FC Den Haag won vandaag in 1976 met 4-2 van het roemruchte West Ham United in de kwartfinale van de Europa Cup II . In Staantribune #8 staat een Haagse terugblik met supporter Harm Huttinga en Jan-Hermen de Bruijn (62), de assistent-manager van destijds, op het historische tweeluik tegen de Hammers.

“Direct na de loting vloog ik naar Londen om West Ham tegen Queens Park Rangers te bekijken”, vertelt De Bruijn, tegenwoordig hoofdredacteur van Elf Voetbal Magazine. “Ik werd zo vriendelijk ontvangen op de club, dat ik meteen een zwak kreeg voor West Ham. Voor de heenwedstrijd in Den Haag vloog ik nog een keer naar Londen om de kaarten uit te wisselen. Nu printen we dat op de club of krijgen de fans een ticket per e-mail, maar toen vloog ik op en neer met een koffertje. Naar Londen toe zat dat vol met kaartjes voor de Engelse fans die naar FC Den Haag – West Ham kwamen en op de terugweg nam ik de kaarten mee voor onze supporters die richting Upton Park gingen. En ja, als vrijwilliger betaalde ik gewoon die vliegtickets van mijn eigen geld. Zo ging dat toen.”


Aad Mansveld
Op 3 maart 1976 is de heenwedstrijd op het Zuiderpark. De Engelsen komen naar Nederland en dat heeft Den Haag geweten. Eerst wordt er op de Grote Markt een café kort en klein geslagen en ook op de tribune breken kleine relletjes uit met ontzettend dronken Engelsen. Een fenomeen dat we in Nederland dan nog niet zo goed kennen. Huttinga: “Ik had gelukkig weinig last van de relletjes op de tribune. Het spektakel vond immers plaats op het veld. Dankzij drie doelpunten van Aad Mansveld en een goal van Lex Schoenmaker stond het bij rust al 4-0. Op de tribunes keken we elkaar aan. ‘Wat kan ons nu nog gebeuren’, dachten we. We rollen dit West Ham op.” Maar het zou anders lopen…

Lees het hele artikel over de legendarische uitwedstrijd van FC Den Haag tegen West Ham United in Staantribune #8, na te bestellen in de webshop.

Op Boleyn Ground hoorden de supporters uit Den Haag enige malen het clublied van West Ham: I Am Forever Blowing Bubbles. De tekst van het lied is in 1918 geschreven voor de Amerikaanse musical The passing show of 1918. De musical flopte en het liedje dreigde een stille dood te sterven. Een paar jaar later bracht Dorothy Ward het liedje op de planken in de theaters van Londen. Deze keer sloeg het wel aan en het nummer werd een succes.

In die tijd speelde Billy ‘Bubbles’ Murphy in de jeugd van West Ham. Billy dankte zijn bijnaam aan de bos krullen op zijn hoofd. In diezelfde periode was er een lokale firma die reclame maakte met billboards voor ‘Pears soap’. Op die posters stond deze zeep afgebeeld met bubbles, maar ook een jongetje met krullen in zijn haar. Voorafgaand aan een jeugdwedstrijd van The Hammers op Upton Park, waarbij maar liefst 30.000 mensen aanwezig waren, werd een lokaal bandje gevraagd om het nummer voor de populaire Murphy te spelen. Zo vielen de puzzelstukjes samen. Een manager van West Ham besloot daarna dat dit lied voor elke thuiswedstrijd moest worden gespeeld. Een plaatselijke band heeft dit veertig jaar achtereen gedaan. Ondanks alle veranderingen op muzikaal gebied, zijn het de supporters die deze traditie al bijna een eeuw in stand houden.

En hoe ging het verder met Billy Murphy? Ondanks zijn talenten schopte hij het nooit tot het eerste elftal van The Hammers. Maar zijn mythe leeft, na negentig jaar, nog altijd voort in de harten van de supporters. Bobby Moore heeft West Ham groot gemaakt, maar Billy ‘Bubble’ Murphy verdient ook een standbeeld.