Maarten de Jong wordt nog regelmatig aangesproken op een spandoek dat hij bijna een kwart eeuw geleden omhoog hield. ‘Nooit weer Cambuur’, stond erop. Drie woorden, meer niet. Triomfantelijk liep hij er met enkele teamgenoten mee door het oude Abe Lenstra Stadion, na de promotie van sc Heerenveen naar de Eredivisie. Natuurlijk was De Jong niet de maker van het spandoek, maar het is sindsdien wel onlosmakelijk verbonden met ‘Mister Heerenveen’.nooitweercambuur

Tegelijkertijd is het één van de meest iconische foto’s geworden van de Friese derby. Het was niet alleen een combinatie van trots en opluchting dat eindelijk de Eerste Divisie werd verlaten. ‘Nooit weer Cambuur’ zegt veel over de intense manier waarop de rivaliteit wordt beleefd. De clubs zijn elkaar liever kwijt dan rijk, zo groot is de afkeer.


Wereldwijd zullen supporters van rivaliserende clubs dat beweren, maar in de praktijk danken veel derby’s hun naam en faam aan de frequentie van de ontmoetingen. Stiekem weten ze dat ze niet zonder elkaar kunnen. Wat is Celtic zonder Glasgow Rangers, en andersom?10258098_606144356165957_8608637923566297673_o

Bij de Friese derby ligt dat anders. Hoewel Heerenveen het aanvankelijk slechts één seizoen volhield in de Eredivisie en al snel weer tegenover Cambuur stond, bleek het spandoek van Maarten de Jong toch profetisch. Sinds ‘Nooit weer Cambuur’ is de Friese derby slechts tien keer in competitieverband gespeeld. In bijna een kwart eeuw. Dat is extreem weinig voor een wedstrijd met zo’n grote naam.

Toen de clubs elkaar dertien jaar lang helemaal niet tegenkwamen, nadat Heerenveen in 2000 met een overwinning in Leeuwarden een voorschot nam op deelname aan de Champions League én de degradatie van Cambuur, werd de zwart-witfoto welhaast een bewijsstuk voor het bestaan van de rivaliteit.

Niet toevallig refereerden de supporters van Cambuur er op een fijnzinnige wijze aan toen hun club tamelijk onverwacht terugkeerde op het hoogste niveau. Dankzij het faillissement van SC Veendam en AGOVV waren de Leeuwarders in het voorjaar van 2013 plotseling titelkandidaat. Het kampioenschap van de Eerste Divisie werd na de gewonnen uitwedstrijd tegen Excelsior op passende wijze gevierd. Supporters hielden op Woudestein een spandoek omhoog met de tekst: ‘Nooit weer Cambuur? Guess who’s back!’

Vorig najaar was het dan eindelijk zover: de eerste Friese derby sinds dertien jaar. Verbaasd zagen de kijkers van Studio Sport hoe de aanhang van Cambuur met Nederlandse vlaggen naar het Abe Lenstra Stadion toog. Nog groter werd de verwarring toen in het uitvak een groot spandoek werd opgehangen met de tekst ‘Anti Fries’. In veel huiskamers was de verwondering bijna tastbaar. Wat waren dit voor merkwaardige sentimenten? Leeuwarden is toch de hoofdstad van Friesland?

BVWHmIIIgAE7SPk(Foto: DW-Fotografie)

Het bijzondere is dat de derby al die tijd heeft voortgeleefd, zonder op het programma te staan. Na een decennialang gezamenlijk verblijf in de Eerste Divisie mochten Heerenveen en Cambuur dan uit elkaar gegroeid zijn, de dynamiek van de derby bleef bestaan. Vooral in Leeuwarden. Tijdens zwarte jaren van rode cijfers en sportieve malaise groeide de stedelijke frustratie over de successen van ‘die boeren’.

Die opmars werd mede mogelijk gemaakt door het toe-eigenen en vermarkten van de Friese identiteit. Op die manier kreeg voorzitter Riemer van der Velde het grootste deel van de provincie achter zich, met alle financiële mogelijkheden van dien. Het dorpsclubje sc Heerenveen werd als het ware FC Friesland. Dat steekt in de hoofdstad, waar ze zich toch altijd al veel meer Leeuwarders hebben gevoeld dan Friezen. Andersom is de afkeer van ‘dat rare stadvolk’ diepgeworteld in de provincie. Dat maakt de rivaliteit voetbaloverstijgend.1378699_612602385444505_425549430_n

Het middel voor de belijdenis ervan heeft lange tijd ontbroken. Een hele generatie supporters kende de Friese derby slechts uit de overlevering. Toch was in Heerenveen bepaald geen sprake van een hunkering. Integendeel: de Europese campagnes, de bekerwinst en de surrogaatderby’s tegen FC Groningen vulden de leegte ruimschoots op. Terwijl in Leeuwarden stoïcijns werd gezongen dat de slapende reus eens zou ontwaken en SC Cambuur eraan kwam, klonk in het Abe Lenstra stadion gejuich en gelach als er bij ‘DKV’ (Dertig Kilometer Verderop) weer een faillissement dreigde of een promotiepoging mislukte.

De spandoeken met ‘Nooit weer Cambuur’ lagen bij wijze van spreken al klaar toen de rivalen vorig jaar werden herenigd. Met zo’n klein budget zou Cambuur er toch onmiddellijk weer uitvliegen? Met genoegen werd een frase uit ‘de Liwwadder Blues’ van de Leeuwardense zanger Piter Wilkens geciteerd: ‘Het het nooit wat weest en et zal nooit wat wurde’. Een grote inschattingsfout, zo bleek. Leeuwarden vierde Bevrijdingsdag toen Heerenveen aan het begin van dit kalenderjaar met oppermachtig voetbal en klinkende cijfers werd verslagen (3-1). Bijna net zo belangrijk voor de achterban: degradatie bleef uit. En hoe.

De altijd roerige volksclub kan in navolging van Heerenveen inmiddels zelfs op landelijke sympathie rekenen. Alles wijst erop dat Cambuur het met een nuchtere trainer en aantrekkelijk voetbal voor het eerst in de clubgeschiedenis langer dan twee jaar gaat uithouden in de Eredivisie.

10296216_283357231831283_647436260470487951_oZondag staan de aartsrivalen wederom tegenover elkaar, in het Abe Lenstra Stadion. Voor het eerst sinds decennia als volwaardige tegenstanders. De nummer zes van de Eredivisie tegen de nummer vier. Dat maakt het tot een historische ontmoeting, ongeacht de uitslag. Of de betrokkenen het nu leuk vinden of niet: de Friese derby lijkt na 24 jaar toe aan een nieuw spandoek.

 

Foto’s
Facebook Nieuw Noord Heerenveen
Facebook Cambuurfront