Feyenoord is begonnen aan de voorbereiding op het nieuwe voetbalseizoen. De komende weken zullen de gedachten nog vaak teruggaan naar de zo succesvolle jaargang 2016-2017, het meest bizarre en meest intense seizoen dat ik heb beleefd sinds ik Feyenoord, vanaf 1985-1986, volg. In het dagelijks leven ben ik een vrij nuchter persoon, vind ik zelf, maar op de een of andere manier maakt Feyenoord heel veel emoties bij mij los. Die heb ik geprobeerd te verwoorden in míjn verhaal over afgelopen seizoen.

Zondag 7 augustus 2016
Ping! Mijn telefoon trilt in mijn broekzak. In de verte zie ik een digitale klok die aangeeft dat het 12.50 uur is en 34 graden. “0-1” laat mijn maatje Ben in een ouderwets sms’je weten. Ik loop met mijn vriendin en twee kinderen over straat in het Spaanse Valencia. Ruim tweeduizend kilometer verderop speelt Feyenoord de eerste competitiewedstrijd, uit tegen FC Groningen. Ik hoor hier eigenlijk niet te lopen, maar in de Euroborg te zitten, denk ik. Vakanties probeer ik altijd zo te plannen dat ik geen officiële wedstrijd van Feyenoord hoef te missen. Maar aangezien mijn vriendin altijd in een bepaalde periode vrij kan nemen van haar werk, moest ik nu toch een keer een wedstrijdje laten schieten: óf de strijd om de Johan Cruijff Schaal óf het duel in het hoge noorden. Die keuze was niet echt lastig: dan maar een keer niet naar Groningen. Ook al stelt de Johan Cruijff Schaal weinig voor, een prijs is een prijs en een kans daarop laat ik niet voorbijgaan.

soccerfanshop.nl

En ach, Feyenoord zal toch wel weer niet meedoen om de titel. De ploeg is nauwelijks veranderd, het is vrijwel dezelfde selectie die vorig seizoen zeven wedstrijden op rij niet wist te winnen. Alleen een onbekende Deense spits, ene Nicolai Jørgensen, is gehaald. Zal wel weer niks zijn. Een competitiewedstrijd kan ik dus best een keertje overslaan. Het zou uiteindelijk de enige wedstrijd van het seizoen zijn die ik zou missen.

“Elia 0-2” sms’t Rick, een ander Feyenoord-maatje, zeventien minuten later. En dan is de batterij van mijn telefoon leeg.

Pas ’s avonds, op de hotelkamer, zie ik dat het maar liefst 0-5 is geworden in de Euroborg. De hoge uitslag verrast me wel. Maar ach, denk ik meteen, ik kan me ook nog een 6-1 in de eerste competitiewedstrijd tegen De Graafschap herinneren en dat jaar met Ruud Gullit als trainer eindigde ook dramatisch, dus zo’n uitslag zegt nog niks over de rest van het seizoen. Ik bekijk de doelpunten op mijn telefoon en scroll nog even door Facebook. Ik grijns als ik bij een aantal vrienden de stand op de ranglijst na één speelronde voorbij zie komen en ga tevreden slapen.

Zondag 14 augustus

De eerste thuiswedstrijd van het seizoen en voor mij persoonlijk een heel bijzondere. Mijn zoontje Ferron (6) is vandaag namelijk voor het eerst mee. Het is een van de dingen waarvan je als (toekomstig) vader droomt: samen met je zoon naar het voetballen. ’t Was al vaak aan mij gevraagd: heb je Ferron nog niet meegenomen naar een wedstrijd? Maar ik wilde dat hij mee zou gaan op een moment dat hij het zou beseffen en het zelf leuk zou vinden. En niet omdat het zo nodig van papa ‘moet’. Vandaag is het dan eindelijk zover, zijn eerste wedstrijd van Feyenoord, uiteraard in De Kuip, tegen FC Twente.

Ik ben vooraf zenuwachtiger dan Ferron. Zal hij het wel leuk vinden? Bij Café De Ara op de Groene Hilledijk halen we een seizoenkaart op van mijn vriend Thijs, die niet naar de wedstrijd kan. Hand in hand lopen we over de bekende brug, waar papa in 1986 ook aan de hand van zijn opa liep, richting de bakens in de verte.

Eenmaal binnen de poorten van het stadion vindt Ferron het best een beetje spannend, merk ik. Hij wil zo snel mogelijk naar boven, het vak op. Als hij de trap oploopt van Vak R, zie ik mezelf als kleine jongen het vak bestijgen, zo’n dertig jaar geleden. Het is mooi om samen voor het eerst Hand in Hand mee te zingen en zijn eerste doelpunt te vieren. Hij weet niet wat hem overkomt als hij bij beide doelpunten opeens een orkaan van geluid hoort en ik hem optil in de lucht.

In de rust doet hij een plasje tegen de wc-muur, iets waarop hij zich vooraf al had verheugd. En we nemen een kijkje in de Legioenzaal, waar niemand hem aanstoot, ondanks dat het erg druk is. Sowieso valt het me op dat iedereen superaardig tegen mijn zoontje is. Een beul van een vent met blockheadkapsel en tattoos in zijn nek (‘010’) en op al zijn vingers, laat hem voorgaan bij de catering en geeft hem een aai over zijn bol: “Faaine wedstrijd, jongen!” En op de volgepakte trap van Vak R gaat iedereen netjes voor hem opzij. Van Jimmy de Tamil, die achter ons zit, krijgt Ferron tijdens de wedstrijd snoepjes.

Bij veel mensen die nooit in een stadion komen, bestaat het beeld dat je niet fatsoenlijk met je kinderen naar het voetbal zou kunnen. Maar je kunt beter naar De Kuip gaan dan naar een willekeurig pretpark, waar veel meer horken rondlopen. Dat maakt mij extra trots op deze club, waarvan veel supporters een grote mond hebben, maar een klein hartje.

Feyenoord wint redelijk eenvoudig van de Tukkers (2-0), maar het vertoonde spel maakt me eigenlijk niet zoveel uit. Ik ben vooral blij dat ze in de eerste wedstrijd van mijn zoon hebben gewonnen.

Of Ferron zijn eerste wedstrijd leuk vond? Zijn vraag na afloop zegt genoeg: “Mag ik nog een keer mee? Ik heb nu toch een seizoenkaart?”

Zondag 21 augustus 2016

Mijn eerste ‘awayday’ van dit seizoen. Heracles-uit staat onderaan mijn lijstje van favoriete uitwedstrijden. Niet alleen omdat er in Almelo weinig is te doen, maar vooral omdat mijn maatje Bart en ik een paar seizoenen geleden, alleen op basis van het feit dat we niet uit de regio Almelo komen en zónder ons te misdragen, uit het stadion werden gezet.

