De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Michele Santoni (assistent-coach Cagliari).

Debuut
De wedstrijd tussen Internazionale en Bari van 18 december 1999 is een duel dat geen Italiaans voetballiefhebber ooit zal vergeten. Het is de 88ste minuut, het staat 1-1, Vieri en Enyinnaya zijn de doelpuntenmakers. Inter zet druk, het is op zoek naar de winnende treffer. Uit het niets, van net buiten het zestienmetergebied van Bari, wordt een lange bal naar voren gespeeld.

Controle in de loop met de rechterhak, dan nog een keer met het hoofd, net binnen het strafschopgebied een dribbel met buitenkant rechts tussen Laurent Blanc en Christian Panucci en dan de afwerking op het door Fabrizio Ferron verdedigde doel. Goal! En wat voor een goal. Het is niet alleen 2-1 voor Bari, maar het is vooral de wijding van de 17-jarige Fantantonio, de fantastische Antonio Cassano, en dat onder de ogen van helden als Baggio, Zamorano en Zanetti.

Op die dag maakt de hele wereld kennis met de genialiteit en waanzin van het laatste groot talent dat Italië heeft gekend.

Honger
Om het fenomeen Cassano te begrijpen, moeten we teruggaan naar zijn jeugd. Geboren in het diepe zuiden van Italië, in Bari, een stad die tot twintig jaar geleden zo’n beetje het hoogste percentage criminaliteit en armoe kende, heeft Antonio tot zijn zeventiende honger geleden. Het voetbal werd al vroeg zijn redding. Op jonge leeftijd verdiende hij voetballend op straat zijn eerste geld. “Wil je winnen, dan moet je mij in het team nemen, maar dan moet je me ook betalen: drieduizend lire”, en zo gebeurde het ook, al was hij twee tot drie jaar jonger dan de anderen. Cassano was toen al zo goed, dat je met hem zeker was van de overwinning.

Oncontroleerbare genialiteit
2008, 17 februari. We leven in de 42e minuut van de tweede helft van de beladen Derby della Lanterna, de Vuurtorenderby van Genua. Het staat nog 0-0 en aan de linkerkant ontvangt Cassano de bal en begint aan een dribbel. Een, twee, drie mannen en dan verandert hij, op weg naar de achterlijn, nóg een keer van richting alvorens hij zijn laatste kunststukje vertoont met een fantastisch gelobde pass tot bij de tweede paal. Daar staat Maggio. Die heeft al meerdere kansen gemist, maar hoewel hij er twee pogingen voor nodig heeft, maakt hij het winnende doelpunt. Rennend achtervolgt het hele team Maggio die tenslotte onder de curva van Sampdoria juicht. In de andere hoek van het veld zit Antonio Cassano in zijn eentje op het gras. Hijgend, uitgeput. Denkend: “Eindelijk is het me gelukt.”

Bij iedere keer dat ik dit doelpunt terugzie, ontkom ik niet aan Johan Cruijff. De net uitgevoerde actie is een van de vele voorbeelden van de genialiteit van Fantantonio: totale controle over bal, ruimte en inzicht, in een combinatie van techniek en souplesse. Niemand is in de laatste jaren op het veld zo bepalend geweest als hij.

Als we Totti’s woorden mogen geloven, dan is Antonio Cassano de beste speler waarmee hij samenspeelde: “Niemand kon mijn loopacties beter lezen. En zo zal iedere voetballer die met Cassano samenspeelde, of dat bij Roma, Real Madrid of Sampdoria was, volmondig bevestigen dat, wanneer Antonio gemotiveerd was, hij in zijn eentje een wedstrijd kon winnen.”

Er zijn meer momenten waarop de vergelijking tussen Cruijff en Cassano in mijn hoofd opborrelt. Zeker ook vanwege de manier waarop zij over voetbal spreken. In een interview nam Cassano de lezer mee terug naar de wedstrijd Sampdoria – Reggina, die negen jaar eerder werd gespeeld. De door hem genoemde details die vorm geven aan de situatie zijn ongelooflijk nauwkeurig. Hij herinnert zich exact de posities van de spelers, teamgenoten en tegenstanders: “De bal moest bij Belluci komen, maar Aronica (verdediger van Reggina, red.) stond nog in de weg, dus had ik maar één mogelijkheid: tussen zijn benen door.”

