Voor de nieuwe Staantribune, te koop in de webshop, bracht Floris Akkerman een bezoek aan FC Sheriff. Een voorproefje:

Tiraspol. Alsof ze keurige kostschooljongens zijn in plaats van nietsontziende voetbalsupporters. Het klinkt braaf wat de fans van FC Sheriff uit het niet-erkende landje Transnistrië zingen. “We hebben een overwinning nodig”, is een van de talloze weinig spraakmakende leuzen tijdens de thuiswedstrijd tegen Akademija uit de Moldavische hoofdstad Chisinau. Geen enkele supporter zwaait met een Transnistrische of Russische vlag. Alleen de clubkleuren zwart-geel zijn overal te zien. Terwijl voetbal een uitgelezen kans moet zijn voor de fans om zich af te zetten tegen Moldavië.

De supporters zouden er alle reden voor kunnen hebben; 324 van hun landgenoten stierven tijdens de onafhankelijksheidsoorlog met Moldavië begin jaren negentig. De oorlog loopt dwars door de Transnistrische samenleving heen. In de stad Bender zijn de kogelgaten zichtbaar in een flatgebouw. In de hoofdstad Tiraspol herinneren in steen gebeitelde namen van omgekomen soldaten, oorlogsgraven en een eeuwige vlam voor de onbekende soldaat aan het conflict. Iedere Transnistriër kent de verhalen uit de oorlog. Alleen al het feit dat Moldavië het leger inzette om de Transnistriërs te onderwerpen, zet kwaad bloed onder de bevolking en is een reden om nooit meer een eenheid te vormen.

Transnistrische roebels

Het presenteert zich als een onafhankelijke natie. Moldavië heeft niets te zeggen over de 475.000 Transnistriërs. Wie het land binnenkomt, passeert een heuse grensovergang met douanebeambten, waar je je moet melden als buitenlandse bezoeker. Vervolgens rijd je door onder een boog met daarop de nationale kleuren groen-geel en de communistische symbolen hamer en sikkel. In de supermarkt kun je euro’s inwisselen voor Transnistrische roebels. Er zijn een eigen president, parlement, leger en nationale bank.

Het landje ruikt naar de Sovjet-Unie. Transnistrië ziet zichzelf als de ware erfgenaam van de Moldavische Sovjetrepubliek. Langs de weg bij het voetbalstadion van FC Sheriff een zuil met hamer en sikkel en de afkorting USSR (Unie van Socialistische Sovjetrepublieken). Op het muntgeld staan dezelfde communistische symbolen. Het standbeeld van Sovjetleider Lenin voor het parlementsgebouw staat fier overeind.

Een eigen sterke voetbalcompetitie ontbreekt echter wegens geldgebrek. Dus voetbalt FC Sheriff uit Tiraspol in de hoogste Moldavische divisie. Spelen in een buitenlandse competitie, zoals de Oekraïense of de Russische, zit er als niet-erkend land niet in. Voor Moldavië is voetbal een manier om Transnistrië aan zich te binden.

Lees het hele artikel in Staantribune #18. Hier een voorproefje in elf seconden:

Omdat het precies dertig jaar geleden is dat het Nederlands Elftal Europees kampioen werd, staat Staantribune nummer 18 voor een deel in het teken van het succesvolle EK. Zo gingen we op zoek naar het Utrechtse voetbalverleden van topscorer Marco van Basten en spraken we met Gerald Vanenburg en de ietwat vergeten selectiespeler Wilbert Suvrijn.

Naast artikelen over het EK hebben we ook andere verhalen, zoals een reisverslag over de langste awayday ter wereld: het duel tussen Luch Vladivostok en Baltika Kaliningrad en een achtergrondverhaal over het KV Mechelen, dat onder leiding van Aad de Mos in 1988 de Europa Cup II won.  Ook bezochten we de derby van Huizen en Moss Side, de verloederde wijk waar voorheen stadion Maine Road van Manchester City stond.

Verder onder meer:

  • Een bijzondere foto reportage van dug-outs
  • Top 5 Snorren tijdens het EK 1988
  • Reportage in Gibraltar
  • Het Tibetaanse voetbalelftal
  • Columns van Johan Voskamp en Frank Heinen
    en nog veel meer!

Met uniek fotomateriaal van onder meer Marco Magielse en Stuart Roy Clarke en illustraties van Emilio Sansolini.

Je kunt Staantribune #18 bestellen in de webshop! Ook is het magazine verkrijgbaar bij meer dan duizend verkooppunten in Nederland en België.