1985 is het jaar waarin George Michael de Top 100 aanvoert met Careless Whisper. Het jaar ook waarin Bernard Hinault voor de vijfde keer de Ronde van Frankrijk wint en het Heizeldrama aan 39 Juventus-supporters het leven kost. Zure regen domineert de milieuberichtgeving, maar dankzij een van de strengste winters van de eeuw vindt in Friesland wel de Elfstedentocht plaats.

En in Rumst, nabij Antwerpen, verongelukt Belgisch international Ludo Coeck (hier links naast Eric Gerets) op 9 oktober 1985, vandaag 31 jaar geleden. Hij zou net zijn carrière, die door blessures was onderbroken, nieuw leven inblazen. Bij zijn grafzerk wordt de omvang van het verdriet pas echt duidelijk.
Coeck
Op 7 oktober brengt aquaplaning de blauwe BMW van Coeck aan het slippen op de toenmalige E10 richting Brussel, ter hoogte van de afrit Rumst-Duffel. De Belg botst op een vrachtwagen en wordt tegen de vangrail gekatapulteerd. Coeck, pas dertig geworden, ligt twee dagen in coma, maar een gescheurde lever en een hersenbloeding worden hem op 9 oktober in het Academisch Ziekenhuis in Edegem uiteindelijk fataal.


De oud-speler van Berchem Sport, Anderlecht, Inter en Ascoli was op weg van zijn appartement aan de Lode Van Berckelaan 173 in Berchem naar een kinesist in Leuven, waar hij een deel van zijn revalidatie doormaakte. Voor de vijfde keer – voor de derde keer aan zijn enkel – had hij zich laten opereren. De trainingen had hij al enige tijd hervat op sportcentrum Het Rooi, waar hij als jeugdvoetballer was begonnen. Er groeide weer hoop om zijn carrière weer te hervatten.

‘Koekoek, koekoek!
Ludo Coeck begint zijn carrière bij Berchem Sport, waarvan zijn vader lid is, en gaat op zijn zeventiende naar Anderlecht. De Brusselse club ziet in Coeck een mogelijke opvolger voor Paul Van Himst. Hij maakt zijn competitiedebuut in de Eerste Klasse op 26 november 1972 tegen Standard Luik. Coeck valt op door zijn verre passes en afstandsschoten met links, die – zo werd berekend – de bal met snelheden tot 118,7 kilometer per uur over het veld konden jagen. Als publiekslieveling (“Koekoek, koekoek!”) kende hij dankzij een elegante techniek en balcontrole zijn gelijke niet.

Als hij in 1976 met Anderlecht tegen West Ham United de Europa Cup II-finale speelt, zorgt een tackle van Trevor Brooking ervoor dat hij al na 33 minuten moet worden vervangen door Frankie Vercauteren. Coeck, amper twintig jaar op dat moment, moet zich voor de eerste keer laten opereren, in Barcelona. De kiem van aanslepend leed is gezaaid.

coeck3

Bij Anderlecht met keeper Jacky Munaron.

Bij Anderlecht schitteren lukt tussen de ongemakken, blessures en operaties door nog wel, maar als Rode Duivel moet hij te vaak verstek laten gaan. De rol van spelmaker bij Anderlecht wordt ondertussen opgeëist door oud-Ajacied Arie Haan. Een andere Nederlander, Robbie Rensenbrink, krijgt bovendien onenigheid met Coeck omdat hij vindt dat de middenvelders, onder wie Coeck, hun verdedigende rol in dienst van hem en Vercauteren onvoldoende invullen.

Coeck moet zijn hoop vestigen op het WK in Spanje om zijn internationaal palmares gestalte te geven. Het wordt zijn eerste grote toernooi met de Rode Duivels. Tegen El Salvador scoort hij met een onhoudbaar afstandsschot dat samen met de gedeelde blijdschap met Walter Meeuws jarenlang de leader van het Belgische sportprogramma Sportweekend siert. Een bij de nationale ploeg zeldzaam doelpunt dat hij later tegen West-Duitsland nog eens zal overdoen.

In 1983 wint Coeck met Anderlecht de UEFA Cup en vervolgens vertrekt hij naar Inter. Maar de Milanezen staan na een paar speeldagen onderaan in de rangschikking. Op de dag dat de Milanese derby op de kalender staat en Coeck en Eric Gerets onder ruime belangstelling van de Belgische pers tegen elkaar zouden spelen, zit Coeck op de bank. Helemaal verkeken zijn de kansen bij Inter als hij bij een kwalificatie-interland voor het EK in Frankrijk met de Rode Duivels tegen Zwitserland opnieuw op de enkel getrapt wordt en er botsplinters moeten worden verwijderd. Goed voelt de enkel daarna nooit meer aan, verklaarde Coeck. Zijn interlandcarrière kabbelt ondertussen verder, maar zijn stempel drukken lukt niet meer. Hij wordt uitgeleend aan Ascoli, waar hij nooit aan officiële wedstrijden toekomt en na zijn vijfde operatie terugkeert naar België om aan een zoveelste comeback te werken.

Coeck2

Met Jan Ceulemans tijdens een training van de Rode Duivels in het Heizelstadion.

In de biografie ‘Ludo Coeck’ van Louis Van Craen , Luk Luyten en Henk Van Nieuwenhove zegt toenmalig bondscoach Guy Thys: “Als we terugblikken naar die wereldbelofte van zestien jaar, heeft hij de verwachtingen slechts voor negentig procent kunnen inlossen. Maar als je aan de andere kant zijn zware blessures en vele operaties op een rijtje zet, heeft hij meer dan honderd procent uit zijn loopbaan gehaald.”
boek coeck
Op het kerkhof van Berchem doorkrast de wegebbende sirene van een ambulance het achteloos gefluister van de Antwerpse Ring. Een op steen gedrukt portret van Ludo Coeck, in gestreept voetbalshirt, staart je minzaam lachend aan. Daaronder, het laatste bijschrift:

Als sportman was hij groot

als mens is hij niet te evenaren.

De harde letters leiden de blik over een pot met plastic bloemen naar het identieke graf ernaast, dat van zijn ouders. Als versteend, omschreef zijn zus Suzy hun reactie op Ludo’s dood. Zijn moeder overleed vijf jaar na haar zoon aan kanker, drie maanden daarna stierf ook zijn vader. Ze konden het niet verwerken.

(Dit verhaal verscheen eerder, in een uitgebreidere versie, op 6 oktober 2010 in ‘Voetbalmagazine’)