Van donderdag 4 oktober tot en met zondag 7 oktober organiseert Staantribune de tentoonstelling Shirts of Cult, more than just a football shirt. In aanloop naar dit evenement publiceren wij odes aan bijzondere tenues. Vandaag: journalist Roberto Cancian over het shirt van Hellas Verona.

In mijn jeugdjaren speelde ik bij voetbalvereniging UVS in Leiden. Tijdens de trainingen wisselde ik de shirts van het Duitse HSV, 1. FC Köln en Feyenoord af. Dat veranderde in de zomer van 1988. In het jaar dat het Nederlands Elftal geschiedenis schreef door Europees Kampioen te worden en in de halve finale Duitsland met 1-2 versloeg in het Volksparkstadion in Hamburg, was ik als leider met de jeugd van UVS in Verona. In en rondom Stadio Marc’Antonio Bentegodi speelden wij met de C1 en C2 wedstrijden tegen Lecce, Djurgårdens IF, een Franse ploeg waarvan ik de naam ben vergeten, én Hellas Verona.

Met een gigantische bus, waarin ook de C1 en C2 van Quick Boys zaten, maakten wij de lange reis naar het noorden van Italië. Het slapen in een oud schoolgebouw en het uitstapje naar Venetië waren geweldig en de wetenschap dat de finale van het toernooi in het grote stadion gespeeld zou worden, had iets magisch. Ik voelde me heel even een speler van de C1, maar ik was toch echt de leider van het stel. Gelukkig vonden die jongens het ook schitterend.

De finale was helaas niet voor ons weggelegd, zodoende keken wij vanaf de tribune naar de grote jongens van Djurgårdens die het wel hadden gehaald. Omdat de teamfoto op de grasmat werd gemaakt, was het toch dichtbij. De foto heb ik nog, de herinneringen zijn nog mooier. Ondanks dat het dertig jaar terug is, blijft het iets bijzonders met zich meedragen.

Volgende maand bezoek ik Hellas Verona opnieuw, als de thuisclub Perugia ontvangt. Inmiddels volg ik de club al dertig jaar op de voet. Het shirt, dat ik destijds meenam uit Italië, is verouderd, net als het Feyenoord-shirt met op de achterkant de naam van Pétur Pétursson, mijn absolute held destijds in De Kuip. Het stadion van Hellas Verona voelt inmiddels ook als thuis. Een vriend nam twee jaar terug een nieuw shirt voor me mee uit Verona.

Het grootste succes vierde de club in 1985, toen het de scudetto pakte en zich kampioen van Italië mocht noemen. Met spelers als Preben Elkjær Larsen en Hans-Peter Briegel in de gelederen hield het grootmachten als Juventus en Napoli verrassend achter zich. Deze zomer degradeerde Hellas Verona naar de Serie B, waardoor stadgenoot Chievo nu de hoogst spelende club van Verona is.

De uitstraling van Hellas Verona blijft echter groot. Dit jaar wil de gewezen grootmacht het verloren terrein snel goedmaken en terugkeren in de Serie A. Daar wil ik maar wat graag bij zijn. Het stadion heeft, ondanks de sintelbaan, een onuitwisbare indruk gemaakt. Dat ‘wij’ met UVS tegen Zweedse jongens speelden, die al een baard hadden, en tegen Lecce – dat iedereen ondersteboven kegelde – weet ik nog goed, maar het Gialloblù is vooral blijven hangen. Het blauw en geel heeft iets magisch. Zo zal ik dat ook ervaren wanneer ik de stadiontrappen binnenkort weer op zal lopen.

Roberto Cancian