Elke week plaatsen we een gedeelte uit een van de hoofdstukken van ‘Van Middlesbrough naar Millwall’ (alleen te koop in de webshop mét presentje). Het achtste en laatste hoofdstuk gaat over Millwall, een club met dubieuze reputatie.

“London calling to the faraway towns, now war is declared and battle come down”, zingt Joe Strummer. Maar het London Calling is niet echt aan de supporters besteed. Er zitten deze avond tegen Port Vale 7.032 mensen in het stadion. Het is daarmee net voor een derde gevuld. Vreemd, want Millwall doet mee voor de promotieplekken. Misschien is het zo leeg omdat het Valentijnsdag is, al lijkt mij dat niet echt iets voor Millwall-supporters, of is het omdat deze wedstrijd op een dinsdag wordt gespeeld? Hoe dan ook, de fans die er zijn, hebben er zin in. Ik zit in het uitvak en zie een tsunami aan middelvingers in onze richting als de opstelling van Port Vale wordt omgeroepen. Een ventje van amper twaalf maakt een keeldoorsnijdgebaar, gevolgd door een wankergebaar. Naast hem staat een pokdalig figuur die met zijn hand in zijn kruis grijpt.

Zelf ben ik deze dag in het uitvak van The Den gaan zitten om te ervaren hoe intimiderend het is. Ik wil dat wel eens aan den lijve ondervinden. Niet dat ik hoop dat ik in elkaar word getikt om daarna een paar weken astronautenvoedsel te moeten eten, maar ik wil voelen wat Engelse supporters meemaken die op een midweekse avond naar Millwall moeten. Ondanks dat het hooliganisme bij de club sterk is afgenomen in vergelijking met de jaren tachtig, is het nog altijd de minst geliefde uitwedstrijd voor veel Engelse supporters. “Ze bespieden je als ratten vanonder die spoorbruggen. Ik ga er niet meer heen, zeker niet midweeks”, vertelde een bevriende Nottingham Forest-supporter mij ooit.

Via mijn buurman hoor ik dat deze wedstrijd ook niet populair is bij fans van Port Vale. Als ze er eentje moeten laten schieten, is het deze. Dat telt voor bijna alle clubs. Uitgezonderd Leeds United, die supporters vinden deze haat heerlijk. Het is een steenkoude dinsdagavond en Port Vale bakt er niets van. Om mij heen zitten zestig doodongelukkige mensen die eigenlijk liever thuis waren gebleven, maar vanwege een soort raar plichtsbesef hier toch zijn. Hun club staat vlak voor tijd met 2-0 achter tegen Millwall en een groep schroot zingt vanuit het thuisvak Going home in a bodybag tegen hen. Mijn buurman schudt zijn hoofd en zegt tegen mij: “Dit is waarom wij dit allemaal een klote-uitwedstrijd vinden en er hier geen hond in het uitvak zit.”

Millwall – Port Vale is niet mijn eerste bezoek aan The Den. In 2009 was ik er voor het eerst. Millwall speelde destijds tegen Peterborough United, een club met veel brave huisvaders en stofzuigerverkopers als supporters. Door deze tegenstander leek een gekkenhuis mij onwaarschijnlijk. Daarnaast is The Den een oersaaie LEGO-bak zonder enige originaliteit en zit het vaak maar halfvol. Allemaal ingrediënten voor een matige voetbalmiddag. Ondanks dat beide clubs om promotie streden, waren mijn verwachtingen vooraf erg laag. Ik wilde gewoon een keer Millwall hebben gezien om te kunnen zeggen dat het een overschatte boel was.

Maar ik had het mis. Het was in en rondom het stadion erg intimiderend. Bijna kreeg ik de lange lat in mijn nek omdat ik niet snel genoeg opzij ging voor de politie en in het stadion durfden we amper Nederlands met elkaar te praten, omdat dat niet echt werd gewaardeerd door het gajes om ons heen. Er werd ook op ons gelet of wij wel fanatiek genoeg meededen met het MIIIIIIIIIILLLLLLLL, de oorlogskreet van de supporters van Millwall. Kletsnat van het angstzweet gingen we na afloop naar buiten.

Het was geweldig geweest. Veel beter dan ik had gehoopt. Het had nog net iets beter kunnen zijn als de ruiten van onze auto aan diggelen waren geslagen en de wagen op blokken had gestaan zonder wielen, maar zoveel mazzel overkomt alleen Guus Geluk.

Meer over Millwall in Van Middlesbrough naar Millwall, alleen te koop in de webshop mét presentje!