Zo’n 350 groundhoppers uit binnen- en buitenland waren gisteren aanwezig bij de eerste Groundhopdag, georganiseerd door Staantribune, in stadion De Adelaarshorst van Go Ahead Eagles. Nog nooit kwamen zoveel voetbalavonturiers tegelijk samen.

De Vetkampstraat, waar de langste sjaal ter wereld hing.

Al een uur voor aanvang zijn de eerste groundhoppers aanwezig. Een groundhopper bezoekt zoveel mogelijk stadions in binnen- en buitenland. Voor de meesten ‘telt’ het alleen als je het stadion met een wedstrijd ‘vinckt’. Als bewijs moet je hiervoor, naast het wedstrijdticket, soms ook een programmaboekje kunnen tonen.

Doel van de dag is om groundhoppers bij elkaar te brengen, zodat zij ervaringen kunnen uitwisselen en verhalen kunnen delen. “Een soort EO Jongerendag, maar dan voor voetballiefhebbers. Voetbal is heilig voor ons”, zegt Staantribune-hoofdredacteur Jim Holterhuës, die de dag opent.

“De laatste jaren bezoeken steeds meer Nederlanders voetbalwedstrijden over de grens. Wij ontvangen vrijwel dagelijks mailtjes met vragen of wij tips hebben welke clubs of stadions mensen het best kunnen bezoeken of hoe zij aan tickets kunnen komen. De antwoorden op deze vragen kunnen zij op deze dag krijgen.”

Bij de opening schenkt Holterhuës aandacht aan Richard Thannhauser, een clubicoon van gastheer Go Ahead Eagles, die een dag eerder op 57-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een ernstige ziekte. Thannhauser was jarenlang onder meer hoofd perszaken en algemeen manager van de club uit Deventer. Maar bovenal was hij gewoon supporter van Go Ahead Eagles.

“Sinds die allereerste keer, in het voorjaar van 1975, ben ik gevangen door Go Ahead Eagles en zeker niet in de laatste plaats door de karakteristieke lichtmasten. Het stadion is eigenlijk dan al toe aan een opfrisbeurt. Maar we storen ons niet aan de stinkende plasbakken, de geur van bier en tabak”, citeert Holterhuës uit een verhaal van Thannhauser in clubmagazine Kleuren van Juweel.

Hierna vertelt de hoofdredacteur van Staantribune over het nieuwe magazine. Nummer 23 staat geheel in het teken van Groundhoppen, met onder meer de Groundhop Top 25 van stadions die je minstens eenmaal in je leven moet hebben bezocht.

“Na een lange discussie, met hoogoplopende ruzies, het slaan van deuren en het gooien van scharen, hebben we er uiteindelijk voor gekozen om alleen buitenlandse stadions op te nemen, aangezien de meeste groundhoppers vooral buiten de landsgrenzen wedstrijden bezoeken. De Kuip en ook De Adelaarshorst staan dus ook niet op ons speciale Groundhop T-shirt”, verklaart Holterhuës.

Dagvoorzitter Edwin Muis (links) en Jim Holterhuës

Hierna is het de beurt aan Hans Douw (53), misschien wel de grootste groundhopper van Nederland. Douw bezoekt jaarlijks minstens honderd voetbalwedstrijden en heeft ruim 2.500 wedstrijden (and still counting) achter zijn naam staan, op alle continenten behalve Antarctica, waaronder het noordelijkste stadion. Over deze en andere trips vertelt hij uitgebreid.

Het groundhoppen neemt niet zijn leven over, aldus Douw. “Ik voetbal zelf nog en onze familievakanties plannen we gewoon autonoom. Dan houden we geen rekening met voetbal. Overigens is iedereen in ons gezin voetbalgek. Mijn vrouw vindt het leuk en gaat regelmatig mee, net als mijn zoons. Bij ons thuis houdt iedereen dus van voetbal en is mijn hobby geen belasting voor het gezinsleven.”

