In het Staantribune Museum wordt elke week iets ‘bijgezet’. Heb jij een bijzonder item met een leuk verhaal erbij? Stuur dan een mail mét foto van het voorwerp naar info@staantribune.nlDeze week: de Gouden Voetbalgids van Staantribune-volger Leon Janssen Lok.

Tijdens het opruimen van de kerstspullen kwam ik ‘m tegen. In een doos met andere relikwieën uit mijn jeugd. Trofeeën van het plaatselijke Paasdamtoernooi, de groene en blauwe band van het judo, de kalender met alle elftalfoto’s ter ere van het 75-jarig bestaan van mijn eigen voetbalclub en – ach – de onverwoestbare ijzeren zooltjes uit mijn basisschoolperiode. Tussen al die spullen lag ook de Standaard Gouden Voetbalgids. Een titel zonder franje, maar tegelijkertijd zo alleszeggend.

Ik weet niet meer hoe ik aan het boek ben gekomen. Had ik het van mijn ouders gekregen, van mijn eigen spaargeld gekocht, was het een bestseller in die tijd? Wat ik nog wel weet is dat ik het boek van a tot z heb gespeld, tot in den treure. Het moet in 1982, 1983 of 1984 zijn geweest, dat het in mijn gelukkige bezit is gekomen. Een tijd die belangrijk geweest moet zijn, want ik weet nog altijd veel van die periode. Het was mijn brugklastijd, in mijn Spotify-lijst van all time favorites staan opvallend veel nummers uit die tijd met Karma Chameleon, Goodnight Saigon, Love of the common people en hits van Peter Schilling, David Bowie en natuurlijk Michael Jackson. Ik bezocht met mijn vader de legendarische Europacup-wedstrijd van NEC tegen Barcelona en Paolo Rossi werd namens Italië topscorer op het WK voetbal. Het waren ook de jaren dat Oranje net als nu de grote toernooien miste. En dat Nederland twee keer tweede van de wereld was geworden, leek voor mij iets uit een heel ver en grijs verleden.

Het was ook de tijd dat ik indrukwekkende overzichten bijhield van de scores die de spelers uit de eredivisie wekelijks kregen in de Voetbal International, zodat ik niet tot halverwege of tot het einde van het seizoen hoefde te wachten wie de beste spelers van dat seizoen waren. Dat ik in de D1 speelde, en dat we helemaal naar het verre Oss moesten om daar te spelen tegen teams met voor mij exotische namen als Ruwaard en Margriet.

Maar goed, de Gouden Voetbalgids dus. Geschreven door François Colin en Lex Muller, die ik toen natuurlijk niet kende, maar waarvan ik nu weet – toegegeven, ik moest er wat voor googelen – dat het gelouterde sportjournalisten zijn. Een naslagwerk vanjewelste met bijna vierhonderd pagina’s vol beschrijvingen van Nederlandse en Belgische clubs en àlle uitslagen van alle wedstrijden in de Europa Cup I, Europa Cup II en de UEFA Cup tot en met 1981. Van alle finales waren de opstellingen en doelpuntenmakers opgenomen. De uitslagen van 1982 heb ik er in een kriebelig handschrift zelf nog bijgeschreven.

Aan alle Europese landen werden een aantal pagina’s gewijd, evenals aan een flink aantal landen uit andere delen van de wereld. In het afsluitende hoofdstuk ‘Allerlei’ was een lijstje opgenomen met de hoogste transferprijzen door de jaren heen. Diego Maradona was toentertijd de duurste speler aller tijden. In 1981 maakt hij voor 25 miljoen gulden de overstap van Argentinos Juniors naar Boca Juniors. “Het zal duidelijk zijn dat zulks in termijn geschiedt”, schreven de auteurs nog.

Die Gouden Voetbalgids, die mij inspireerde tot het naspelen van hele Europacuptoernooien. Op mijn zolderkamer, waar tal van modelvliegtuigjes aan het plafond hingen en een van de schuine wanden volledig bedekt was met posters met de elftalfoto’s van alle betaaldvoetbalclubs (want die sierden toen nog wekelijks de middenpagina van de VI), speelde ik de toernooien na op mijn tafelvoetbaltafel.

De namen van alle clubs werden op kleine strookjes geschreven en na loting werden er dan duels op leven en dood uitgevochten. Meestal door het nemen van penalty’s. En dan kon het zomaar zijn dat de finale ging tussen het Luxemburgse Jeunesse Esch en het Joegoslavische Hajduk Split, of tussen het Tsjechoslowaakse Dukla Praag en het Bulgaarse Trakia Plovdivg. En wat te denken van Aberdeen, Ujpest Dozsa, Ipswich Town en Rapid Boekarest, die een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Ik weet zeker dat ik aan die tijd mijn indrukwekkende topografische kennis heb te danken, evenals mijn interesse voor het lezen van een blad als Staantribune.

Toen ik pas geleden I believe in miracles – de documentaire over de legendarische successen van Nottingham Forest en hun markante coach Brian Clough aan het einde van de jaren zeventig – keek, begonnen de herinneringen aan De Gouden Voetbalgids langzaam op te borrelen. Is het toeval dat ik ‘m kort daarna weer tegenkwam, of was ik er onbewust naar op zoek? Het voetbal zelf kan me vaak gestolen worden, maar van het lezen over voetbalcultuur en -tradities kan ik nog altijd geen genoeg krijgen. Glorie kan mij niet vergaan genoeg zijn.

Heb jij net als Staantribune-volger Leon Janssen Lok een bijzonder item met een leuk verhaal erbij? Stuur dan een mail mét foto van het voorwerp naar info@staantribune.nl!