“Wat betekent dat eigenlijk, trainee?” “Dat ik nog in opleiding ben, dit is mijn eerste vlucht.” Het is zaterdagmiddag 9 mei 1987 en ik bevind me in een DC-10 van Martinair, het eerste chartervliegtuig dat richting Athene gaat deze week. Om me heen zitten een kleine 400 Ajax-fans die al in de vertrekhal op Schiphol waren begonnen met feestvieren en bier drinken, een aantal van hen is inmiddels in een dusdanige staat dat ze hun ogen en handen niet langer van de jonge, blonde stewardess af kunnen houden.

Ik besluit in te grijpen en roep een paar medesupporters tot de orde, waardoor het arme kind weer lucht krijgt en me na aankomst uitvoerig bedankt voor mijn steun: “Ja, je hebt gelijk, het is niet echt slim van mijn baas om uitgerekend deze vlucht voor me te kiezen. Maar ik heb mijn vuurdoop doorstaan, dank je wel.” En terwijl ik de vliegtuigtrap afloop, laat Marloes (of een dergelijke naam) ‘per ongeluk’ haar Martinair-hoedje vallen, iets waar ik haar al om vroeg, maar ze aan boord niet durfde te geven. Ik heb het ultieme Ajax-hoofddeksel te pakken en begeef me snel richting aankomsthal waar de bus naar Marathon staat te wachten.

Het is eindelijk zover, Ajax speelt weer eens een Europacupfinale, waarmee een droom voor me uitkomt. Al die successen van de jaren zeventig waren aan ons voorbij gegaan, want we waren toen nog te klein. Al die verhalen over Cruijff, Keizer en Swart kenden we, de uitslagen ook, maar toen ik eenmaal op de middelbare school zat was het armoe troef met Ajax. “Dit maken wij nooit mee”, verzuchtten we als de gouden periode weer eens ter sprake kwam. Af en toe gloorde er een straaltje licht, maar dat vuurtje werd meestal voor de winterstop alweer gedoofd.

Totdat Cruijff kwam.

De rentree van Cruijff had ik van dichtbij meegemaakt, eerst als technisch adviseur naast Beenhakker, later als speler, maar het werd pas echt leuk toen hij de jonge ploeg ging trainen. Een proces van vallen en opstaan, waarbij Ajax prachtig aanvallend voetbal afwisselde met enorm naïef spel, dat feilloos werd afgestraft door counterploegen als FC Porto en PSV. Weer geen Europees succes, zelfs geen kampioenschap, gelukkig wonnen we thuis in De Meer de beker van RBC.

Europacup II - Ajax - Olympiakos
En toen kwam het seizoen 1986-1987, een seizoen waarin Cruijff meermalen zijn dogma ‘leerproces’ uit de kast moest halen om weer een zeperd in de competitie te vergoelijken. Het eerste gemor klonk al voorzichtig op de Amsterdamse tribunes, maar kwam nooit tot ontplooiing doordat de resultaten in de Europacup voor bekerwinnaars louter positief waren; het Turkse Bursaspor werd eenvoudig aan de kant geschoven en ook Olympiakos moest eraan geloven. De thuiswedstrijd tegen die Grieken werd een memorabele avond, waarin Ajax over de ploeg heen walste in de eerste helft en de Griekse spelers dusdanig hun hoofd verloren dat ze in de rust met elkaar op de vuist gingen in de kleedkamer: 4-0. De uitwedstrijd in ‘de hel van Athene’, waar het een paar jaar eerder nog gruwelijk misging, werd een formaliteit en Ajax zat in de kwartfinale!

Daarin moest Ajax naar het Zweedse Malmö, gevolgd door honderden fans die van een koude kermis thuiskwamen toen bleek dat het die dag zo hard had gesneeuwd dat de wedstrijd niet gespeeld kon worden. Maar een week later, op een zaterdagmiddag, togen we weer naar Zweden en gingen met een redelijk positief gevoel terug naar Amsterdam: 1-0 verloren, dankzij een makkelijk gegeven penalty, dat moest te doen zijn. En aldus geschiedde: een ontketend Ajax, met een piepjonge Bergkamp in de basis, overtroefde de ‘stugge’ Zweden en won met 3-1. Het werd nog even spannend toen die tegengoal viel, zeker omdat doelman Menzo huilend in de goal stond omdat hij dacht dat Ajax uitgeschakeld was. Maar even later herpakte hij zich en plukte een achterwaarts gekopte terugspeelbal van Arnold Mühren uit de lucht.