We zijn vandaag met een kleine delegatie, want Bart is nog met vakantie en de rest van de vaste uitwedstrijdenbezoekers had andere dingen te doen of gewoon geen zin. Alleen Jasper en Eik geven acte de présence, net als de Afdeling Dieren, die op een ander vak zit. De laatste seizoenen haken wel vaker mensen af voor bepaalde – meestal de verre – uitwedstrijden, merk ik. Ik kan het mij op zich wel voorstellen. Na 15, 20 en in sommige gevallen zelfs 25 jaar, is de lol van het bezoeken van uitwedstrijden in Nederland er wel een beetje vanaf. De stadions en steden zijn bekend en het wordt allemaal wat routinematig. De vaak onzinnige veiligheidsmaatregelen en het soms moeizame geregel van losse kaarten bevorderen het uitwedstrijdenbezoek ook niet. Bovendien strijdt Feyenoord vrijwel nooit mee om de titel. Ja, heel soms, zoals in het jaar van Guidetti, maar dan hobbelen we maar wat achter PSV en Ajax aan. Je vraagt je wel eens af waarvoor je het eigenlijk doet.

Toen de club een paar seizoenen geleden echt dramatisch presteerde, gingen we maar dingen verzinnen om het rond de uitwedstrijden toch nog naar ons zin te hebben. Zo gingen we een tijdje in elke speelstad naar het centrale plein waar we in alle horecagelegenheden minstens één biertje dronken, zochten we in elke stad of dorp naar een snackbar waar we steevast hetzelfde (een patat en broodje kroket) bestelden, bleven we vaak tot de laatst mogelijke trein in de speelstad, bezochten we naburige steden als Assen (Groningen-uit) en Meppel (Heerenveen-uit) en streepten Bart en ik onder de noemer ‘Feyenoord Monopoly Groep’ de straten van het Monopolyspel af, waardoor we een keer na een uitwedstrijd terechtkwamen in Bathmen, het enige dorp in Nederland met een Dorpsstraat en Brink. Ja, zelfs de Gevangenis werd gevinckt, die in Breda. Alleen moeten we nog steeds een keer naar een parkeerplaats in een speelstad.

Zo werd de FGG, de ‘Feyenoord Gezelligheids Groep’, zoals we onszelf gekscherend noemen, geboren. Als er in het stadion weinig te genieten valt, dan moet je er buiten maar wat van maken. Het adagium ‘Feyenoorder ben je niet voor je lol’ van Gerard Cox heb ik dan ook altijd onzin gevonden. Ja, de wedstrijden zelf zijn vaak niet om aan te gluren. Maar Feyenoord is veel meer dan de negentig minuten op het veld.

Vandaag doet de uitgedunde FGG echter een ‘Heen & Weertje’: we gaan vooraf nergens heen, bezoeken alleen de wedstrijd en gaan na afloop – na een korte pitstop bij de snackbar op station Almelo De Riet – meteen naar huis. Feyenoord heeft het vaak lastig op het kunstgras van het Polman Stadion en ook deze wedstrijd is verre van hoogstaand, maar we winnen zowaar nipt (0-1), voor de derde keer op rij, en gaan dus tevreden huiswaarts.

Ik merk aan mezelf dat ik er nog een beetje in moet komen na de zomerstop. Ik vond het wel lekker, de afgelopen maanden zonder voetbal, het geregel van kaarten, ergernis over het vertoonde spel en het slappe gelul van de zogenaamde analisten. Het enige dat ik echt leuk vind is om alle jongens weer (twee)wekelijks te zien, al hadden we ook in de zomermaanden vrijwel dagelijks contact, veelal per Whatsapp.

Zondag 11 september

Na afloop van de thuiswedstrijd tegen ADO Den Haag (3-1) zie ik Bart voor het eerst dit seizoen. Sinds vorig jaar is het een gewoonte geworden dat we elkaar na afloop van thuiswedstrijden zien bij de plek waar hij zijn fiets stalt, tegen het hek bij de treinen. Dan staan we zeker een kwartier te ouwehoeren over de wedstrijd, het komende duel en andere zaken, met name over kaarten die nog geregeld moeten worden. Bart – die Feyenoord ook sinds de jaren tachtig volgt – en ik zitten vaak op één lijn. Aan overwinningen zoals vandaag tegen laagvliegers Den Haag en twee weken eerder tegen Excelsior (4-1) verbinden we geen conclusies. “Je moet het van wedstrijd tot wedstrijd bekijken”, zeggen we vaak tegen elkaar. Bovendien zijn wedstrijden in De Kuip meestal niet het probleem. “Eerst volgende week maar eens in Eindhoven winnen, dan praten we verder.”

Zondag 18 september

Ik kijk uit naar de wedstrijd in het Philips Stadion. Na op papier redelijk eenvoudige potjes is PSV de eerste serieuze tegenstander van Feyenoord in de competitie. In de wedstrijd om de Johan Cruijff Schaal vond ik de Eindhovenaren veel sterker. Maar Feyenoord heeft tot dusverre alles gewonnen, ook afgelopen donderdag in de Europa League tegen het grote Manchester United (0-1), dus de ploeg reist – zoals het cliché luidt – met vertrouwen af naar Eindhoven. Of zouden de spelers nog vermoeid zijn van het zware Europacupduel? Het is een ‘Wedstrijd van de Waarheid’, een van de velen van dit seizoen, zoals later zou blijken.

Bij PSV-uit moet ik altijd meteen denken aan die ene desastreuze middag in oktober 2010. De 10-0. De ergste wedstrijd die ik als Feyenoord-supporter heb bijgewoond. In de rust van dat duel hadden sommige mensen uit ons groepje, bij een 2-0 stand voor PSV, het stadion al verlaten. Maar ergens heb ik altijd de hoop dat Feyenoord misschien een aansluitingstreffer maakt, dus ik bleef zitten. Bij de 3-0 verlieten meer Feyenoorders het vak en bij de 4-0 zat geen enkele Rotterdammer meer in het stadion, op de mensen in het uitvak – die geen kant op konden – na. Ook ik wilde weg, maar mijn maatje Thomas wilde blijven omdat hij zijn oom, een PSV-fan, had beloofd om na afloop op hem te wachten. En dus besloot ik maar naast hem te blijven zitten, ik kon hem per slot van rekening toch niet aan zijn lot overlaten. Ik zag dus alle doelpunten en het gejuich na de tiende goal ging echt door merg en been. De gifbeker moest kennelijk tot op de laatste druppel leeg.

