Vanaf vandaag tot en met komende zondag organiseert Staantribune de tentoonstelling Shirts of Cult, more than just a football shirt. In aanloop naar dit evenement publiceren wij odes aan bijzondere tenues. Vandaag: Staantribune-redacteur Matthijs Snepvangers over het shirt van Portugal.

Het zal het Europees Kampioenschap van 2000 zijn geweest dat ik het nationale tricot van Portugal voor het eerst in volle glorie zag. Daar ligt een simpele beredenering aan ten grondslag. Het football is coming home-toernooi van 1996 was het eerste toernooi dat ik volgde. Ik was een basisschoolscholier. Die staan bekend om hun gebrek aan modebewustzijn en kleurencombinaties als bordeauxrood-groen worden nog niet op waarde geschat. Het wereldkampioenschap van 1998 deed de Portugese equipe niet mee. In 2000 had ik inmiddels de stap naar de middelbare school gemaakt en zag ik de pracht en praal van het shirt.

Die combinatie van bordeauxrood met groen waarin Portugal het Europees Kampioenschap in de lage landen speelde, maakte ze meteen favoriet bij mij. Na het Nederlands Elftal natuurlijk. Al kwam die favorietenrol van Oranje in gevaar nadat Figo tegen Engeland de bal van dertig meter snoeihard tegen de touwen schoot. Portugal werd uiteindelijk in de halve finale door Frankrijk uitgeschakeld. De namen bleven hangen: João Pinto, Rui Costa, Pauleta, Nuno Gomes, de eerdergenoemde Figo en natuurlijk Sérgio Conceição, met zijn hattrick tegen Duitsland.

In de kwalificatie voor het wereldkampioenschap van 2002 schakelden de Portugezen Nederland uit. Ik gaf de schuld van het mislopen van het toernooi in Japan en Zuid-Korea aan die ene wedstrijd op de eerste september in Dublin. Ik ontzag Portugal. Ik keek niet naar dat 0-2 verlies in de Kuip op een koude oktoberavond in 2000. Het was Ierland dat Nederland uitschakelde. Erger nog: ik kocht het Real Madrid-shirt van overloper Figo. Ik had de Iberische voetbalnatie als beginnende puber in het hart gesloten.

Tijdens het Europees Kampioenschap in 2004 kwamen we de Portugezen wederom tegen. Ditmaal in de halve finale. In een in mijn herinnering extreem slechte wedstrijd moest Nederland met 2-1 het onderspit delven. Met spelers als Cristiano Ronaldo en Maniche had Portugal wederom wervelende talenten in het team. Maar er kwam al een beetje twijfel om de hoek zetten. Alweer zaten die Portugezen met dat mooie shirt ons in de weg. Voor de tweede keer in mijn jonge leven als voetbalvolger.

In de voetbalspelletjes ging mijn adoratie nog gewoon door. Portugal, Real Madrid met jeugdidool Figo en het Manchester United van Cristiano Ronaldo waren steevast de teams die ik pakte. Ik werd wereldkampioen, won tien jaar achter elkaar de Champions League en ik kocht een contingent Portugezen om ‘The Reds’ te versterken. In FIFA en PES was er Portugese glorie alom.

De slag van Neurenberg was de ommekeer. Het kaartenfestijn op het wereldkampioenschap 2006 zorgde ervoor dat adoratie haat werd. Cristiano Ronaldo, Figo, Maniche en al die andere voorheen voetbalgoden werden door mij persoonlijk in de ban gedaan. Manchester United en Real Madrid kon ik niet meer luchten of zien. Ik zocht een nieuwe god in het rijk van Koning Voetbal. Die nieuwe messias werd voor mij op dat toernooi geboren. Ik bekeerde me tot Messi, wat later bleek, de beste voetballer ooit.

Ik gun sindsdien de teams met Ronaldo, Pepe, Mourinho, en ieder andere voetballer of coach die Portugal als zijn geboortegrond ziet, niets meer. Ik kan ermee leven. Mijn haat, nijd en walging beperkte zicht tot negentig minuten voetbal. Zodra het laatste fluitsignaal heeft geklonken kan ik de knop omzetten. Dat heb ik sowieso bij elke voetbalwedstrijd op zich. Na die wedstrijd tegen Spanje in 2010, toen mijn clubje Willem II degradeerde in 2011 en toen Cristiano Ronaldo ons definitief naar huis schoot op het EK van 2012.

Ik zag de afgelopen jaren Cristiano Ronaldo de Champions League omhooghouden. Zag hem in een verbitterde strijd met Messi om de beste van de wereld te zijn. Zag de topsportmentaliteit die van hem soms een klein kind maakte. Ik moest smerig lachen toen ik hem zag uitvallen in de EK-finale van 2016. Vooral hopend dat Portugal hierdoor zou verliezen. Toen hij twee uur later toch de Coupe Henri-Delaunay omhooghield, was de afgunst allang weer gedaald. Ik zag een van de beste spelers ooit in het mooiste shirt ooit de bekroning op zijn carrière zetten.

Header: credits: Pro Shots/Stanley Gontha