Het stadion van K. Lyra TSV was er een voor de fijnproever. Eigenlijk was het maar een half stadion. Een heerlijke staantribune achter het doel en een boeiende hoofdtribune aan de lange zijde. Boeiend omdat het uit 1921 stammende bouwwerk in 1932 werd uitgebreid en dat gebeurde zonder sloophandelingen. Er werd gewoon om- en overheen gebouwd. De oude constructie bleef vrijwel onaangetast staan. Een tribune in een tribune.

Clubs in de lagere Belgische klassen hebben vrijwel allemaal hun eigen merkwaardige charme. Wat ze gemeen hebben is dat er meestal wel iets open staat waardoor je op de meest rare tijden alles op je gemak kunt bekijken. Zo ook bij Lyra.

Bij mijn eerste bezoek op een koude januaridag was er geen levende ziel te bekennen, maar stond de hoofdingang uitnodigend open. Het werd zo’n kennismaking waarbij je vrijwel meteen wordt ingepakt. Er klopte behoorlijk veel op deze plek waar de tijd aan voorbij leek gegaan. Een ontroerend detail waren de paar treden staanplaatsen voor de hoofdtribune. Die waren niet betegeld, maar bleken te bestaan uit door de jaren heen platgestampte aarde.

In de reportage hieronder vind je vooral foto’s van de sloop. Ook die dag stond alles open en was er geen werkman te bekennen. De sloop van een stadion stemt vrijwel altijd droevig en dat was ook hier het geval. Niemand die mijn weemoed verstoorde. Ik sjouwde er rond, maakte foto’s om ook die laatste ademtocht vast te leggen. Zelfs het deurtje naar de onderkant van de grotendeels houten tribune stond open. Het hout bleek zich in een onberispelijke staat te bevinden, daar was geen druppeltje vocht bijgekomen sinds 1932. Sprakeloos aanschouwde ik de prachtige, ongeschonden constructie. Weken later resteerde er niets dan een hoopje stenen.