Van donderdag 4 oktober tot en met zondag 7 oktober organiseert Staantribune de tentoonstelling Shirts of Cult, more than just a football shirt. In aanloop naar dit evenement publiceren wij odes aan bijzondere tenues. Vandaag: Staantribune-redacteur Roberto Pennino over het shirt van Italië.

Tijdens het WK 1978 hadden wij thuis nog geen kleurentelevisie. Het klinkt in de oren van de jeugd van tegenwoordig ongetwijfeld ontzettend primitief, maar veertig jaar geleden zag het leven er gewoon zo uit: voetbal kijken in zwart-wit. Het was tijdens dat wereldkampioenschap dan ook geen overbodige luxe dat Nederland niet in het thuistenue (oranje-wit-oranje) tegen Italië (blauw-wit-blauw) speelde, want anders was het voor de kijker thuis een behoorlijk verwarrende aangelegenheid geworden. Zo duidelijk is het onderscheid tussen blauw en oranje in grijstinten immers niet.

Een jaar later was het dan toch zo ver: de kleurbeelden van de oefenwedstrijd in Milaan, die een compleet in het oranje gehuld Nederlands Elftal kansloos met 3-0 verloor van de Azzurri, betoverden mij voor altijd. De combinatie blauw-oranje werd vanaf dat moment in mijn ogen de blauwdruk van complementaire schoonheid. Een moeilijke keuze zou het worden tussen die twee, als ik ooit zelf een grote voetballer zou worden. In die dagen was ik er nog vast van overtuigd dat het tot de mogelijkheden behoorde: een profcarrière en jazeker, waarom niet, de status van international.

Het EK van 1980 veranderde daar weinig aan. Ondanks het povere spel van mijn beide landen schitterden de shirts op de beeldbuis. En begon zich ook al een lichte voorkeur af te tekenen in mijn jongensbrein: dat blauw van de Italianen was toch wel heel erg aantrekkelijk.

Het WK van 1982 heeft, denk ik, de doorslag gegeven. Want als je wereldkampioen wordt, heb je net dat streepje voor. Na dat geweldige WK wilde ik maar één ding: dat Italië-shirt om mijn schouders. Zowel in de Nederlandse kranten als in het Franse blad Onze verschenen een paar advertenties. Je kon geld overmaken of zelfs een cheque in een envelop opsturen, maar of je dan ook een shirt retour zou krijgen, was zeer de vraag. Mijn ouders vonden het te riskant, dus dat shirt ging nog aan mijn neus voorbij.

Het scheelde natuurlijk dat Oranje van 1982-1988 afwezig was bij de grote toernooien terwijl Italië, hoewel evenmin al te succesvol in die jaren, wel voor de dag kwam in dat fameuze Azzurro. In 1986 moest ik wel even slikken. Ineens was het embleem, de scudetto oftewel het schild, veranderd in een soort bol. Een keuze van de Italiaanse voetbalbond die ik in eerste instantie totaal niet kon begrijpen, laat staan onderschrijven. Maar toch, die kleur, glanzend in de Mexicaanse zon, deed wat met me. Toch was het pas twee jaar later dat het Azzurri-shirt met het ronde embleem echt beklijfde en de speler die daarvoor zorgde was Giuseppe Giannini, regisseur met een indrukwekkend wapperende haardos die het shirt een classy look gaf. Een stijl die ik me eveneens wilde aanmeten. Inmiddels was ik erachter gekomen dat een professionele voetbalcarrière niet voor me was weggelegd, maar de next best thing was het shirt van mijn helden dragen. Het duurde nog tot 1989 dat ik de gok zelfstandig aandurfde. Inmiddels had ik een bijbaantje bij de McDonald’s en spaarde ik week in week uit voor dat shirt.

Toen ik de zestig gulden eenmaal bij elkaar had, een godsvermogen in die tijd, heb ik de sprong gewaagd. Daarna moest ik geduld hebben. Veel geduld. Voor mijn gevoel heb ik weken op de aankomst van het verlossende pakketje moeten wachten, maar het was het iedere minuut waard. Het moment dat ik de doos opende, zal ik nooit vergeten. Die aanblik, die glans. Het heeft even geduurd voordat ik het shirt aantrok. Ik was in trance. Hier lag het shirt dat de spelers van de Azzurri ook droegen. En het was in geen enkele mij bekende winkel verkrijgbaar. Dit was speciaal!

In de dagen en weken erna heb ik het shirt te pas en te onpas gedragen: op school, naar familiebezoeken en stiekem droeg ik het zelfs in bed. Zo blij ben ik nooit meer geweest met een shirt, hoewel ik er nadien nog enkele honderden heb aangeschaft. Je eerste liefde vergeet je niet, en dat geldt zeker ook voor dit shirt.

En de bonus was: het Italiaanse elftal droeg het ook tijdens het WK 1990. Want in die jaren werd niet standaard om de twee jaar een compleet nieuwe outfit ontworpen voor nationale ploegen. De commercie had de markt ‘replica-shirts’ nog nauwelijks ontgonnen. En terugdenkend daaraan, kan ik nog steeds blij worden.

Roberto Pennino