De Wageningse Berg doet mannenharten die toch al rap bonsden – de harten zijn immers op leeftijd – nog sneller kloppen. Het oude stadionnetje herinnert aan een tijd dat het betaalde voetbal nog geen ‘overbetaald’ voetbal was. Toen alleen kampioenen in de Champions League speelden en die Champions League nog de Europa Cup I heette. Toen het ondenkbaar was dat een oliestaat een WK en clubs als PSG en Manchester City kon kopen. Toen het voetbal haar ziel nog niet verkocht had, zeg maar. Een heimwee opwekkende tijd, met trainers als Fritz Korbach en Bert Jacobs, die niet voeren op laptops, maar op instinct en mensenkennis en die tegen verslaggevers lulden alsof ze in de kroeg zaten, inclusief achterste tongpunt.

Ooit voetbalde ik met een speler die nog op de Wageningse Berg, in het groen-wit, heeft gespeeld: Frank Reijenga. Dat was bij Wodanseck, een voetbalclubje uit Wolfheze. Wolfheze is een ‘gekkendorp’ in Gelderland. Nagenoeg alle inwoners van Wolfheze wonen onder begeleiding. Wodanseck ligt als een soort oase verscholen in de Veluwe. Je vindt er mensen zoals Frank Reijenga en ik. Geen psychiatrische patiënten, maar wel gek… op voetbal. Frank voetbalde bij Wodanseck voor het pure plezier. Lekker in de luwte, met vrienden, zonder overprofessionele poeha.

Bij Wodanseck voetbalden mannen die niet in de waan leefden dat ze bij de profs speelden, dat hun leven afhing van winnen op zaterdagmiddag. Wodanseckers scholden niet met kanker, niet tegen elkaar of de tegenstander of de scheidsrechter. Wodanseckers konden heel aardig tegen hun verlies (te aardig misschien wel), droegen allemaal zwarte kicksen, praatten niet over tactiek alsof het hogere wiskunde betrof en onze grensrechter stak niet bij iedere dieptebal de vlag in lucht. Grensrechters van de tegenstanders die dat wel deden, bedreigden we niet met de dood, maar we lachten ze uit. Niemand bij Wodanseck beschouwde voetbal als een vechtsport waarbij de bal een alibi was om je op de ander uit te leven. 

In de kelder van het amateurvoetbal, bij Wodanseck (zaterdag Vierde Klasse, lager kan niet), hervond ik het plezier in voetbal. Ik kreeg weer het gevoel dat ik als kind had, dat je na het eten naar het park liep en op basis van een potje poten een grote partij speelde. Zonder scheidsrechter, zonder trainer, zonder publiek: gewoon het pure voetbal dus. Wat ik vaak miste, relativering, ervoer ik bij Wodanseck. Een club voor vrijbuiters. Plezier ging boven prestatie. Wodanseck gaf me, kortom, het gevoel alsof ik in de ultieme voetbalfilm All Stars was terechtgekomen. 

Er was ook een derby. Wodanseck versus DUNO uit Doorwerth. DUNO was, net als Wodanseck, een klein kansloos amateurclupje, zonder tribune en zonder uitzicht op de Derde Klasse. Trekken we de vergelijking met All Stars door, dan was Wodanseck Swift Boys en DUNO Poldervogels. Poldervogels-uit, de gevreesde tegenstander die de jongens van Swift Boys op vrijdagavond deed besluiten toch maar af te bellen. DUNO was een schopploeg. Grote, sterke kerels die voetbalden zoals Vinnie Jones, de man die niet werd bewonderd om acties mét, maar zonder bal. Na een wedstrijd tegen DUNO kon ik amper uit bed komen, terwijl ik nog maar twintig jaar was.

Dik tien jaar later – ik ben al een tijd gestopt – bestaat de derby Wodanseck – DUNO niet meer. Wodanseck speelt nog in de Vierde Klasse, maar DUNO is inmiddels een eersteklasser die komend seizoen vermoedelijk naar de Hoofdklasse promoveert. Oud-Vitessenaar Civard Sprockel vergezelt sinds deze zomer zijn voormalig teamgenoot en DUNO-aanvoerder Purrel Fränkel. Wat Civard en Purrel bij een nog steeds tribuneloze amateurclub zoeken? Geld. De eigenaar van Duno Air, een bedrijf dat windmolens bouwt, zorgt ervoor dat DUNO de wind flink mee heeft.

Dat DUNO nog steeds geen tribune bezit, heeft een reden. The sky is the limit: DUNO wil – het liefst als profclub – spelen op de Wageningse Berg. Al heeft de stichting die de Wageningse Berg beheert al aangegeven dat ‘De Berg’ niet te koop is. Een paar kilometer verderop is Wodanseck, mijn clubje – vroeger beter dan DUNO – wellicht aan haar laatste seizoen bezig. Waarom? Omdat het geld op is.

Oliedollars pompen PSG en Manchester City op tot onnatuurlijk grote proporties, monsterlijke voetbalreuzen die sympathieke clubs als Feyenoord oppeuzelen. Windmolengeld maakt van DUNO, van nature een kelderclub, een Hoofdklasser. Zijn dit sprookjes of nachtmerries? Een zak geld heeft nog nooit gescoord, zei Johan Cruijff ooit. Vermoedelijk tegen beter weten in. Inderdaad, een zak geld heeft nog nooit gescoord, maar een zak met geld laat wel heel veel scoren.