Deze maand staat bij Staantribune in het teken van voetbalshirts. Vandaag: sportjournalist Jesper Langbroek met een ode aan het shirt van Rayo Vallecano.

Het is siësta-tijd als ik met de metro aankom bij Campo de Fútbol de Vallecas. Het stadion van Rayo Vallecano ligt midden in de wijk Vallecas, Zuidoost-Madrid. In de grootste wijk van de Spaanse hoofdstad kwamen in de jaren tachtig arbeiders en migranten te wonen. De krotten waarin zij leefden zijn verdwenen, maar de armoede is gebleven. De bewoners van Vallecas moeten hard werken om hun eigen broek op te houden.

Toch denken zij ook aan hun medemens. Het uitshirt van Rayo Vallecano van 2015 symboliseert dat het best. Met de diagonale regenboog komt de plaatselijke trots niet alleen op voor LGBT-rechten, elke kleur staat voor een ander goed doel. De rode streep staat voor de strijd tegen kanker, oranje is voor invalide mensen, geel is voor ‘de mensen die geen hoop meer hebben’, groen voor het milieu, blauw roept op tegen kindermishandeling en paars is voor de slachtoffers van huiselijk geweld. Achterop staan ribbons in dezelfde kleuren en het woord Solidaridad. Een deel van de opbrengst van de shirts wordt gedoneerd aan verschillende fondsen.

De medewerker van de fanshop ligt nog een uurtje te slapen en dus waag ik eerst een poging het stadion binnen te komen, voordat ik het regenboogshirt koop. Vanuit het stadion klinkt een drilboor. Binnen wordt druk gebouwd aan de renovatie van de tribunes, die zijn verouderd. Als ik op een intercom druk en vraag of ik naar binnen kan, luidt het antwoord: “No es posible.”

Ik ga verder met mijn rondje om het grijze, betonnen stadion. Bij elke voetbalclub is wel een ingang te vinden, een mogelijkheid om het veld te zien, al is het maar door een kiertje. Ik spot een café onder de hoofdtribune. Bij binnenkomst blijkt het leeg. Er zitten alleen twee medewerkers te lunchen. Ik vraag hen of ik het veld kan zien. Ze zeggen dat het niet mogelijk is. Dan maar een biertje, dat kan wel.

Ik raak in gesprek met de mannen, een neef en een oom uit Marokko. Ik vertel ze dat ik een periodista deportivo ben, sportjournalist. “Oh vandaar dat je Rayo Vallecano kent”, zegt de jongste van de twee. Ze vertellen me dat Rayo een kleine club is in een arme wijk. De mensen uit Vallecas werken vooral in de bouw en komen in het weekend samen om voetbal te kijken. Op wedstrijddagen lunchen de spelers hier samen met de supporters.

We praten in half Engels/half Spaans door over voetbal, Amsterdam en vrouwen en na een kwartiertje wenkt de jongste van de twee mij. Ik loop achter hem aan, langs het ruim van het café en door een donkere gang. Aan het eind schijnt licht en ik zie zowaar het begin van de grasmat. Alsof we hier horen te lopen, betreden we het stadion. Het veld ligt er verlaten bij, afgezet met een rood-wit lint. Eromheen een bouwput met hekken, losliggende stenen en ontbrekende stoeltjes. De bouwvakkers kijken ons vreemd aan, maar laten ons. Alleen wanneer ik een foto maak, spreken ze ons aan. Dat mag niet. Gelukkig heb ik er op dat moment al een aantal gemaakt. Ik bedank mijn nieuwe Spaanse vriend. Ik wens hem en zijn oom succes met het café en Rayo Vallecano, dat op dat moment onderaan staan.

Ondertussen is de fanshop opengegaan. In de kleine winkel valt mijn oog meteen op het shirt met de diagonale regenboogstrepen. Zonder twijfel zoek ik mijn maat uit en neem het uitshirt van 2015 mee. Ik loop verder om het stadion heen en klim op een muurtje vanwaar ik naar binnen kan kijken. Een langslopende buurtbewoner spreekt me aan. Hij vraag om geld voor de metro. Hij is supporter van Rayo en hoort bij de Bukaneros, de radicaal-linkse achterban. In plaats van een verbouwing had hij liever een nieuw stadion gehad, maar de overheid wil niet investeren in deze arme wijk, meent hij. Hij wijst me op een zijpad van het stadion, waar wat afval ligt. Daar slapen ’s nachts daklozen. Alberto Bueno (inmiddels uitkomend voor FC Porto) gaf ze vaak een deken en wat te eten. “We redden het hier wel, zolang we aan elkaar denken.”

Jesper Langbroek

Meer over voetbalshirts in de nieuwe Staantribune!