Heb jij, evenals Staantribune-volger Gijs van der Poel, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.

Engelsen zijn erg gehecht aan tradities en kerst is daarop zeker geen uitzondering. Mijn herinneringen aan kerst bestaan vooral uit grote diners met familieleden die je de rest van het jaar niet ziet en mijn moeder die alles in het werk stelt om het gezin de meest obscure kerstliedjes te laten zingen. Omdat ik een Engelse vriendin heb, was kerst dit jaar een Engelse aangelegenheid voor mij. Een aangelegenheid die het hele land bloedserieus neemt. Veel eten, cadeaus, lawaai, lichtjes, nog meer lichtjes en een schier oneindige hoeveelheid reclames voor meubelgiganten op televisie.


Dus vertrok ik voor een week naar Milton Keynes. De stad ken ik al een tijdje uit mijn colleges geschiedenis van de planologie. MK, zoals de stad liefkozend wordt genoemd, is immers een ‘New Town’ en daarmee het hoogtepunt van de maakbare samenleving. Toen in 1967 de plannen werden ontvouwen, woonde er ongeveer 20.000 mensen en dat aantal is tegenwoordig meer dan vertienvoudigd. Met een ligging tussen Londen en Birmingham laat het zich het best omschrijven als een enorme buitenwijk met waanzinnig veel parkeerterreinen. Denk aan Almere.

Bij een maakbare stad hoort een maakbare voetbalclub. In 2003 besloten de eigenaren van Wimbledon FC dat er in Zuid-Londen niet genoeg potentieel was en dat de club moest verhuizen. De club verhuisde negentig kilometer naar het noorden en vanaf het seizoen 2004-2005 speelde ze onder de nieuwe naam Milton Keynes Dons. Veel fans van Wimbledon zagen de verhuizing niet zitten en besloten uit protest een nieuwe club op te richten in Zuid-Londen: AFC Wimbledon. MK Dons is daarmee een boegbeeld van het Moderne Voetbal geworden, een club die werd verhuisd naar een andere stad vanwege commerciële belangen.
Naar een van de minst geliefde clubs gaan op een koude en natte Boxing Day. Het leek mij, mijn schoonvader en een Nederlands neefje, die in zijn dagelijks leven naar wedstrijden van FC Twente in Enschede gaat, een goed idee. De tegenstander van vandaag is een bijzondere: Charlton Athletic. Niet alleen vanwege de rijke historie van de club, maar ook omdat de rollen zomaar omgedraaid hadden kunnen zijn. Voordat Wimbledon in beeld kwam, werd in de jaren zeventig namelijk al gesproken over een verhuizing van Charlton Athletic naar de Midlands.

Ik ben enigszins sceptisch over de wedstrijd, maar direct na het eerste fluitsignaal is dat verdwenen. Onder aanvoering van captain Dean Lewington, de enige speler op het veld die de verhuizing nog heeft meegemaakt, rennen de spelers hun longen uit het lijf. Met fysiek sterke spelers, snelle wingers en bomen van verdedigers is het een dynamisch spelletje en de gastheren komen vaak in de buurt van Charlton-keeper Dillon Phillips. De bezoekers kunnen niets anders dan de bal blind naar voren roeien. Nadat het publiek zich afvraagt hoe je twee opgelegde kansen er niet in kunt krijgen, rost een Londenaar de bal naar voren, waar hij voor de voeten van Ademola Lookman komt. De spits rondt de kans koel af. Bij de Dons zakt de moed in de schoenen en de wedstrijd zakt langzaam in tot de rust.
In de rust loop ik een rondje door het stadion om de randzaken eens beter te bekijken. Het doet me erg denken aan wat Youp van ’t Hek ooit over de ArenA schreef: “Een multifunctioneel stadion waarin ook gevoetbald zou kunnen worden.” Als seizoenkaarthouder van Ajax komt me dat bekend voor. Ook in Amsterdam geloven ze heilig in een maakbare voetbalclub. Toen ik het een keer waagde om te gaan staan om mijn knie te strekken, kreeg ik bijna een stadionverbod. Hoe ik het in mijn hoofd had gehaald om te gaan staan in een vak waar je moet zitten en stil zijn? Ik liet een paar krukken zien, maar het mocht niet baten. Als ik wilde staan moest ik maar in het ‘sfeervak’ gaan staan. Ik wil bij deze even de aandacht vragen voor het concept ‘sfeervak’. Die naam impliceert toch al dat er buiten dat vak geen ‘sfeer’ mag zijn?

Ook in het Stadium:mk is alles gereguleerd. Om bier te mogen drinken, moet je je langs wat kamerschermen wurmen om in een speciaal drankgedeelte – bar is te veel eer -te komen. Roken is uit den boze en ook hier mag je alleen staan in speciaal daarvoor aangewezen vakken. Het ‘sfeervak’ bestaat uit een man of twintig die hartstochtelijk hun club aanmoedigen, maar het daarbij moeten afleggen tegen hun Londense collega’s die in groten getale zijn gekomen. Het stadion is met ruim 10.000 bezoekers – er passen 30.000 mensen in – nauwelijks gevuld. Mijn suggestie dat 22 pond per kaartje voor een potje in de derde divisie misschien wat gortig was, viel niet helemaal in goede aarde.
De tweede helft is oersaai. De Dons zijn slap uit de kleedkamer gekomen en Charlton Athletic vindt het wel prima met de 0-1 voorsprong. Het enige noemenswaardige zijn de tergend langzame uittrappen van doelman Phillips en de scheidsrechter die niet durft in te grijpen. Als MK Dons kort achter elkaar een penalty en vrije trap vlakbij het doel door de neus wordt geboord, wordt de sfeer even grimmig. De spelers leggen na afloop aan de scheidsrechter uit dat je best een gele kaart mag geven voor tijdrekken. De scheidsrechter reageert daarop door iedereen snel geel te geven.

Na afloop gaan we naar de pub voor een lauwwarme pint. We praten na over de wedstrijd, de vele lege stoeltjes, de vele gemiste kansen en de degradatiestress die begint toe te slaan. Ik maak voor mezelf de balans op: “Slecht voetbal, weinig kansen, koud, duur, maakbaar, gereguleerd, te dure kaartjes en toch vond ik het fantastisch.”  Ik kijk mijn schoonvader aan en zeg: “We should do this again next year.” Hij kijkt me even aan en knikt. Volgend jaar gaan we weer. Een traditie is geboren.

Gijs van der Poel
Staantribune-volger

Heb jij ook een leuke groundhoptrip gemaakt? Stuur je verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.