleek het behoorlijk af te koelen. Ik belde Wendel om te vragen of hij even langs mijn moeder wilde gaan om een paar lange broeken mee te nemen. Hij vroeg meteen hoe het daar was en was erg enthousiast over de trip naar Suriname.”

Breakdance demonstratie A1 kindercarnaval (februari 1985)

Wendel Fräser was niet alleen behendig op het voetbalveld. Tijdens het kindercarnaval bij Spartaan ’20 vertoont de altijd vrolijke speler zijn breakdancekunsten (februari 1985).

Het ongeluk
In de vroege morgen van 7 juni 1989 was het, anders dan het weerbericht had voorspeld, erg mistig rond vliegveld Zanderij in Paramaribo. De gezagvoerder van het SLM-vliegtuig Anthony Nesty brak drie landingspogingen af. Bij de vierde poging vloog het toestel te laag en raakte het op 25 meter hoogte twee bomen. Vlak voor de landingsbaan stortte het vliegtuig neer in de Colakreek, een bekend ontspanningsoord vlakbij het vliegveld. Van de 187 inzittenden (9 bemanningsleden en 178 passagiers) van vlucht PY 764 overleefden slechts elf passagiers, waaronder de voetballers Radjin de Haan (Telstar), Sigi Lens (Fortuna Sittard) en Edu Nandlal (Vitesse). De voltallige bemanning en 167 passagiers kwamen om het leven, waaronder veertien spelers van het Kleurrijk Elftal en hun coach Nick Stienstra, die trainer was van hoofdklasser RCH.

Jerry Simons lag bij zijn oma op de bank te slapen. “Zij maakte me wakker. Op de radio was een bericht geweest dat het vliegtuig was neergestort. Ik ga nooit van het ergste uit, dus ik dacht in eerste instantie: het zal wel meevallen, ze zullen wel een noodlanding hebben gemaakt. Toen ik hoorde dat er een aantal doden was gevallen, stond ik er nog steeds niet echt bij stil. Totdat ik de namen van de slachtoffers hoorde. Het werden er steeds meer. Daarna was het één grote chaos in Suriname. Mensen in Nederland wisten beter te vertellen wat er aan de hand was dan wij.”

Hille Fräser werkte als vakantiekracht in de Rotterdamse haven. Een collega vertelde hem tijdens de pauze over de ramp. “Ik heb meteen naar huis gebeld, maar niemand zei wat. Ik heb vervolgens mijn spullen gepakt en ben naar huis gerend. Van de Rijnhaven naar ons huis in Spangen is toch gauw tien kilometer, maar op zo’n moment word je gewoon niet moe. Ik was helemaal bezweet toen ik thuiskwam. De tranen rolden over mijn wangen. Voor ons huis stonden allerlei mensen. Op de televisie was Wendels foto voorbij gekomen. Ik ben meteen weer weggegaan, het park in. Ik moest alleen zijn. In mijn hele leven heb ik misschien drie biertjes op. Maar toen heb ik in één keer een hele fles whisky leeggedronken.”

Vingerkootje
Simons ging naar het ziekenhuis waar de slachtoffers van de ramp lagen. “Daar zag ik mijn beste vriend liggen in een lijkzak. Dat was heel heftig. Het onderste gedeelte van Wendels tanden waren donkerder dan het bovenste gedeelte. Ook had hij een vingerkootje dat wat hoger zat. Alleen daaraan en aan zijn ring kon ik hem identificeren. Verder was hij niet herkenbaar.”

De spelers van het Kleurrijk Elftal werden herdacht met een grote dienst in de Amsterdamse RAI. Wendel Fräser werd begraven op de Zuiderbegraafplaats in Rotterdam-Zuid. De spelers van RBC droegen hun collega naar zijn laatste rustplaats, een clubvlag lag over de kist. De supportersvereniging van RBC was met een volle bus gekomen. Hille Fräser vond de uitvaart verschrikkelijk, zegt hij in Eindbestemming Zanderij. “Er speelden zich dramatische scènes af. Er wilden zelfs mensen in het graf springen. ik had geen vader en nu was ik ook mijn broer kwijt. Dat kon ik op dat moment niet aan.”

Supportershome oude stadion RBC
In De Luiten, het oude stadion van RBC, stond ter nagedachtenis aan de populaire aanvaller een muurschildering op het supportershome, dat ook naar hem was vernoemd. Tot het faillissement van de Roosendalers hing in de businessruimte van het nieuwe stadion een grote portretfoto van Wendel Fräser. Nu zijn er in het stadion geen zichtbare herinneringen meer aan de voormalige publiekslieveling. De supportersvereniging van RBC reikt nog wel elk jaar de Wendel Fräser-bokaal uit aan de beste speler van het seizoen, ook nu de club op amateurniveau speelt. Jimmy Simons won de bokaal in 1994 en 1995. “Het was een hele eer om hem twee keer te mogen winnen, omdat Wendel echt een goede vriend was van Jerry en mij.”
Wendel Fraser Bokaal
“Het was erg heftig, de grootste vliegtuigramp uit de Surinaams geschiedenis”, zegt Jerry Simons. “Ik heb de gebeurtenissen van toen een beetje van me afgezet. Maar Wendel zal ik nooit vergeten. Ik zal altijd mooie herinneringen aan hem blijven houden.”

Kleurrijk Elftal 1989

De vijftien omgekomen leden van het Kleurrijk Elftal

Dit artikel verscheen eerder in Hand in Hand, magazine FSV De Feijenoorder, van juni 2014.

Foto’s: Archief Spartaan ’20, archief Sportclub Feyenoord, Arthur Verbraak (supportersvereniging RBC)

In Staantribune #5 staat een uitgebreid portret van Andro Knel. De oud-speler van Sparta en NAC wordt nog altijd geëerd met een wedstrijd tussen supporterselftallen van deze clubs om de Andro Knel Bokaal.