Elke week plaatsen we een stukje uit een van de hoofdstukken van ‘Van Middlesbrough naar Millwall’ (dat alleen in de webshop mét presentje is te bestellen). Hoofdstuk twee: Grimsby Town, de club uit het vissersplaatsje waar ze niet van de ongelukskleur groen houden. De club is zeker een bezoekje waard en dat komt vooral door het fantastische Blundell Park.

Het stadion van Grimsby Town, Blundell Park, staat hoog op mijn lijstje ‘mooiste grounds van Engeland’. Het is ook een van de redenen waarom ik Grimsby Town een leuke club vind. Misschien wel de belangrijkste reden. Hadden de Mariners in eenzelfde soort stadion als bijvoorbeeld Scunthorpe United gespeeld, dan had ik er waarschijnlijk weinig mee gehad. Blundell Park is niet vernoemd naar een legendarische voetballer van Grimsby Town, maar naar een homofiele kleermaker uit de zestiende eeuw. Toen hij stierf, zonder getrouwd te zijn geweest of kinderen te hebben gekregen (goh), liet hij zijn geld na aan allerlei goede doelen. Een daarvan was het Sidney Sussex College, dat de lap land kocht waar het stadion nu staat. Een van de straten werd vernoemd naar Blundell. In 1899 ging Grimsby Town spelen op het veld naast die straat en de naam Blundell Park was een logische.


Helaas bezoek ik voor dit boek veel nieuwe stadions die niet in de Bijbel der Vinckers, oftewel Football Grounds of Britain van Simon Inglis, worden genoemd, maar Blundell Park gelukkig wel. Inglis is een beetje aan het nuilen over het stadion en noemt het “a Third Division ground with Second Division gates as a First Division team”. Maar het hoofdstuk is typisch Inglis, die daarin de hele geschiedenis van het stadion uitzoekt.

Vandaag de dag wil Grimsby Town heel graag verhuizen, omdat het niet kan uitbreiden. Inglis vindt een krantenartikel uit 1909, Blundell Park is dan pas tien jaar oud, waarin wordt gewaarschuwd voor de locatie. Volgens het stuk in het Athletic News staan er te veel huizen rondom het stadion, is de zee te dichtbij en de grond is niet geschikt (Blundell Park is gebouwd op kleigrond). Geen profstadion in Engeland is lager gelegen dan dat van Grimsby Town. In Nederland lachen wij erom, maar in Engeland breekt er totale paniek uit als mensen horen dat het slechts zestig centimeter boven de zeespiegel ligt.

Inglis schrijft: “The ground remains a quirky delight. How many grounds have red, black and white striped floodlights pylons and a passing flotilla of of oil tankers to admire or a drive-in burger joint right in front of the ground?” Om eerlijk te zijn zie ik de aantrekkelijkheid van een McDonalds voor het stadion niet zo, maar de passerende schepen door de Humber zijn heel tof om te zien. Daarvoor moet je op de upper tier van de Findus Stand gaan zitten. Als ik een seizoenkaart van Grimsby Town zou hebben, zou ik die daar nemen. Als de wedstrijd matig is, heb je toch nog vermaak.

Helaas zijn de lichtmasten niet meer rood, zwart en wit geschilderd. Dat was in de jaren negentig zo, maar de zeewind en het zilt hebben de verf verwijderd. Ik heb een foto gezien van de lichtmasten en het ziet er bizar uit. Het bovenste deel is rood en de rest is om en om zwart en wit. Best apart. De lichtmasten zelf werden in 1960 door de supporters gekocht van Wolverhampton Wanderers. Die club speelde legendarische wedstrijden onder die lampen (meer daarover in hoofdstuk 7), maar wilde betere hebben. Grimsby-fan kochten de oude floodlights en schonken die aan de club. En ze staan nog altijd rechtop. Dat was geen rommel.

Ik ga op de upper tier van de Findus Stand zitten om de ‘passing flotilla of oil tankers’ van Simon Inglis te zien. Het uitzicht vanaf de tribune is inderdaad geweldig. Je ziet de arbeidershuisjes achter de tribunes en natuurlijk de Humber waar de boten door varen. Grimsby en Cleethorpes liggen net niet aan de Noordzee. Het is het einde van de rivier de Humber, maar het water is er gewoon zout en het heeft flinke getijdeverschillen. Een stuk landinwaarts ligt Hull en daar meren de cruiseschepen aan. Als je naar rechts kijkt, zie je de Noordzee liggen. Vandaag is dat lastig. De lucht is één grijze soep en het is niet te zien waar de zee ophoudt en de lucht begint. Lekker naargeestig. Zo hoort het in Grimsby.