Heb jij, net als Staantribune-volger Jens Glissenaar, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.

Medellín, de voormalige thuisbasis van Pablo Escobar en zijn drugskartel, wordt steeds meer een toeristische trekpleister voor toeristen die Zuid-Amerika bezoeken. Dat komt mede dankzij de ligging van de stad, ingeklemd tussen de bergen, en door zijn innovatieve karakter, met als hoogtepunt de verschillende kabelbanen.

Daarnaast gaat het Medellín op het gebied van voetbal ook voor de wind. Atlético Nacional, de grootste club van het land van wie je tot in Bogota shirtjes ziet, won vorig jaar de Copa Libertadores, de Zuid-Amerikaanse variant van de Champions League. Maar waar Nacional – zoals de Colombianen de club noemen – buiten de stadsgrenzen veruit de populairste club uit Medellín is, moet het binnen de stad zijn gebied en zijn stadion delen met de tweede club van de stad: DIM, oftewel Deportivo Independiente Medellín. Met zes nationale titels ook geen kleine ploeg, maar altijd in de schaduw van de grote broer. Wij bezochten DIM voor een thuisduel tegen Cortuluá, een kleine club uit de buurt van Cali.

Na een korte metrorit vanuit de toeristenwijk El Poblado kwamen wij aan bij Estadio Atanasio Girardot. Er was ons aangeraden om van tevoren kaartjes te kopen en dat bleek maar goed ook, want bij het uitstappen van de metro kwam de ene na de andere louche kaartjesverkoper op ons af.

Na het passeren van een eerste controlepost voor de tickets hing er een gemoedelijke sfeer rond het stadion. Op de vele terrasjes vlak naast de ingangen zaten vrienden, stelletjes, families en anderen iets te eten en te drinken voor de wedstrijd. We besloten ons ook maar aan een pre-match biertje te wagen, wat eigenlijk niet mag, maar door de politie wordt gedoogd, en gelukkig maar.

Na enkele drankjes vertrokken we richting de ingang. Onderweg kwamen we langs de ingang van de barra brava van DIM, de harde kern, genaamd Rexixtenxia Norte. Wat opviel was dat niet de politie of stewards de ingangen van het vak bewaakten, maar leden van de Rexixtenxia zelf. Later zagen we deze ‘stewards’ (te herkennen aan de blauwe hesjes) voor de sectie van de noordtribune staan, net zo hard springend en zingend als de rest van het vak.

Onze plaatsen waren rond de middellijn, waar we goed zicht hadden op de fanatieke fans en de omringende stad. Waar de gehele noordtribune met de fanatieke fans tot op de laatste stoel bezet was, bleek de rest van het stadion nog niet eens voor de helft gevuld. Toch jammer, maar begrijpelijk met een kleine tegenstander op zondagavond. Maar de barras maakten sfeer en geluid voor een volledig uitverkocht stadion. Vanaf het moment dat we binnenkwamen, ongeveer een kwartier voor aanvang, tot na de wedstrijd maakten de fans op de noordtribune er een feestje van. Natuurlijk zag en hoorde je veel dingen waar Latijns-Amerikaanse fans om bekend staan: gebruik van drums, veel spandoeken, vlaggen en kleuren en veel gebruik van corazon (hart) en amor (liefde) in de teksten. Het was geweldig om mee te maken en zoals veel groundhoppers zullen benadrukken, een wedstrijd bezoeken in Zuid-Amerika verveelt nooit, los van het niveau of plek in het stadion.

Over de wedstrijd zelf kunnen we kort zijn: die was erg slecht. Drie dagen voor de wedstrijd had DIM in eigen huis nog met 2-3 verloren van het Argentijnse Racing in de Copa Sudamericana, wat bij ons de hoop deed leven dat we een leuke wedstrijd zouden zien. Niets was minder waar.

In de eerste helft was het kleine Cortuluá zelfs beter, zonder daarbij echt veel kansen te creëren. In de tweede helft werd DIM iets beter en scoorde het uiteindelijk. De nummer 10 van DIM, Juan Quintero, de enige die soms nog wat probeerde te creëren, scoorde met een vrije trap die afketste via een verdediger de enige treffer van de wedstrijd. Voor de rest van het stadion was het een moment van opleving, voor de barras een reden om alleen nog maar harder te zingen. Die sfeer maakte gelukkig een hoop goed.

Op de terugweg naar de metro zagen we om ons heen toch meer toeristen in shirts van DIM – we waren blijkbaar niet de enigen met dit idee. Dat zegt ook wel iets over de veiligheid van het bezoeken van een voetbalwedstrijd in een land dat nog steeds bij veel mensen bekend staat als ‘onveilig’. Wij hebben ons in ieder geval geen moment onveilig gevoeld. Een aanrader dus voor iedere bezoeker van het prachtige Colombia!

Heb jij, net als Staantribune-volger Jens Glissenaar, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.