Staantribune-redacteur Joris van de Wier was de afgelopen twee weken in Georgië. Het voetbal in het Kaukasische land ligt op z’n gat en qua populariteit is rugby tegenwoordig de eerste sport van Georgië, maar diep van binnen brandt de liefde nog, al is het nu een waakvlammetje. Ooit was Georgië samen met Rusland en Oekraïne hofleverancier voor het elftal van de Sovjet-Unie en eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was Dinamo Tbilisi een gevreesde club. Het won in 1981 zelfs de Europacup II, na een halve finale waarin Dinamo het grote Feyenoord versloeg. Dat Georgië een groot voetbalverleden heeft, is te zien als je door het land rijdt. Overal liggen veldjes en stadions en als je het woord ‘voetbal’ laat vallen, krijg je alles te horen over de rijke geschiedenis van het land.