Hans Douw

Buenos Aires is voor veel groundhoppers dé voetbalhoofdstad van de wereld. Ron Coppens, Bras Brooijmans en Jeroen Heijink vertellen in het volgende blok over hun reizen naar Argentinië, die zij alle drie anders beleefden. Coppens vinckte vorige maand achttien wedstrijden in tien dagen (waarover je uitgebreid kon lezen op deze website), Heijink een aantal jaar geleden en Brooijmans bezocht maar liefst zesmaal het beloofde voetballand.

Jan Hokke uit Spijkenisse is een van de aanwezige groundhoppers. Hij geniet van de verhalen. “Er hangt hier een groot saamhorigheidsgevoel. Iedereen heeft dezelfde hobby en je staat versteld van alle prachtige verhalen, heerlijk”, vertelt Hokke aan een aanwezige verslaggever van dagblad De Stentor. Zijn ultieme groundhop? “Dat is als ik in een verroest stadion achter het doel, zo dicht mogelijk bij het veld sta. Het legendarisch slechte eten en de drankjes maken een trip compleet.”

Van links naar rechts. Edwin Muis, Ron Coppens, Bras Booijmans en Jeroen Heijink

De Adelaarshorst was niet zomaar gekozen als decor voor de eerste Groundhopdag. Het stadion van Go Ahead Eagles wordt namelijk door veel groundhoppers gezien als het mooist gelegen stadion van Nederland. De aanwezigen krijgen dan ook ruimschoots de gelegenheid om foto’s te maken tijdens speciale rondleidingen door het stadion.

Als afsluiting van de middag spreken Joris van de Wier en Thom Zwagers over hun ervaringen in Engeland. Beide heren deden de ’92’: zij bezochten van alle 92 clubs in de hoogste vier profdivisies van Engeland een thuiswedstrijd. Van de Wier vinckte zelfs de ‘116’, want alle clubs op het vijfde niveau streepte hij ook af en en passant nog even de 42 stadions van Schotland.

Van de Wier (40): “Ik las ooit de uitspraak ‘Investeer in ervaringen en niet in materiële zaken’. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik krijg vaak vragen over het geld dat mijn hobby tot nu toe heeft gekost. Ik schat rond de 20.000 euro. ‘Daar had je een mooie auto van kunnen kopen’ of en ‘Dat is een aardig luxe keuken’, zeggen mensen dan vaak, maar auto’s en keukens interesseren me helemaal niets. Als ik nu werkloos raak of ernstig ziek word, kan ik niet meer groundhoppen. Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Ik heb nu al zo veel meegemaakt, die ervaringen pakt niemand mij meer af.”

Joris van de Wier (links) en Thom Zwagers

De groundhopper uit Tilburg, die vanwege de liefde voor het voetbal én voor zijn vriendin naar Schotland emigreerde, wordt na afloop door veel mensen aangesproken. “Het mooie van een dag als deze is: of je elkaar nu vanmiddag pas hebt leren kennen of elkaar al langer kent, je hebt meteen voor uren gespreksstof”, zegt Van de Wier, die tevens adjunct-hoofdredacteur van Staantribune is.

“Veel groundhoppers kennen mij via Twitter, maar vandaag heb ik ook andere, tot nu toe, onbekende mensen ontmoet, die ik alleen van Twitter kende. Zo heb ik ook veel mensen ontmoet bij mijn tripjes naar het buitenland. Vaak totaal verschillende mensen, maar allemaal met een liefde voor het voetbal en voetbalcultuur, net zoals wij met Staantribune uitdragen.”

Vervolg?
Of er volgend jaar een vervolg op de zeer geslaagde Groundhopdag komt, weten we nog niet. Holterhuës: “Er was enorm veel vraag naar een dag als deze en dat is vandaag ook gebleken. In principe keer nemen wij elke keer een ander thema voor onze voetbaldagen, die overigens gratis zijn voor abonnees. Maar wie weet in de toekomst. We vonden het zelf in ieder geval een groot succes.”