Onder Arrigo Sacchi – tussen 1987 en 1991 de manager van AC Milan – word Milan eenmaal landskampioen, wint de club twee keer de Europa Cup 1 en wordt het even vaak als wereldkampioen gekroond. Marco van Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard zijn sleutelspelers in het elftal. Medio 1991 vertrekt de manager echter. Aan Fabio Capello de taak voort te borduren op Sacchi’s successen en Marco van Basten weer aan de praat te krijgen.

Een van de belangrijke redenen voor het vertrek van Arrigo Sacchi is onenigheid met eigenaar Silvio Berlusconi. De manager beweert een “uitgebluste en uitgeraasde” selectie onder zijn hoede te hebben en eist versterking. Berlusconi weigert. Dat Sacchi vervolgens meerdere malen botst met sterspeler Marco van Basten, is de druppel die de emmer doet overlopen. Sacchi vertrekt. Zijn opvolger: Fabio Capello, volgens de Italiaanse pers een jaknikker van Berlusconi.

De eerste wedstrijden onder de nieuwe trainer verlopen stroef. Sacchi lijkt dan ook zijn gelijk te halen wanneer Milan drie van zijn eerste vijf competitiewedstrijden met een gelijkspel afsluit. Om de punten binnen te slepen, hebben de Rossoneri de door Marco van Basten benutte strafschoppen en eigen doelpunten van de tegenstander nodig. Het loopt niet en Capello krijgt de nodige kritiek voor zijn kiezen. Waar is Il Grande Milan gebleven?

Met dank aan enkele tactische veranderingen keert het tij echter snel. Carlo Ancelotti – eerder nog spil in het kampioenselftal van Sacchi – wordt gepasseerd ten faveure van Demetrio Albertini. Vanaf het middenveld wordt Daniele Massaro gepromoveerd tot tweede spits, waardoor Marco van Basten meer aanvoer krijgt.

Vooral Ancelotti heeft het moeilijk met de beslissingen van Capello. Hoewel de middenvelder gedurende het seizoen zijn minuten weet te maken, laat hij later weten zijn trainer als afstandelijk en kil te hebben ervaren: “Tactisch was Capello fantastisch. Communicatief bleek hij minder sterk. Hij ging het gesprek niet aan, waardoor er best wat spelers ontevreden waren.”

De tactische keuzes hebben echter effect. Onder aanvoering van Van Basten begint Milan pardoes te draaien als een trein. In een indrukwekkende serie worden ploegen als Roma (4-1), Napoli (5-0) en regerend landskampioen Sampdoria (5-1) met ruime cijfers aan de kant gezet. De ploeg van Capello is niet te stoppen. In de beste competitie ter wereld is Milan onverslaanbaar.

Journalist en Milanista Andrea Saronni herinnert zich de wedstrijden van dat seizoen dan ook als de dag van gisteren: “Vooral het duel met Napoli – in de periode onder Sacchi Milans grootste concurrent – sprak destijds tot de verbeelding. De Napolitanen werden in San Siro volledig vernederd: 5-0. Hoewel Marco van Basten ‘maar’ een keer scoorde, trakteerde hij de Milanisti die dag op een masterclass. San Siro lag aan zijn voeten.”

Op dat moment zijn wereldvoetballers als Roberto Baggio, Jürgen Klinsmann en Gianluca Vialli nog actief op de Italiaanse velden. De beste van allemaal voetbalt echter voor Milan: Marco van Basten. San Marco – zoals hij nog altijd liefkozend wordt genoemd in de Italiaanse pers – blinkt wekelijks uit. In een interview met Gazzetta dello Sport beweert Fabio Capello – later onder meer trainer van Zlatan Ibrahimović, Francesco Totti en Raùl – in 2016 dat de Van Basten van het seizoen 1991-1992 de beste speler is die hij ooit trainde.

Ook Andrea Saronni onderkent andermaal de kwaliteiten van Van Basten: “Tot op heden toe maakte geen enkele speler meer indruk dan Marco van Basten. Elke Milanista ouder dan dertig – incluis ikzelf – zal vertellen dat Van Basten de beste speler ooit is die hij heeft zien spelen in het rood-zwarte shirt van Milan.”

Met Van Basten – die onder meer trefzeker is tegen Inter, Juventus en Napoli – is de rood-zwarte trein in het seizoen 1991- 1992 niet meer te stoppen. In 34 duels scoort Milan liefst 74 keer. Hoogtepunt is de overwinning op Foggia. Hoewel Milan op dat moment al lang en breed kampioen is, schotelen de mannen van Capello de fans een theatervoorstelling voor. Staat het bij rust nog 2-1 voor Foggia, in de tweede helft wordt de verrassende middenmoter compleet van de mat geveegd. Eindstand: 2-8. Van Basten scoort twee keer.

Van Basten eindigt het seizoen 1991-1992 met een aantal van 25 doelpunten achter zijn naam en Milan pakt de twaalfde scudetto in de historie. Opvallend is dat de Rossoneri het hele seizoen ongeslagen blijven. Van de 34 competitiewedstrijden wint Milan er 22. De overige duels eindigen in een gelijkspel. Voor het eerst in de historie van de Serie A wordt een elftal kampioen zonder ook maar één wedstrijd te verliezen. Het levert de formatie van Fabio Capello de bijnaam Gli Invincibili (‘De Onverslaanbaren’) op. Van Basten beweert later dat het elftal perfect op elkaar was ingespeeld: “Perfectie bestaat niet in het voetbal, maar dat seizoen kwamen we daar heel dichtbij.”

Dit artikel, geschreven door Willem Haak, is eerder gepubliceerd in Staantribune #10. Voor dit nummer bezochten we ook de altijd verhitte regioderby tussen aartsrivalen NEC en Vitesse. Ook maakten we een reportage over de nieuwe staantribune op de Oosttribune van het Philips Stadion, een lang gekoesterde wens van veel PSV-supporters.

Verder in dit nummer onder meer:
– Fotoreportage Derry (Noord-Ierland)
– Reportage Maccabi Antwerpen, de joodse club van Antwerpen
– Op pad met de Braun-Weisse Tulpen, de Nederlandse fanclub van FC St. Pauli
– Reportage Empire Stadium in Malta
– Interview Liberiaan Patrick Toh die op de Faeröer speelt
– Achtergrondverhaal over FC Juárez, een club uit de voormalige moordhoofdstad van de wereld
– Fotoreportage stadions in Argentinië

Bestel het magazine na in de webshop