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar niet voor Antonio Cassano: er volgt een schijn-schietbeweging waarmee de verdediger op het verkeerde been wordt gezet. Dan volgt de gewenste pass, precies tussen Aronica’s benen door. Daarna was het voor Bellucci simpel om te scoren. Natuurlijk, de assist was geniaal, maar tijdens Cassano’s uitleg trok toch iets anders mijn aandacht: ik was vooral onder de indruk van zijn manier van praten over voetbal.

Wanneer je de bal maar aan Cassano geeft, is alles simpel, bestaat er voor elk probleem een oplossing. Althans, in zijn optiek. In het voorgaande geval was het niet een dribbel langs drie verdedigers of een geplaatst afstandsschot, maar een (ogenschijnlijk) makkelijke pass tussen de benen van Aronica. Terwijl een normale speler waarschijnlijk niet eens had gezien dat Bellucci vrij stond.

Gebruiksaanwijzing
Zoals vaak bij geniale spelers, behoeft ook Cassano een gebruiksaanwijzing. Zijn voetbalkennis is zó groot en voor hemzelf vanzelfsprekend, dat hij van zijn medespelers, maar ook van de trainers eenzelfde denkniveau verwacht. In combinatie met zijn Latijnse temperament zorgde dat regelmatig voor leuke taferelen bij de clubs waar hij actief was.

Een van zijn favoriete slachtoffers was zonder twijfel Walter Mazzarri, destijds trainer van Sampdoria. Tijdens de wedstrijdbespreking voorafgaande aan de Europa League-wedstrijd Sampdoria – Sevilla beschreef de coach individuele karakteristieken van de tegenstanders. Mazzarri, normaliter zeer goed geïnformeerd over de Italiaanse voetballers, vergiste zich in de duiding van het aanvalsduo van Sevilla. Beter gezegd: hij was de naam van spits Luis Fabiano vergeten. Dat ging Cassano volstrekt te ver. Hij stond op en stapte met een “Trainer, zoek het maar uit, amateur” weg van de bespreking. Niemand die iets durfde te zeggen en ook de trainer nam geen actie: Fantantonio was die avond gewoon basisspeler.

‘Juich met mij mee’
Voor Cassano mocht zo’n wedstrijdbespreking nooit te lang. Hij was ervan overtuigd dat je een wedstrijd op het veld moest voorbereiden. Geen enkele voetballer houdt van lange besprekingen, maar alleen Cassano durfde de verantwoordelijkheid te nemen om zo’n bespreking te onderbreken: “Trainer, zorg dat de bal bij mij komt, en juich daarna met mij mee.” Vervolgens zocht hij de weg naar de gereedstaande bus.

Nog altijd is het in Italië bij verreweg de meeste clubs gebruikelijk om de wedstrijdtactiek voor te bereiden met een 11 tegen 0-oefening om zodoende zonder weerstand spelpatronen te implanteren. Antonio was daar geen voorstander van: “Als er geen tegenstander is, kan iedereen voetballen, maar zondag kunnen we niet eens de bal naar elkaar spelen.”

Ook bij Sampdoria was de 11 tegen 0-formule een gewoonte, en wanneer deze oefening werd uitgevoerd, had Cassano permissie om met een andere trainer te gaan afwerken, zonder dat dat gevolgen had voor zijn meespelen op zondag. Hij was zoals altijd gewoon basisspeler.

Voetbalkenner Cassano
Vandaag de dag zit de inmiddels 35 jaar oude Cassano thuis, officieel nog op zoek naar een club, maar wetend dat de kans erg klein is dat hij weer op de velden te bewonderen zal zijn. Daarbij komt ook nog dat Antonio een echte familieman is en dus graag in Genoa en omgeving wil blijven.

In een van zijn laatste interviews zei hij wel iets te zien in de rol van talentenscout. In het verleden bewees hij al oog te hebben voor talent. Zo legde hij bij de Sampdoria directie druk om Soriano (destijds B-junior) door te schuiven naar het eerste elftal. “Directeur, de factor leeftijd telt niet, Soriano kan beter ballen dan je laatste vijf aankopen bij elkaar.” Eenzelfde waarneming doet hij wanneer hij de Tsjech Schick voor het eerst ziet meetrainen: “Directeur, de laatste vijf aankopen waren mislukkingen, maar deze heb je goed gekozen.”

Aldus het fenomeen Antonio Fantantonio Cassano. Door velen aanbeden, door velen verguisd. Beroemd om zijn genialiteit, berucht om zijn strapatsen. Maar zonder meer een niet te onderschatten voetbalpersoonlijkheid en, op zijn manier, onomstotelijk een groot kenner van het vak.

Michele Santoni