De halvefinalewedstrijden waren minstens zo gedenkwaardig als de vorige ronde, want ook tijdens de uitwedstrijd in het Spaanse Zaragoza speelden de weergoden een grote rol. In de middag zaten we nog op een terrasje, maar eenmaal in het stadion werd de lucht donkerpaars en ging de hemel open. Het veld stond in no time blank en bracht beide ploegen behoorlijk in de war, de tegenstander nog het meest, want Ajax won dit bizarre voetbalgevecht – in rood tenue – met 2-3, waardoor de thuiswedstrijd een formaliteit leek.Europacup II - Ajax - Zaragoza
Voorafgaand aan die halvefinalewedstrijd ging voor het eerst de wave door een Nederlands stadion en werd de stemming alleen maar beter toen Ajax redelijk voortvarend aan de wedstrijd begon. De ploeg was vastbesloten om de finale te halen en dat gebeurde dan ook: “We gaan naar Griekenland”, schalde van de tribunes en de volgende dag spoedde ik me naar Reisbureau Roever om een reis te boeken.

Het onwaarschijnlijke was dan toch gebeurd, ik ging een Europacupfinale met Ajax zien.

Eenmaal in het hotel aangekomen doken we direct de hotelbar en het zwembad in, speelden we allerhande kaartspelletjes om steeds grotere bedragen, papten we aan met wat Vlaamse schonen en de Engelse meisjes van het animatieteam en bezochten we alvast de Griekse hoofdstad. Dat laatste kwam ons goed van pas, want we wisten precies waar we die woensdag wezen moesten: het Syntagmaplein, waar we ons op het terras nestelden terwijl het om ons heen steeds drukker werd. De ene na de andere buslading Ajax-fans werd op het plein gedropt, want die ochtend was de luchtbrug tussen Schiphol en Athene geopend. De prijs voor de drankjes steeg inmiddels met het uur, maar het weerzien met alle bekende Ajacieden vergoedde veel.

Toen aan het eind van de middag de hele menigte zich richting het Olympisch Stadion Spyridon Louis begaf, was de stemming opperbest. Dat we op de gok een metro namen omdat we die rare Griekse letters niet konden lezen, mocht de pret niet drukken, want na wat overstappen en met wat hulp kwamen we ruim op tijd aan.

We spoedden ons richting ingang en duwden onszelf het overvolle Ajax-vak in om tot de ontdekking gekomen dat alleen dit gedeelte van het stadion bevolkt was. Helemaal aan de andere kant zagen we zowaar een plukje Oost-Duitse supporters en wat belangstellenden op beide lange zijdes, maar verder was het stadion angstig leeg. Het affiche Ajax – Lokomotive Leipzig was blijkbaar niet interessant genoeg voor het Griekse publiek, ze bleven en masse thuis en kregen gelijk, want de wedstrijd viel zwaar tegen. Een redelijk snelle Ajax-goal en een licht DDR-offensief aan het einde van de wedstrijd waren zo’n beetje de enige wapenfeiten.Europacup II - Ajax - Leipzig
Europacup II - Ajax - Leipzig
Maar wat kon ons het bommen, Ajax won en wij hadden er een Europacup bij. Eentje die nog geen Nederlandse club had gewonnen, maar ook het minst tot de verbeelding sprak. Maar goed, een prijs is een prijs en dus werd het tijd om het te vieren. We doken de metro weer in en zetten koers naar het Hilton Hotel in het centrum van de stad, want daar verbleef Ajax en daar zou het feest zijn.

Eenmaal aangekomen, hadden we de pech dat de ingang streng werd bewaakt, maar toen even later de bus van Ajax arriveerde, hadden we geluk. Frank Rijkaard kwam als eerste de bus uit, met de cup achteloos onder z’n arm geklemd en herkende één van ons. Ze hadden bij elkaar in de straat gewoond en zo konden wij alsnog naar binnen.

Het werd een feest om nooit te vergeten, waarbij het bier rijkelijk vloeide en de liederlijkheid met het kwartier toenam. Ik kan me nog herinneren dat ik met Marco van Basten de meest gore en vrouwonvriendelijke moppen aan het tappen was; we zijn ongeveer even oud en dan blijkt al snel dat zo’n beroemde voetballer nét zo’n jongetje is als jijzelf.

Ook weet ik nog goed dat ik op Rob Witschge afstapte en hem feliciteerde met de overwinning. Hij antwoordde: “Dank je wel. En jij ook gefeliciteerd… Ja, natuurlijk. Die cup is ook van jou, hoor.”

En zo is het gekomen dat mijn onvoorwaardelijke liefde voor Ajax er die nacht een extra dimensie bij kreeg. Terwijl ik toen nog niet kon bevroeden dat het de jaren erna nóg mooier ging worden…

Tekst: Marcel Stephan – Gogme United