Na afloop liep ik schoorvoetend naar het centrum, waar ik Bart en Jasper weer zag in een café. Ze zaten met hun hoofd gebogen aan de bar. Bij Bart stonden de tranen in zijn ogen en we durfden elkaar bijna niet aan te kijken. We waren toch wel wat gewend met Feyenoord, maar dit was echt vernederend tot op het bot. We vroegen ons meerdere malen hardop af die avond of het ooit nog wel goed zou komen met de club. We bleven nog heel lang napraten in Eindhoven en zetten het tegelijkertijd op een zuipen. Na een paar uur waren we ladderzat. In een vol eetcafé schakelde Bart met enig agressie (“Uuuuuit dat ding!”) een tv uit waarop de samenvatting voorbijkwam.

Maar een paar dagen later zat De Kup toch weer helemaal vol voor een wedstrijd tegen VVV-Venlo. Alsof we met z’n allen wilden zeggen: “Wat er ook gebeurt, wij laten Feyenoord nooit vallen”, wat mij trots en ook een beetje emotioneel maakt, zelfs nu ik eraan terugdenk.

Vandaag is alles anders en Feyenoord wint zowaar, met 0-1, maar ik vind dat we van geluk mogen springen omdat PSV de betere kansen niet benut. Maar goed, zoals we wel vaker tegen elkaar zeggen als het spel matig is: het maak niet uit hoe we winnen, àls we maar winnen.

Zondag 2 oktober
Na eenvoudige zeges op FC Oss in de eerste ronde van de KNVB beker (4-1) en Roda-thuis (5-0) en een terechte nederlaag in Istanbul tegen Fenerbahçe (1-0), reizen we vandaag af naar Tilburg. Al na een kwartier komt Feyenoord tegen Willem II op voorsprong en een kwartier voor tijd bepaalt invaller Tapia, die tot dusverre een miskoop is gebleken, de eindstand.

Bij de 0-2 zien we aan de overkant van het stadion een paar mensen juichen, waarop een groep Tilburgers verhaal gaat halen. Er ontstaat wat duw- en trekwerk en een van de juichende mensen laat zich onder dwang van de woedende Willem II’ers in de gracht langs het veld vallen. Het ziet er van een afstandje heftig uit. Later begrijp ik dat de ‘grachtvaller’ al een tijdje aan het provoceren was en de Tilburgse supporters stond uit te dagen. ‘Risico van het vak’, moet je je maar normaal gedragen.

Zelf zit ik ook vrijwel nooit meer in het uitvak. Ik weiger me als vee te laten behandelen en met verplicht vervoer een uitwedstrijd te bezoeken. Ik heb mij in ruim dertig jaar nog nooit misdragen rond het voetbal en bepaal zelf wel hoe, met wie en wanneer ik naar een wedstrijd ga. De combiregeling verziekt mijn hele wedstrijdbeleving en na afloop kun je niet nog even de speelstad in.

Zondag 16 oktober
Het incident in Tilburg is ook in Nijmegen niet onopgemerkt gebleven. Bij de uitwedstrijd tegen NEC moeten bezoekers zich legitimeren, waarvoor ik al vreesde. Met Rotterdam als geboorteplaats op mijn ID is het niet heel plausibel dat je supporter van de Nijmegen Eendracht Combinatie bent. Aan de andere kant is het een vorm van discriminatie als de toegang tot het stadion wordt geweigerd op basis van geboorte- of woonplaats. Bovendien kan het incidenten als twee weken eerder niet voorkomen, want de ‘grachtvaller’ kwam gewoon uit de regio Tilburg.

Met een bevriende NEC’er die ik al jaren ken, lopen Bart en ik zonder problemen naar binnen. Uitgerekend Jasper, misschien wel de liefste Feyenoord-supporter die ik ken, komt als enige van ons groepje niet het stadion in. Al was het ook niet heel handig dat hij weigert zijn ID te tonen. Hij beent woedend naar de bushalte en tikt in een kroeg in het centrum van Nijmegen het een na de andere Guinnessie weg. Als we hem na afloop weer treffen, heeft hij ‘em dan ook stevig geraakt en schreeuwt hij enige teksten die ik niet in dit stukje zal herhalen.

Jasper mist een slechte wedstrijd met een spectaculaire ontknoping. Waar Bart en ik vooraf al bang voor waren, gebeurt. Tegen degradatiekandidaat NEC komt Feyenoord al na acht minuten op achterstand. We zitten naast twee ouderwetse Sherry Nellen, dames van een jaar of 70, die tijdens de wedstrijd stevig zitten te paffen en te nuilen over hun eNieSee. Ook Bart zit zoals altijd te foeteren op Feyenoord (“SCHAN-DA-LIG!!”), zonder dat de mensen het om ons heen doorhebben. In de 80e minuut maakt Jørgensen, die tot dusverre een prima indruk maakt, de 1-1 en diep in blessuretijd maakt invaller Michiel Kramer de 1-2. Bart en ik ballen de vuisten, maar we juichen niet uitbundig. Daarvoor was de wedstrijd te slecht. We zijn blij met de drie punten, maar het vertoonde spel baart ons zorgen. We zijn nu door het oog van de naald gekropen, maar dit kan niet lang goed blijven gaan. En komende week staat het Europa League-duel tegen Zorya Luhansk (dat Feyenoord met 1-0 zou winnen) en de belangrijkste thuiswedstrijd van het seizoen, tegen aartsrivaal Ajax, op het programma.

De volgende dag uit Willem van Hanegem stevige kritiek in zijn column in het AD. Ik ben het – zoals vrijwel altijd – met De Kromme eens. Sommige mensen vinden Van Hanegem een ‘ouwe zeikerd’, maar zijn opbouwend bedoelde kritiek komt wel voort uit liefde voor Feyenoord. Ook medesupporter Jesse vindt mij vaak ‘negatief’ over de club. Maar als het me niet zo veel zou schelen, zou ik ook niet zo op de club kankeren. Om met Willem te spreken: je moet je juist zorgen maken als ik niks meer zou zeggen.

Zondag 23 oktober 2016
Feyenoord – Ajax is de wedstrijd waar ik elk seizoen het meest naar uitkijk, maar die ook het meest kan teleurstellen. Ajax is niet alleen de aartsrivaal, maar ook nog eens onze angstgegner nummer 1. Het lijkt niet uit te maken of Feyenoord in vorm is of niet en hoe Ajax ervoor staat, winnen van de Amsterdammers doen we zelden. Drie jaar geleden had Feyenoord al na een kwartier met 3-0 voor moeten staan, maar na één vrije trap van Ajax stond toch echt de 0-1 op het scorebord. In mijn hele supporterscarrière heeft Feyenoord nog geen tien competitiewedstrijden thuis van de aartsrivaal gewonnen, een van mijn grootste frustraties.

