“Verrast was ik zeker. Misschien zelfs wel even verbijsterd. Het stond er gewoon nog en de grasmat glinsterde alsof de eerste competitiewedstrijd nog moest beginnen.”

Het is een bewolkte donderdagmiddag als Henk ten Cate en Piet Hamberg op de rijksweg vanuit oostelijke richting Wageningen naderen. Tussen de ruitenwissers door verschijnen – boven het bomenlandschap – twee lichtmasten, die zich zonder aankondiging dertig jaar terug in de geheugens van twee zestigers werpen. “We zijn ook zachter gaan rijden. Auto’s achter ons zullen zich afgevraagd hebben wat ons bezielde.”

De passagiers zijn veranderd in een getalenteerde rechtsbuiten van Go Ahead Eagles (links) en een blonde middenvelder (rechts), die zojuist – op het naderende hoofdveld, voor het oog van tienduizend toeschouwers – in de 89e minuut PSV uit het bekertoernooi heeft geschoten.

“Alsof je na jaren een fotoalbum terugvindt en voorzichtig door de stroeve bladzijdes begint te bladeren. Ken je dat gevoel? Als kwajongens hebben Piet en ik bij hoofdingang over de poort gekeken, terwijl we sinds het zien van de lichtmasten al niets meer tegen elkaar hadden gezegd.”

Een half jaar later voelt alles gewend. Ten Cate en Hamberg genieten van de zon, terwijl op het veld een elftal – bestaande uit negentien Arabieren, drie Brazilianen, een Spanjaard, een Peruaan (Jefferson Farfán) en een Amsterdammer (Moubarak Boussoufa) – zich in het zweet werkt. Al-Jazira Club bereidt zich voor op het nieuwe seizoen en verruilt voor twee weken thuishaven Abu Dhabi voor het verlaten stadion, met naastgelegen hotel.

Het trainingskamp zorgt voor veel bekijks op De Berg, terwijl het verblijven in Nederland voor een groot deel van de spelersgroep juist als een schoolreis voelt. Twee keer per dag traint de selectie, maar ’s avonds en in het weekeinde mag het gaan en staan waar het wil. Voor het Nederlandse deel van de trainersstaf een mooi moment om bij familie te verblijven, terwijl de spelers en overige staf het nachtleven induiken.

Het levert – voor het normaliter niet zo bruisende uitgaanscentrum van Wageningen – bijzondere taferelen op. Met name de uit het Midden-Oosten afkomstige spelers nemen het ervan en genieten van de Nederlandse vrijheden. Meisjes uit de bediening worden naar het spelershotel gelokt en bij het passeren van de coffeeshop wordt er standaard even geposeerd. Wanneer de spelers vanwege een vroeg ochtendprogramma het hotel voor een avond niet mogen verlaten, krijgt een pizzabezorger als dank vijftig euro fooi.

Omdat ik maar al te goed besefte dat het verblijf bijzonder was, meldde ik me als vrijwilliger aan voor het veldonderhoud. In die hoedanigheid het trainingskamp volgen was al boeiend, maar vanwege mijn bijbaan in een café was het bij de ochtendtraining met veel spelers vaak een feest der herkenning. Vooral met het overige gedeelte van de staf – bestaande uit een Portugese en Engelse assistent – ontstond een bijzondere verstandhouding, omdat ze vaak tot ver na sluitingstijd aan de bar bleven hangen.

Regelmatig voegde ook de keeperstrainer zich bij dit gezelschap, tegen wie ik erg opkeek. Het was voormalig Arsenal-doelman Manuel Almunia, die door een hartafwijking zijn carrière een jaar eerder had beëindigd. Tot mijn verbazing was de Spanjaard erg gecharmeerd van onze werkpolo’s met het logo van Guinness erop gedrukt. Op de laatste avond van het trainingskamp, kwam hij met een Albert Heijn-tasje en voorstel naar me toe. Twee gedragen wedstrijdshirts, in ruil voor mijn kroegtenue. Een aanbod dat ik – na toestemming van mijn baas – natuurlijk niet kon weigeren.

Met de door Al-Jazira tegen Go Ahead Eagles gedragen wedstrijdshirts in mijn bezit, speelden we als afsluiting de volgende ochtend met de vrijwilligers een oefenpotje tegen de trainersstaf. Aan Wageningse zijde was onder meer oud-prof Armand Mannen opgetrommeld, die als taak had Henk ten Cate af te stoppen. Dat ging negentien minuten goed, tot Almunia met een leep balletje de op dat moment kandidaat-bondscoach van Oranje alleen voor de doelman zette: 1-0. Het betekende ook gelijk de laatste actie van het duel, want enkele uren later vloog de ploeg terug naar de Verenigde Arabische Emiraten.

Of de twee Wageningse weekjes zinvol waren? Al-Jazira werd voor het eerst sinds 2011 weer landskampioen en eindigde als vierde in de Aziatische Champions League, nadat in de halve finale Real Madrid te sterk was. Of Manuel Almunia nog vaak in zijn Guiness-shirtje door het paleis van Mansour bin Zayed Al Nahyan heeft gelopen, is niet bekend.