Michel van Egmond. “Heb ik via Rob Jansen aan de lijn gehad. Zit de komende drie jaar vol.”
Hugo Borst. “Ook gesproken. Is druk met die oudjes.”
Marcel van Roosmalen, na een tip van Michel van Egmond. “Heeft het boek over Theo Bos geschreven. Die Van Rosmalen doet het misschien. Hij heeft al een titel: O-o-o-Oranje. Vanwege mijn spraakgebrek. Sterk, niet?”
Later: “Van Rosmalen heeft het ook te druk.” Conclusie: “Ik ben te onbekend voor de grote namen. Naast schrijvers staan ook uitgeverijen niet in de rij voor Martin Laamers, heb ik al gemerkt. Tja, komt allemaal door mijn klotespraak…”

Eén keer – herfst 2016 – had ik Martin Laamers, voor het supportersmagazine van Vitesse, geïnterviewd. “Heb je thuis al gezegd dat het nachtwerk wordt?” stotterde de oud-voetballer van FC Wageningen, Vitesse en Oranje (tweemaal) in de deuropening.

Ik schrok die avond van zijn haperende spraak. Aan het begin van woorden bleef hij hangen, soms erg lang, alsof iemand op een repeatknop had gedrukt. ‘Vechten’ noemde hij dat vastlopen. Beter was het om dan opnieuw te beginnen, maar daar miste Martin de rust voor.
Aan de keukentafel vertelde hij openhartig en urenlang over hoe hij met dat stotteren had geworsteld, altijd angst voelde, “altijd maar bang om te praten”. Altijd zoeken naar manieren om moeilijke woorden te omzeilen of praten in het zijn geheel te ontwijken. Maar nu had hij wel schijt aan dat stotteren. “Mag ook wel, na een halve eeuw. Ik maak er grapjes over, om de spanning bij mezelf en de ander weg te halen.”

“Maar dit moet geen interview worden over stotteren”, benadrukte Martin. “Leg de focus op mijn voetbalcarrière, die mooi was. Ik wil niet zielig overkomen.” Misschien toch nog geen honderd procent schijt.

Tijdens een toevallige ontmoeting – herfst 2017 – vertrouwde Martin me toe dat hij een boek wilde laten schrijven (“Ik wil mijn verhaal doen, vertellen wat de impact van een spraakgebrek is. Al mijn maatjes bij Vitesse zijn hoofdtrainer geworden. Bos, Sturing, Van den Brom. Voor mij zat het trainerschap er niet in. En niet alleen trainer, voor heel veel baantjes ben je kansloos. Stotteren is gewoon een handicap. Ik wil daar aandacht voor.”). Probleem: Martin kon geen schrijver vinden.

Een dag later stuurde ik Martin een mailtje met de boodschap: ik wil jouw boek schrijven. Na maanden van heen en weer mailen, belletjes, sms-jes en een als sollicitatiegesprek aanvoelende afspraak, zei Martin: “Schrijf het maar.”

Belangrijker dan een goede schrijver was – volgens Martin – op televisie komen. “Je moet in de picture komen, anders maak je een boek dat niemand leest. Lijkt me zonde van de moeite.”

Om op televisie te komen moest hij a) eerst uitgenodigd worden en b) zijn grootste angst overwinnen. Namelijk stotteren op televisie. “Als speler sprintte ik weg voor microfoons en camera’s, omdat ik niet stotterend op tv wilde. Niemand mocht het weten. Schaamde me. Maar dit keer is het anders. Dit keer ga ik de camera’s opzoeken in plaats van uit de weg.”

Martin boorde zijn netwerk aan. Via Rob Jansen kwam hij in contact met twee talkshowpresentatoren. De eerste heette Humberto Tan. “Humberto vindt het een mooi onderwerp en zegt: kom maar langs.” Helaas voor Martin werd Humberto eind vorig seizoen als een geen punten scorende voetbaltrainer van de RTL Late Night–tafel geveegd. Bleef over het contact met Wilfred Genee, die Martin als gast wilde ontvangen in Veronica Inside. Wel met de waarschuwing dat Johan Derksen en René van der Gijp hem niet sparen zodra er een stottergrap in hen opkomt.

In De Gelderlander werd Martins te verschijnen boek ondertussen aangekondigd als een ‘coming out’ van zijn verborgen gehouden spraakgebrek. Op de website van de krant reageerde ene  ‘Ik heet geen Henk, maar Jan’: “In Arnhem hebben ze allemaal een spraakgebrek. Heb je Hofs en Janssen wel eens horen praten?” De poging tot humor was volgens veel beledigde ‘Ernummers’ mislukt. Verder waren de eerste reacties op zijn openhartige openbaring positief, aldus Martin, die “toch wel een beetje zenuwachtig was voor VI“. Gezonde spanning noemde hij het.

Vorige week maandag, aan het eind van de VI-uitzending, werd Martins komst voor de vrijdagavond aangekondigd door Wilfred Genee. Er volgden grappen van Derksen en een schaterlachende Gijp (“Hebben we een blokje minder of krijgen we extra zendtijd van ome John?”). Direct na afloop ontving Martin een appje van Genee: Martin, je komt nog wel?

Cliché, maar waar: afgelopen vrijdagavond kwam, zag en overwon Martin. Stotteren op televisie betekende de ultieme afrekening met zijn praatangst. Een leven lang werd hij geplaagd, zeg maar gerust gepest door een spraakgebrek. “Je schaamt je, bent de hele dag bezig met je spraak. Kom ik vandaag een beetje uit mijn woorden? Ontzettend vermoeiend, want die strijd voer je de hele dag. Erger dan het stotteren zelf, vind ik dat je niks durft te zeggen. Angst. Laat staan dat je iets loslaat over het verdriet wat met stotteren gepaard gaat. Nu ik accepteer dat ik stotter, praat ik pas. Soms misschien te veel, omdat ik wat in te halen heb en een babbelbox ben, eigenlijk. Dit boek is een verwerking, maar ook een boodschap voor stotterende kinderen. Doe wat ik eigenlijk veel te laat heb gedaan: accepteren dat ik stotter. Met het boek en er op televisie voor uit komen, zet ik er echt een streep onder… Sterker, ik heb de smaak te pakken. Misschien vragen ze me nu wel voor Temptation Island VIPS..”

O-o-o-Oranje – Leven met een spraakgebrek