Vanaf het moment dat ik kan lezen, lees ik alles wat met Johan Cruijff te maken heeft. Waar vriendjes vroeger rondliepen in shirtjes van Batistuta en Rivaldo, liep ik rond in een retroshirtje van het Nederlands Elftal met nummer 14 achterop.

Cruijffs bekendheid bleek eens te meer bij zijn overlijden. De dag na de aanslagen in Brussel, werd ik hierover door geen enkele Chinees aangesproken. Ondanks dat ik de enige Europeaan op de school was waar ik toen werkte. Dat verbaasde mij enorm. De afstand tussen Europa en China voelde op dat moment heel groot, de afschuwelijke gebeurtenis leek volledig langs de Chinezen heen te gaan.


De dagen na het overlijden van Johan Cruijff daarentegen begonnen het schoolhoofd, taxichauffeurs, uitbaters en zelfs een achtjarige leerling hierover. En dat in een land zonder noemenswaardige voetbalhistorie. Later in het jaar bezocht ik Noord-Korea en zelfs daar bleken mensen Cruijff te kennen en wisten mensen dat hij was overleden. Bijzonder, maar ja, da’s logisch.

Door de in het verleden behaalde resultaten van het Nederlands Elftal genieten ook veel andere Nederlandse oud-voetballers een enorme status in het buitenland. Dat werd mij duidelijk toen ik vorig jaar bij Qingdao Red Lions met Jan Poortvliet ging samenwerken.
Overal waar we kwamen werden de rode lopers uitgerold en kreeg Jan de vraag of hij alsjeblieft mee uit eten zou willen. Van taxichauffeurs die op de foto wilden tot hoge ambtenaren die hun gehele middag vrijmaakten – voor zover die bij Chinese ambtenaren vol gepland staat – om met Jan over voetbal te kunnen praten. En iedere keer vertelde Jan de verhalen over de persoonlijke duels met Maradona, Kempes, Platini en Cruijff alsof het de eerste keer was. Op zichzelf al een belevenis.

Jan ademt voetbal. Het geven van training aan jong of oud, goed of slecht, Jan was hier altijd toe bereid. Al is het midden in de nacht, als er een interessant voetbalwedstrijd is, kijkt Jan. En daarbij is Jan nog steeds enorm fit. Bijzonder om te zien dat een trainer van boven de zestig alle oefeningen nog steeds moeiteloos voor kan doen.
Tijdens een avondtraining rolde een bal richting Jan, een metertje of dertig van het doel. Ik vroeg Jan plagend of hij nog steeds op commando de lat kon raken. Jan antwoordde dat dat een gevoel is dat je in je voeten hebt zitten, en begon over zijn tijd bij Roda JC waarin hij dagelijks ballen van flinke afstand op de lat schoot. Jan wist niet meer of hij dat gevoel nog had. Een minuut later hoor ik dezelfde bal heel rustig op de lat landen en zie ik Jan voorbijlopen, terwijl hij mompelt dat hij nu maar beter direct van het veld kan lopen. Het ‘gevoel’ was er nog wel degelijk.

Ook aan Jan was te zien dat hij erg moest wennen aan het Chinese voetbal, zelfs als je overal ter wereld hebt gevoetbald en getraind. Het Chinese voetbal is een wereld op zichzelf.
Een doorsnee lid van onze selectie van vorig seizoen ontving een maandsalaris waarvan je in China prima kunt leven. De beste spelers van de stadscompetitie verdienen salarissen waarmee ze niet onderdoen voor voetballers uit de Jupiler League, terwijl het leven in China een stuk goedkoper is. Helaas betekent dat niet dat het voetbal kwalitatief en qua professionaliteit te vergelijken is.

Zo laten de meeste voetbalaccommodaties te wensen over. Vrijwel alle Chinese (amateur)voetbalwedstrijden worden op kunstgras afgewerkt, vaak van bedroevende kwaliteit, en van douchen na inspanning hebben de meeste Chinese voetballers nog nooit gehoord.

Kleedkamers zoals in Nederland zijn niet voorhanden, en het ballenhok (mocht die al aanwezig zijn) wordt vaak ook gebruikt als kleed-/vergader-/massageruimte. Aangezien de meeste Chinese voetballers het adagium ‘liever lui dan moe’ tot kunst hebben verheven, draaien de masseurs overuren.
Ook de omgang met Moeder Natuur verloopt hoogst eigenaardig. Het vallen van twee druppels regen staat gelijk aan meerdere belletjes naar de trainers met de vraag of er wel wordt gevoetbald gaat worden, aangezien veel Chinezen ervan overtuigd zijn dat voetballen in de regen leidt tot griep en verkoudheid. En zelfs met een brandende zon zie je nog Chinese voetballers voetballen met een legging/lange broek aan tegen de kou.

En ook bij harde wind willen veel spelers niet voetballen. Het opvliegende zand en stof zou immers schade aan de longen toebrengen. En dat terwijl veel Chinese voetballers roken alsof hun leven ervan afhangt. Sommige Chinese voetballers leggen nog net niet hun brandende sigaret op de zijlijn om gedurende de partij even een trekje te nemen.

Tel daarbij de gewoonte op om, zeker in bierstad Qingdao, iedere maaltijd met bier weg te spoelen en je krijgt een idee van de fitheid van de gemiddelde Chinese voetballer. Het veranderen (lees: professionaliseren) van dit gedrag is uiteraard een hele klus.
Gelukkig is er ook een aantal zaken exact hetzelfde als in de rest van de (voetbal)wereld. Vrijwel alle spelers hebben één of meer mooie Chinese vriendinnen (die gedurende de trainingen in de auto blijven zitten, voorovergebogen over hun veel te grote telefoon), er wordt onderling continu over geld geluld, veel spelers zitten onder de tatoeages en de parkeerplaats bij het sportpark staat iedere dag vol met blinkende snelle auto’s in alle soorten en maten. In China gaan het materialisme en communisme hand in hand.

En er wordt natuurlijk ook gevoetbald. Afgelopen maand zijn wij met Qingdao Red Lions (met B-keus) uiteindelijk vierde geworden in het bekertoernooi en zijn er ter voorbereiding op de stadscompetitie meerdere vriendschappelijke wedstrijden gespeeld.

Een aantal winstpartijen verder, lijkt het elftal klaar te zijn voor de eerste competitiewedstrijd op zondag 14 mei. Om in de geest van Johan Cruijff te blijven: als je één goal meer maakt dan de ander, dan win je.Jiā Yóu Qingdao Hong Shi! (Come on Qingdao Red Lions!)