Ook vandaag had er, zoals vaker, meer in gezeten. Gelukkig kopt Dirk Kuijt vlak voor de tijd de gelijkmaker binnen, anders was het gat met de Amsterdammers op de ranglijst nog maar twee punten geweest. Dirk krijgt af en toe kritiek. Hij zou te oud zijn en het niveau niet meer aan kunnen, maar als hij één ding in zijn hele carrière heeft bewezen, is dat hij nooit opgeeft en altijd voor dat ‘ene moment’ kan zorgen, ongeacht hoe hij in de wedstrijd zit.

Voor de wedstrijd spot ik journalist en Ajax-supporter Menno Pot die voor Staantribune de Klassieker undercover bezoekt. Achteraf baal ik dat ik niet mijn capuchon had opgedaan en hem even de stuipen op het lijf had gejaagd.

Zondag 6 november
Ja hoor, daar is-ie dan: de eerste schandalige nederlaag van het seizoen, nota bene tegen de nummer 18, Go Ahead Eagles. De afgelopen drie wedstrijden tegen Ajax, Heerenveen-thuis (2-2) en Zorya Luhansk-uit (1-1) hadden we al niet gewonnen, maar vandaag is het helemaal niet om aan te gluren. Onbegrijpelijk, maar tegelijkertijd komt een wedstrijd als deze voor mij niet als een verrassing. We spelen wel vaker dit soort wedstrijden tegen laaggeklasseerde ploegen. Het was gewoon wachten op een zeperd. Bovendien heeft Feyenoord het vaker lastig gehad in Deventer. Zo werden we in 2011 en in 2014 door Go Ahead Eagles in de beker uitgeschakeld. Zou het onderschatting zijn?

Bart en ik, die naast elkaar zitten op de hoofdtribune, citeren vaak de legendarische woorden van Jan-Dirk Stouten, die na een 1-0 nederlaag tegen RKC op Radio Rijnmond foeterde: “Waardeloos, waardeloos, waardeloos!” Is dit het begin van een nieuwe crisisperiode, de zoveelste in de afgelopen achttien jaar?

Zondag 27 november

Oké, we staan nog steeds bovenaan en we hebben thuis makkelijk van PEC Zwolle gewonnen (3-0), maar juist in uitwedstrijden gaat het dit seizoen lastiger. In Nijmegen speelde Feyenoord al slecht en in Deventer was het nog slechter. Bovendien heeft Feyenoord wellicht nog de wedstrijd van afgelopen donderdag bij Manchester United (een kansloze 4-0 nederlaag) ‘in de benen’. FC Utrecht draait dit seizoen behoorlijk en ik vrees voor een nieuwe nederlaag in de Galgenwaard.

Dat wordt bijna waarheid, maar in de 99e (!) minuut van de wedstrijd maakt wederom Michiel Kramer de gelijkmaker, 3-3. Bart en Jasper maken dit doelpunt niet meer mee, die zijn na de 3-1 van Utrecht al kwaad weggelopen. De traditie om na afloop in de kantine van amateurclub Kampong een biertje te drinken, slaan zij dan ook over.

Wel tref ik daar Jesse, die dolgelukkig is met het behaalde punt. Maar van een gelijkspel word ik niet vrolijk, zelfs niet als we in blessuretijd op gelijke hoogte komen. Ik beschouw het als twee verloren punten. Maar na een paar biertjes in de stampvolle kantine, waar een dampend hockeyfeest aan de gang is, zet ik me er overheen. Mijn vriend Jacco, die ook in Utrecht woont en niet naar de wedstrijd is geweest, komt zelfs nog even langs om de bloemetjes buiten te zetten. Ook een paar bekende supporters uit Hilversum bevinden zich tussen de feestende studenten.

Zondag 4 december
“Oh, en nu kan het opeens wel?” zegt Bart verontwaardigd op onze vaste plek bij het treinstation na afloop van Feyenoord – Sparta. Met de 6-1 overwinning zijn we tevreden, maar van euforie is bij ons nog lang geen sprake. Misschien hebben we daarvoor te veel teleurstellingen meegemaakt. “Laat ze maar eens zo voor de dag komen in Alkmaar volgende week. Uitwedstrijden blijven toch een ander verhaal.”

Zondag 11 december
Omdat er werkzaamheden zijn aan het spoor, moeten we een deel van de route naar Alkmaar per bus afleggen. De touringcar vanaf station Uitgeest rijdt tergend langzaam en praatgrage Wim en ik dreigen de aftrap te missen. Eenmaal in Alkmaar aangekomen vraagt Erik, een wat oudere Feyenoord-supporter, aan de buschauffeur of die niet even bij het stadion kan stoppen. Maar de chauffeur reageert chagrijnig en er ontstaat een woordenwisseling. De verbaasde Erik wordt bijna letterlijk de bus uitgegooid, maar is daardoor wel vlakbij het stadion.

Eenmaal op Alkmaar CS aangekomen, trekken we een sprintje naar de bushalte aan de achterzijde, maar de bus naar het stadion blijkt al vertrokken te zijn. We besluiten met zijn vieren in een taxi te nemen, die ons pal voor het juiste vak afzet. Bij het beginsignaal kom ik het vak oplopen en elf minuten later ligt de 0-1 van Berghuis er al in. Tot mijn grote verbazing krijgen we een soort galavoorstelling voorgeschoteld. De uitslag (0-4) had eigenlijk nog hoger uit moeten vallen. Voor het eerst denk ik: nou, als we zo blijven spelen… Om tegelijkertijd te denken: dit is Feyenoord, volgende week kan het weer helemaal ruk zijn.

Het is een totaal ander duel dan de uitwedstrijd van vorig seizoen toen AZ Feyenoord met 4-2 van de mat veegde. Omdat mijn vriendin die dag ziek was, moest ik thuisblijven om voor de kinderen te zorgen. Geen probleem uiteraard, sommige zaken in het leven zijn nu eenmaal belangrijker dan Feyenoord. Het was de enige wedstrijd die ik in 2015-2016 moest missen. Het was frustrerend om het via de televisie te moeten volgen en te zien hoe Feyenoord kansloos verloor. Na afloop kon ik ook mijn ei aan niemand kwijt, want de andere jongens zaten immers in Alkmaar en ik thuis met een zieke vriendin en twee kleine kinderen die er nog weinig van begrepen. Het werd nóg frustrerender toen ik hoorde dat de FGG na afloop nog Alkmaar in was gegaan en ondanks de uitslag toch nog een gezellige middag had gehad, terwijl ik bloedchagrijnig thuiszat.

Gek genoeg wil iedereen na de glansrijke overwinning van vandaag dit keer wel meteen naar huis. Wim en ik besluiten om dan ook maar in de gereedstaande touringcar te stappen die ons via een ingewikkelde route weer naar Uitgeest brengt.

