Ajax, Real Madrid, AC Milan, Schalke 04. Klaas-Jan Huntelaar speelde bij vier topclubs in vier verschillende Europese competities. In Staantribune #3 vertelt de spits, die vanavond met zijn huidige club op bezoek komt in Amsterdam, openhartig over zijn speciale band met supporters, de Nederlandse speelstijl, de Italiaanse volksaard, de Spaanse leefstijl en de Duitse media.

Een club is een soort vrouw
“Als je voor een club speelt, moet je een bepaalde binding hebben. Het eerste jaar bij Schalke 04 was mooi, maar ik had toen nog helemaal geen binding met die club. Daarna begon ik een beetje iedereen te kennen. Toen voelde ik meer eenheid. Dat gevoel probeer ik altijd te creëren bij een club. Dat is er niet altijd vanaf dag één. Want het is niet zo dat ik op mijn tiende droomde om in het eerste van Schalke 04 te spelen. Ik was gek van Ajax.”
1S1A4759
Werd je in het tweede seizoen bij Schalke 04 daardoor ook beter of waardevoller?
“Op de een of andere manier kan ik mezelf dan meer geven. Het is net als een relatie met een vrouw. Je gaat eerst een keer op stap en trakteert haar op een colaatje. Dan koop je een keer een mooie ketting voor haar. Zoiets groeit door de jaren heen. Qua gevoel komt het nu dichter bij de honderd procent dan wanneer ik ergens word gedropt en om me heen zit te kijken. Als je bij een andere familie binnenstapt, zeg je ook niet: hier ben ik, boem, ik ga even het woord voeren.”


Van Heerenveen naar Ajax
Binnenlandse transfers hebben Huntelaar nooit aanpassingsproblemen opgeleverd. Zelfs niet toen hij als dorpeling van sc Heerenveen naar Ajax ging en de luwte van de provincie verruilde voor de harde prestatiecultuur van de stad. “Dat ik me meteen thuis voelde bij Ajax, kwam door mijn prestaties. Als ik niet meteen doelpunten had gemaakt, weet ik niet hoe ik me dan had gevoeld. Presteren is het belangrijkst. De rest loopt wel.”

Haastig neemt hij een slok, om zijn enthousiaste woordenstroom niet te lang te hoeven onderbreken. “En voor mij was spelen voor Ajax ook nog datgene wat ik altijd al wilde. Wat je binnen handbereik hebt, wil je pakken ook. Voor mij was het: hup, ik pak het gelijk. Het was geen wraak op PSV. Maar wel lekker. Zo van: zie je wel. De bevestiging voor mezelf. Bij PSV wist ik: daar kom ik niet doorheen. Dat merkte ik aan alles. Hoe ik werd benaderd. Toen vond ik dat heel gek. Als ik nu terugkijk, kan ik het wel begrijpen. Voor de positie van keeper en spits zoeken clubs zekerheid.”

Van het tweede elftal van PSV naar AGOVV, was dat geen cultuurschok?
“Helemaal niet, eigenlijk. De club speelde voor het eerste jaar in het profvoetbal. Voor mij was het iets positiefs dat ik elke week speelde op een niveau wat ertoe deed. Het was lekker met voetbal bezig zijn. De rest was helemaal niet belangrijk. Ik had een contractje. Ik maakte me eigenlijk niet echt druk, maar ik wilde wel presteren. In mijn ogen was het bij wijze van spreken de eredivisie. Dat gevoel. Het was voor het eerst dat ik me echt belangrijk voelde voor een team, op de jeugd na dan.”

Heb je soms heimwee naar die tijd?
“Nee. Het was mooi, maar ik heb nooit echt heimwee ergens naar gehad. Omdat ik toch steeds vooruitging. Al kan ik soms wel terugverlangen naar de jeugd. De échte jeugd, voordat ik bij een profclub zat. Toen was ik negen jaar. Die tijd was het leukst. Helemaal geen druk, niks. Lekker een wedstrijdje spelen in het weekend. Als het even kon speelde ik er drie. Dan was ik de hele dag op de club. Dat was gewoon het mooist. Maar, ik kijk niet meer met die kinderogen van toen. Als ik nu terugga naar die amateurclub, speel ik niet meer in de jeugd. Dan zit ik al bij de veteranen. Dan heb je overgemotiveerde senioren die je van achteren neer willen maaien.”

1S1A4654
Lukt het om de liefhebber in jezelf te behouden als je zo lang aan de top speelt?
“De liefhebber zit er altijd wel in. Ik wilde altijd trainen, zo veel mogelijk voetballen. Maar naarmate ik ouder word, krijg ik steeds meer het idee dat ik mijn jeugd afsluit. En daarbij ook een beetje mijn voetbalcarrière. In de jeugd was ik altijd aan het voetballen, ik zoog alles op wat met voetbal te maken had, ik wist alles van voetbal, ik volgde alles. Naarmate ik ouder word, is dat ietsjes minder. Ik vind dat wel jammer.”

Pardon? Heb je steeds meer het gevoel dat je je voetbalcarrière afsluit?
“Als ik mijn voetbalcarrière heb afgesloten, heb ik voor mijn gevoel ook meteen mijn jeugd afgesloten. Dan pas begint mijn volwassen leven. Dat is het, denk ik. In eerste instantie is een voetballer niet aan zijn carrière aan het bouwen, dan is het meer plezier, genieten. Op een gegeven moment wordt het dan je carrière, je werk eigenlijk. Maar ik zie het niet echt als werk.”

Ben je bang voor het einde van je loopbaan?
‘Nee, als dat moment komt, dan komt het.’

Lees het volledige interview van redacteuren Teun Meurs, Hein Meurs en Hielke Biemond met Klaas-Jan Huntelaar, met schitterende foto’s van Thijs Brouwers, in Staantribune #3, na te bestellen in de webshopmockup_cover_nr03