Het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland, Italië en Spanje zijn geliefd bij groundhoppers. Vreemd genoeg blijft Frankrijk, toch ook een groot voetballand, daar ver bij achter. Dat is terecht, vrees ik. Want hoewel de talentvolle voetballers er bij busladingen worden afgeleverd, ontbreekt het echte voetbalgevoel in het land waar tijdens de zomer bijna meer Nederlanders dan nakomelingen van Asterix en Obelix verblijven.

Verspreid over de afgelopen acht jaar kwam ik er een aantal veldjes tegen die het waard waren om een tussenstop te maken. Soms had dat ook te maken met de connectie die de locatie had met de Eerste Wereldoorlog. Zo ligt er in Verdun, waar in februari 1916 een van de meest wrede veldslagen uit de wereldgeschiedenis begon, een veld met een geinige tribune en rare cottages erachter.

Of Apremont, een plaats nabij het Argonnenwoud waar een indrukwekkend Duits soldatenkerkhof ligt. Daar bevindt zich een trapveldje met een oude spoorloods als tribune en een vreemd watertorentje als decor. Het mistroostige winterweer maakt het fotogeluk compleet.

Heel anders dan in Dun-sur-Meuse, waar het schattige tribunetje van FC Val Dunois bij een bezoekje uitkijkt over een zonovergoten hoofdveld. Clubleden bereiden een barbecue voor, de bal gaat er niet meer rollen dat seizoen.

Het laatste veldje is het meest recent ontdekte exemplaar. Vlakbij een 665 meter hoge rots waar op de top een kapelletje uitkijkt over de Elzas, lijkt een gravelveldje wel verdacht veel op een lost ground. Of een stade perdu, dat klinkt ook goed. FC Dabo is niet meer, zo lijkt het.