Zaterdag 17 december
Na de eenvoudige overwinning van vanavond tegen Vitesse (3-1) is Feyenoord zowaar ‘winterkampioen’. Het gekke is dat weinig mensen in De Kuip dit hardop durven te roepen. Nog niet zo heel lang geleden werd massaal het ‘Wij staan bovenaan, wij staan bovenaan’ of het klassieke ‘Wij worden kampioen’ ingezet als Feyenoord – ook al was het vaak maar tijdelijk – bovenaan stond. Maar nu lijkt niemand zijn vingers er aan te durven branden.

Ook Bart en ik maken ons na afloop, wederom op onze vaste afspreekplek, nog geen illusies. “Na de winterstop moeten we onder andere nog naar de ArenA. Ze zullen het wel weer ergens along the way gaan verspelen”, is onze gedachte. “Weet je wat nou het gekke is?” verzucht Bart, “als Ajax nu in dezelfde situatie had gezeten als wij en vijf punten voor had gestaan op de nummer 2, dan weet je dat het gebeurd zou zijn… Maar ja, het blijf toch Feyenoord hè.”

We hebben het er vaak over wat we zouden doen als Feyenoord weer eens kampioen zou worden. Alleen al bij de gedachte springen de tranen letterlijk in onze ogen. De Schaal is onze Heilige Graal geworden. We kunnen het ons niet voorstellen. “Dat record van 21 jaar (tussen 1940 en 1961 werd Feyenoord geen kampioen, red.) gaat er gewoon aan”, zeggen we vaak tegen elkaar.

Vrijdag 30 december 2016
Het is winterstop, maar Feyenoorder ben je 365 dagen in het jaar, ook als er niet wordt gevoetbald. En dus begint het speculeren in verschillende Whatsappgroepen. Want ook al geloven we er nog niet echt in, stel dat hè…. Dan zou het met deze voorsprong uit bij Vitesse of bij Excelsior al kunnen gebeuren. Vitesse is normaliter geen probleem qua beschikbare kaarten en bovendien zit stadion GelreDome zelden vol. Maar Excelsior heeft natuurlijk een piepklein onderkomen, dat wordt lastig met kaarten. Gelukkig heb ik van mijn maatje Fred de toezegging gekregen dat ik zijn halve seizoenkaart Excelsior mag gebruiken, mócht Feyenoord kampioen worden op Woudestein.

Maandag 2 januari 2017
Ook de overige leden van de FGG en de hele Afdeling Dieren worden nu zenuwachtig en schaffen allen een halve seizoenkaart van Excelsior aan. “Liever eenmalig honderd euro uitgeven dan slapeloze nachten”, zegt Bart. Ik check voor de zekerheid nog een keer bij Fred of ik zijn kaart daadwerkelijk mag gebruiken, mocht het zo ver komen. Hij bevestigt het nogmaals.

En zo hoor ik in de eerste twee weken van januari dat nog zeker twintig bekenden een halve seizoenkaart van de Kralingers hebben aangeschaft. Alleen Jasper en De Wolf durven het nog niet aan. Jasper zit wat krap bij kas en De Wolf, die eind mei gaat trouwen, heeft sinds een jaar opeens allerlei familiaire verplichtingen als Feyenoord speelt, terwijl hij voorheen nagenoeg alle wedstrijden van de partij was.

“Jullie zijn helemaal gestoord”, zegt Staantribune-collega Robert. “Ja, dat kan jij je niet voorstellen als een PSV’er”, reageer ik fel, “maar wij hebben heel lang op een kampioenswedstrijd moeten wachten en dat willen we voor geen goud missen. Wat is nou honderd euro gespreid over achttien jaar?”

Vrijdag 13 januari 2017
In onze Feyenoord Whatsapp Groep (FWG) is huis-tuin-en-keukenanalist Emiel druk aan het rekenen geslagen. “Wij winnen zeker die en die wedstrijd en Ajax laat daar en daar punten liggen, dus we worden kampioen in Arnhem”, betoogt hij. “Hou nou maar je muil, Emiel”, zeg ik, “want als ze na de winterstop zulke dramatische wedstrijden spelen als tegen NEC, Utrecht en Go Ahead Eagles, kun je ook zomaar verliezen bij ADO- en Sparta-uit. Dat zou ook niet de eerste keer zijn. En naar Ajax moet je al helemaal niet kijken. Alleen naar je eigen kijken!

Zondag 15 januari 2017
Vorig jaar rond deze tijd speelde Feyenoord ook uit bij Roda, in de kwartfinale van de KNVB beker. Het was middenin de dramatische periode waarin we zeven keer op rij verloren. Het was een woensdagavond, koud, guur en ik voelde mij al een paar dagen niet zo lekker. Ik had last van diarree en wist eigenlijk niet zo goed hoe ik op mijn stoeltje in het Parkstad Limburg Stadion moest gaan zitten. Maar ja, ik wilde er toch per se bij zijn. Bart en ik zaten met z’n tweeën als dooie vogeltjes in het halflege stadion en de wedstrijd was niet om aan te gluren. “Wat doen we hier in godsnaam?” zeiden Bart en ik een aantal keren hardop tegen elkaar. Omdat beide ploegen niet scoorden, werd het ook nog eens verlengen. Het had helemaal in het plaatje gepast als Roda Feyenoord had uitgeschakeld, maar in de 105e minuut kopte Eric Botteghin ons godzijdank naar de halve finale van de beker.

Na afloop waren we helemaal kapot. Eigenlijk was het onze bedoeling om nog een paar biertjes te drinken in het centrum van Maastricht, waar we een hotel hadden geboekt. Maar eenmaal aangekomen in de Limburgse hoofdstad begon het tot overmaat van ramp ook nog eens keihard te regenen. Toen hadden we het helemaal gehad en we besloten linea recta naar het hotel te gaan, waar we meteen gingen slapen. Deze Roda-uit zal ons waarschijnlijk altijd bij blijven. Als Feyenoord die wedstrijd zou zijn uitgeschakeld, waren we op dat moment de allerzieligste personen op aarde geweest, vonden we zelf.

Ook vandaag gaat het niet zo soepel als in de laatste wedstrijden voor de winterstop. In de rust van de wedstrijd spreek ik de Roda-supporter die onze kaarten had geregeld en hij ziet mogelijkheden voor zijn club. Maar diep in de tweede helft breekt niemand minder dan Dirk Kuijt de ban en vlak voor tijd maakt Elia de 0-2. Na afloop gaan we meteen naar huis. Zolang Feyenoord blijft winnen, vind ik het minder erg om ‘Heen & Weertjes’ te doen.

