De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: NRC-journalist Fabian van der Poll.

Na zijn doelpunt tegen rivaal AS Roma stond hij met geheven arm op de sintelbaan van Stade Olimpico, pal voor de Irriducibili, de even ruige als rechtse supporterssectie van de club die ooit werd toegejuicht door een van de grondleggers van het fascisme, Benito Mussolini.

Paolo di Canio, spits van Lazio, deed dat wel vaker, die hand schuin omhoog. Maar anders dan de foute denkbeelden die je erin kon herkennen, bezwoer de aanvaller steevast dat zijn manier van juichen niets te maken had met politiek. Later zei hij: “Ik heb mijn mensen gegroet met wat voor mij een teken is van het behoren tot een groep die nog echte waarden heeft, tegen de standaardisering die de maatschappij ons oplegt. Ik ben blij dat ik op zulke mensen kan rekenen en ik zal hen op deze manier blijven groeten.’’

Je moet het maar geloven, van de man die later door Sky Sports Italia werd ontslagen vanwege een tatoeage van Mussolini. ‘Dux’, staat er op zijn arm, de Latijnse variant van ‘Duce’, wat zoiets als bevelhebber en aanvoerder betekent. Di Canio had de tatoeage al voordat hij tv-analist werd, maar het punt was: hij verscheen in de studio in korte mouwen, waardoor zijn bewondering voor wijlen de grootste dictators van Europa ongemakkelijk zichtbaar werd. Dezelfde man noemde Di Canio in zijn biografie een principiële man die door iedereen verkeerd begrepen werd. Door hemzelf overigens niet. 

Wie deze voorgeschiedenis kent, weet dat dit stukje geen ode kan zijn. Doe het maar, een ode schrijven voor een fascistische voetballer in tijden van hypercorrectheid. Voor je het weet, ben je er zelf een.

Hooguit kan ik vertellen waarom je van Di Canio zou kunnen genieten wanneer je al dat fascistische geflirt even wegdenkt.

Bijvoorbeeld omdat hij als trainer van Sunderland zijn kostuum besmeurde door met zijn knieën over het gras te glijden. Zijn knievlakken leken op die van een kind dat buiten in de modder had gevoetbald, maar wat gaf het? Sensatie was het. Ultiem voetbalgeluk.

Denk ook aan zijn verbluffende doelpunt tegen Wimbledon in 2000 namens West Ham United. Een volley vanaf de linkerkant van het strafschopgebied, met rechts, in de verre hoek. De keeper hoorde de bal alleen maar suizen, het publiek was buiten zinnen en de commentator kwam woorden tekort, zo volmaakt was de treffer waarmee Di Canio eeuwige erkenning als voetballer zou verwerven.

Maar de mooiste actie uit zijn oeuvre blijft voor mij het sportieve gebaar waarmee hij in 2001 de FIFA Fair Play Award won. Op Goodison Park, het onderkomen van Everton, kreeg de spits in de slotfase de uitgelezen mogelijkheid om West Ham op 2-1 te brengen door de bal vanuit een voorzet in een leeg doel te koppen. De doelman van Everton lag immers op de grond. Geblesseerd. Een buitenkansje dus. Maar nee, Di Canio greep de voorzet met zijn handen uit de lucht. Zo wilde hij niet scoren. Wat volgde was een staande ovatie, voor een voetballer die bij welke club hij ook speelde voor beroering zorgde.

Ja, soms was Di Canio een tikkeltje fout, maar saai was hij tenminste niet.  

Fabian van der Poll