Donderdag 26 januari 2017
Feyenoord strijdt nog op twee fronten mee en heeft in de kwartfinale van de beker een lastige uitwedstrijd geloot: Vitesse. Ik wil de beker natuurlijk wel winnen, het is per slot van rekening een prijs en – nog belangrijker – je bent daarmee verzekerd van deelname aan de groepsfase van de Europa League, dus dat betekent drie reisjes door Europa. Maar ten opzichte van de titel is de beker voor een club als Feyenoord eigenlijk een troostprijs. Het kampioenschap is na zo veel jaar echt een droom geworden.

Kennelijk denken de spelers er ook zo over, want ze lijken niet echt gemotiveerd. Het is een schandalige vertoning, maar toch lig ik er niet echt wakker van. Nu kunnen ze zich tenminste vol concentreren op het binnenslepen van de titel. Het enige waarvan ik echt baal, zijn de vele vechtpartijtjes op de tribunes van Gelredome tussen Arnhemmers en loszittende Feyenoorders, veelal uit de regio. “Kutzooi, dan zullen ze de kaartverkoop voor de competitiewedstrijd wel weer aanscherpen. Misschien wordt dat wel de kampioenswedstrijd!” verzucht ik tegen Bart.

Zondag 5 februari 2017

Ook aan Twente-uit bewaar ik slechte herinneringen. In 2010-2011, het rampseizoen onder Mario Been waarin Feyenoord tiende (!) eindigde, verloren we met 2-1 van de Tukkers en het spreekkoor “Degradatie, degradatie, degradatie, Fe-ye-noord” (op de wijs van ‘Campione’) na afloop ging door merg en been. Bart liep rood aan en ik zag de ader op zijn hoofd hevig kloppen. Wat ons vooral mateloos irriteerde, was dat het liedje volop werd meegezongen door de gloryhunters op de tweede ring van de Grolsch Veste, dat pas is uitgebreid nadat FC Twente sportieve successen had behaald. Toen Twente vorig seizoen bijna failliet dreigde te gaan, moest ik terugdenken aan dat moment en ik had dan ook geen enkel medelijden met dat soort figuren. Alleen voor de echte diehards, zoals Gerben, Toon, mijn zwager Lucien en hun maten, gasten die al twintig jaar of langer een seizoenkaart van hun club hebben, vond ik het sneu.

Vooraf had ik weer een zeer lastige uitwedstrijd verwacht, maar Feyenoord wint ook vandaag weer, voor de zevende keer op rij. Lucien en zijn maat Harald, die we na afloop treffen in de kantine onder de korte zijde, zijn overtuigd: Feyenoord wordt kampioen. Bart, Jasper en ik worden er bijna verlegen van en houden de boot af. Zo soepeltjes ging het vandaag nu ook weer niet. Bovendien komt er binnenkort een serie van zes duels aan, waarvan vier uitwedstrijden – onder andere in de ArenA – en twee lastige thuiswedstrijden tegen PSV en AZ.

Zondag 19 februari
En na de thuiswedstrijd tegen Groningen (2-0) begint die serie van zes in Den Haag. De uitwedstrijd tegen ADO is een van mijn minst favoriete awaydays. Het Zuiderparkstadion vond ik wel wat hebben, maar het klinische Kyocera Stadion – alleen de naam al – vind ik echt helemaal niks. Het ligt afgelegen, het is er vaak winderig en het “opengedraaide sardienblik”, zoals ik een Hagenees eens treffend het stadion heb horen omschrijven, straalt van buiten weinig voetbal uit. Bovendien heeft Feyenoord het vaak moeilijk op kunstgras en verliezen we dikwijls in Den Haag (drie van de laatste vijf uitwedstrijden). En de laatste keren dat we verloren van ADO regende het na afloop ook nog eens pijpenstelen. Deze wedstrijd zou ik eigenlijk liever overslaan, maar ja, ik wil nu eenmaal niks missen.

Samen met Emiel zit ik op de hoofdtribune, waar ook Ben en Arend zitten, die maar liefst 95 euro voor een kaart met toegang tot de businessruimte hebben betaald. Een rondje door het stadion brengt Emiel en mij uiteindelijk in dezelfde ruimte terecht. “Gratis zuipen?” vraag ik aan Arend. “Nee, die 95 euro is alleen voor het kaartje, er zit verder niks bij”, grijnst hij als een boer met kiespijn.

Ook de wedstrijd is dat bedrag niet waard. Het gaat weer heel erg moeizaam, maar door een treffer van El Ahmadi wint Feyenoord voor de zesde keer op rij. De laatste minuten zijn billenknijpen. “Drie punten in de knip en verder niet meer over lullen”, zegt Emiel, maar het vertoonde spel baart mij nog steeds zorgen. Dit gaat een keer fout, denk ik.

Zondag 26 februari 2017
Er is de laatste tijd veel gedoe in de media over Dirk Kuijt en zijn rol als bankzitter. Maar dat boeit me allemaal niet zo. Feyenoord wint zijn wedstrijden en of dat nu met of zonder Kuijt is, maakt me eigenlijk niet uit. Al hoop ik stiekem dat Dirk nog een keer zijn criticasters de mond snoert en in een belangrijke wedstrijd, zoals vandaag tegen PSV, invalt en vlak voor tijd de winnende treffer maakt. Dat zou toch een verhaal uit een jongensboek zijn. Dirk Kuijt moet je nooit afschrijven.

Maar dat gebeurt niet, al winnen we wel van de Eindhovenaren (2-1), met dank aan de doellijntechnologie. Nu hebben we alleen nog maar concurrentie van die ene club uit Amsterdam…

Zondag 5 maart 2017
Daar zitten we dan na afloop bij Melief Bender, Jasper, Bart en ik. Dit was het dan. Onze droom is uiteengespat. Uitgerekend in onze eigen stad. Ik had er vooraf nog voor gewaarschuwd: de voorgaande drie keren hadden we ook niet op Het Kasteel gewonnen en voor die Spartanen is de Rotterdamse derby tegen Feyenoord de Wedstrijd van het Jaar. Die zijn tot op het bot gebrand om van ‘Zuid’ te winnen.

De dag begon nog wel zo goed. Het zonnetje scheen en Bart en ik hadden goede plaatsen, meteen boven de spelerstunnel, ter hoogte van de middenlijn, helemaal vooraan. Maar al in de eerste minuut ging het mis. “GODVERDOMME” blaften Bart en ik simultaan na het doelpunt. Een kopbal van nota bene die broer van Pogba, die er helemaal geen hout van kan! De rest van de wedstrijd zitten we als boosaardige versies van Waldorf en Statler te kankeren bij elke verkeerde actie. En ja, de scheidsrechter zus en het kunstgras zo, lees ik in de verschillende Whatsappgroepen, maar dat vind ik altijd provinciaals gelul. Dit spel is Feyenoord onwaardig. En na het doelpunt begint het uiteraard te regenen, waardoor we helemaal doorweekt worden. Tuurlijk joh, kan er ook nog wel bij.

Vandaag is precies gebeurd waar we al weken bang voor waren. Een soortgelijke zeperd als tegen Go Ahead Eagles. “Je vertrouwt je eigen club niet”, herhaalt Bart een paar keer bij Melief. Gelukkig drinken we nog een paar biertjes en kunnen we er met elkaar, als lotgenoten, over praten. Ik heb er echt zwaar de pest in en ga in mijn eentje wat bij Wok To Go eten. Ik wacht nog even totdat de kinderen naar bed zijn, voordat ik naar huis fiets, want ik ben nu geen gezellige papa.

Zondag 19 maart 2017
In Heerenveen zit ik voor het eerst dit seizoen in Nederland op het uitvak. Je kunt op eigen gelegenheid naar het Abe Lenstra Stadion, wordt niet als tuig behandeld en het zicht in het vak is goed, dus dan vind ik het prima. Ik sta naast een meisje met een zwarte Feyenoord-bomber die de hele eerste helft staat te schreeuwen als een speenvarken bij elke verkeerde pass. Ik zie zelf ook dat het niet denderend is, maar door haar geblèr lijkt het allemaal nog slechter. We hebben vorige week weliswaar met 5-2 van AZ gewonnen, maar dat is geen reden voor optimisme, de wedstrijd op Het Kasteel zit nog altijd vers in mijn geheugen. Ook in Heerenveen hebben we het vaak lastig en dat is ook in de eerste helft (1-0) het geval.

In de rust heb ik mij er eigenlijk al bij neergelegd dat we vandaag weer puntverlies gaan lijden. En Ajax heeft de op papier makkelijke uitwedstrijd tegen Excelsior, dus de club uit Amsterdam kan vandaag dichterbij komen en over twee weken, in het rechtstreekse duel in de ArenA, over ons heen gaan. Maar rond half vijf ziet de wereld er opeens heel anders uit: Feyenoord heeft zich geweldig teruggeknokt en met 2-1 gewonnen en de Amsterdammers hebben duur puntverlies geleden in Kralingen (1-1). Het gat is nu opeens zes punten. Als we dus in Amsterdam winnen, scheelt het negen punten met Ajax plus een beter doelsaldo. Dan kan de titel ons niet meer ontgaan!

Dinsdag 21 maart 2017
Redactievergadering Hand in Hand, het magazine van Feyenoord Supportersvereniging De Feijenoorder. Mederedacteur Peter vertelt dat hij heeft meegewerkt aan een reportage van de NOS waarin Feyenoord-supporters aan het woord komen over het aanstaande kampioenschap. Godver, Peet, denk ik, doe dat nou niet! Als het misgaat, staan we wéér voor lul voor heel Nederland. Jij komt toch langer dan ik bij Feyenoord, hoe kun je nu zo optimistisch zijn? Ook zijn er al allemaal boeken in de maak die uitkomen als Feyenoord kampioen wordt. Een heeft als werktitel ‘Onvergetelijk’. Nou, dat wordt het zeker als we de titel nu niet pakken, vrees ik.

Zondag 2 april 2017

Bart en ik houden even stil in het trappengat van de ArenA en kijken elkaar verschrikt aan. We horen wel gejuich, maar het is geen orkaan van geluid, zoals in De Kuip wanneer Feyenoord scoort tegen Ajax. “Zou het een penalty zijn?” zeg ik. Maar dan horen we de speaker: “Dames en heren, het is 1-0 door Lasse….” “GODVERDOMME!” roepen we in koor en nog wat andere woorden die niet voor herhaling vatbaar zijn. We zijn te laat omdat iemand het nodig vond om ergens rond Amsterdam op het spoor te lopen, waardoor onze trein net voor 14.30 uur aankwam bij de ArenA. Het lijkt wel een kopie van die vermaledijde bekerfinale over twee wedstrijden in 2010, toen Feyenoord eerst uitspeelde in Amsterdam. Toen waren we ook te laat en viel de 1-0 ook op de trap naar boven. De 2-0 viel op het moment dat we naar onze stoeltjes liepen. Bart stond toen met een rood aangelopen hoofd te schreeuwen: “Ik. Wil. Hier. NU. Weg!” Thijs en ik konden hem nog wat kalmeren en we dronken nog een heel smerig alcoholvrij biertje, maar verlieten tot verbazing van de stewards bij de uitgang toch na een kwartier de ArenA, met de smoes dat mijn vriendin op het punt stond van bevallen.

Ook nu wil Bart voortijdig weg, in de rust al. Maar ik kan hem nog tegenhouden.”Wat nu als we de 2-1 maken…?” Ik zie ook wel dat Feyenoord kansloos is en wordt overklast door de Amsterdammers. Maar tegen Heerenveen knokten we onszelf toch ook terug? “Ach, schei toch uit, man! Briest Bart, “hoe vaak is Feyenoord nu teruggekomen tegen Ajax? Nou, hoe vaak?”

Rond de 70e minuut vertrekt Bart toch. Ik blijf nog heel even zitten met Thijs, want anders valt het te veel op als drie gasten, die niet bepaald vrolijk kijken, tegelijk weglopen. We hebben prima plekken en vallen verder niet op, maar je weet het nooit met die Ajacieden. Uiteindelijk verlaat ik vlak voor tijd het stadion en zie ik niet dat Michiel Kramer alsnog de 2-1 maakt. Maar de uitslag is geflatteerd en had, als je het objectief bekijkt, veel hoger moeten uitvallen voor de Amsterdammers.

Het voordeel van eerder vertrekken is dat we niet tussen vervelende Ajacieden in de trein zitten. Alhoewel, bij het uitstappen treffen we één jongen in een volledige Ajax-outfit (shirt, broekjes, sokken) en hockeystick. Het prototype hockeybal die voor Ajax is vanwege het ‘mooie voetbal’ en gezien zijn tas en hockeystick zeker niet naar de wedstrijd is geweest. We lachen hem in zijn gezicht uit.

Traditiegetrouw gaan we na afloop van Ajax – Feyenoord altijd Utrecht in, waar we zo’n vier uur onophoudelijk over Feyenoord lullen. Ons vertrouwen is weer tot het nulpunt gedaald. Natuurlijk, verliezen in Amsterdam kan. Maar een doelpunt in de eerste minuut, hoe kun je nu zo beginnen? Onze Heilige Graal is weer heel ver weg.

Woensdag 5 april
In de rust van Feyenoord – Go Ahead Eagles (bij een 5-0 stand) kom ik mijn oude schoolmaatjes Dennis en George tegen. “Ja, jullie zijn dan wel een tijdje niet geweest, maar dit is niet normale niveau hoor”, grap ik. Vroeger ging Dennis vaker mee naar thuiswedstrijden. Ik kan me nog een Europacupavond herinneren tegen het Spaanse Tenerife, waarin Feyenoord kansloos was en 4-0 achterkwam. Bij een van de doelpunten stond ik zo te schelden dat een klodder speeksel op het kale hoofd van een toeschouwer voor mij kwam.

Ook George ging vroeger regelmatig naar thuiswedstrijden. Een keer nam hij zijn neefje mee, voor diens eerste wedstrijd. Een dramatisch Feyenoord verloor met 0-3 van AZ. Maar toen George zijn neefje na afloop thuisbracht, vroeg die: “Wanneer mag ik weer mee?” “Jij wordt later een echte, jongen!” zei ik verrast.

De 8-0 uitslag is goed voor het doelsaldo, maar het is ‘maar’ tegen Go Ahead Eagles, de nummer 18 van de eredivisie, is de conclusie van Bart en mij na afloop. Het is nu echt van wedstrijd tot wedstrijd bekijken. Maar uitspreken dat Feyenoord kampioen wordt: nee, dat nog zeker niet.

Zondag 9 april 2017
Door de grote uitslag tegen Go Ahead Eagles is het optimisme voor de wedstrijd tegen PEC Zwolle weer groot. In de FWG gaat het weer eens over de wedstrijden die Ajax nog voor de boeg heeft, onder andere de lastige uitwedstrijd in Eindhoven, maar we moeten eerst zelf maar eens van Zwolle zien te winnen, herhaal ik. “Alleen naar je eigen kijken”, roep ik telkens vergeefs. Feyenoord verloor maar liefst viermaal op rij in Zwolle en het is weer een wedstrijd op kunstgras, waarop Feyenoord het vaak lastig heeft. Als we vandaag punten verspelen, wordt het gat met Ajax weer kleiner. Ik ben er verre van gerust op en vooraf best zenuwachtig.

Die zenuwen zijn helaas snel weg. Na een kwartier spelen zit ik onderuitgezakt op mijn stoeltje in de brandende zon. Bij beide doelpunten van PEC heb ik zojuist de longen uit mijn lijf gescholden. Naast mij verbaast Jasper zich over mijn uitbarstingen. We zijn vandaag met z’n tweetjes, omdat Bart de marathon van Rotterdam loopt en de overige leden van de FGG langs de route gingen kijken. Uiteindelijk scoort Steven Berghuis nog twee doelpunten, maar het gelijkspel voelt als een verlies.

Na afloop gaan we met Eik en wat oudere Feyenoorders uit de regio naar een Chinees in het centrum. Niemand is heel optimistisch over de titelkansen. Het kan op zich wel, maar dan mag Feyenoord geen misstap meer maken en dan moeten we hopen op puntverlies van Ajax.

Zondag 16 april 2017
Tot mijn grote verbazing zie ik mijn moeder zitten als ik op de trappen van Vak R loop. Ze krijgt wel vaker de seizoenkaart van een oud-buurmeisje dat toevallig ook op R zit, maar meestal weet ik dat dan van te voren.

Volgens alle voetbalprofessoren speelt FC Utrecht zulk leuk voetbal en heeft de club uit de Domstad met Erik ten Hag een van de kroonprinsen van het Nederlandse trainersgilde in huis. Ten Hag schijnt tactisch ijzersterk te zijn en dus zou Utrecht het Feyenoord wel eens heel moeilijk kunnen gaan maken, volgens de analyses vooraf. Ik ben dan ook erg zenuwachtig en zeg weinig tegen moeders.

Bij de eerste goal van Feyenoord, vlak na rust, valt er heel wat spanning van mij af. Ik moet even slikken en kijk bewust mijn moeder niet aan. Want ik weet: wij hebben aan één blik voldoende om te gaan janken en tja, vooral als het Feyenoord betreft. Dat is kennelijk iets van mijn moeders kant van de familie, want mijn opa (haar vader), die mij voor het eerst meenam naar De Kuip, had dat ook. Hij zat in 1999 te huilen op zijn vaste plek op de bank toen hij beelden van de huldiging op de Coolsingel zag. En mijn ome Henk, een enorme voetbalgek, was ook al zo’n emotionele man. Mijn moeder weet natuurlijk ook hoe lang ik al naar Feyenoord ga en hoe ik er van jongs af aan al mee bezig ben.

Ook bij de tweede goal krijg ik het bijna te kwaad. Ik besef opeens: godverdomme, hierna nog maar drie wedstrijden, als we die gewoon winnen, zijn we kampioen. Maar ik verman me. Na afloop ben ik nog steeds niet euforisch. Want bij Feyenoord is niks ‘gewoon’.

Woensdag 19 april 2017
Na afloop van weer een redactievergadering van Hand in Hand brengt mede-redacteur Frans mij naar het station. We praten in de auto nog een dik half uur over alle mogelijke scenario’s. Ik merk aan Frans dat hij emotioneel wordt als het over een kampioenschap gaat. Vooral omdat hij zijn twee zoons Loet en Maas, die Feyenoord nog nooit kampioen hebben zien worden, de titel zo gunt. “Weet je wat mijn worst case-scenario is, Frans”, vertrouw ik hem toe, “als wij niet alleen de titel zouden verspelen aan Ajax, maar als zij ook nog eens de Europa League zouden winnen. Even dat cupje ophalen, alsof het niets is, terwijl wij al zielsgelukkig zijn als we een keertje kampioen worden. Nee, als wij nu geen kampioen worden, is dat de grootste vernedering ooit. Erger dan de HCS-periode of die 10-0.”

Zondag 23 april 2017
Het wordt eentonig, maar voor de uitwedstrijd in Arnhem ben ik weer superzenuwachtig. Vitesse moet volgende week de bekerfinale spelen en zal zich dus niet zo inspannen. Bovendien is Henk Fraser een echte Feyenoorder, dus die gunt Feyenoord de titel, zeggen sommige voetbalprofessoren. Wat een gelul! Alsof Henk niet gewoon een sportman is die altijd wil winnen.

Vitesse heeft inderdaad veiligheidsmaatregelen genomen naar aanleiding van de incidenten bij de bekerwedstrijd. Ik knijp hem vooral of ik wel binnenkom, maar uiteindelijk lukt dat zonder problemen.

Ook op het veld gaat het, tegen mijn verwachting in, heel eenvoudig. Al na tien minuten scoort Jørgensen de 0-1 en ik zie overal in het stadion mensen opspringen. Na 28 minuten staat er zelfs 0-2 op het scorebord. De tweede helft kan schriftelijk worden afgedaan. Vitesse spant zich inderdaad niet meer in. Thijs, Most en ik zitten meer te ouwehoeren dan op de wedstrijd te letten en kijken geamuseerd naar de Feyenoorders op losse kaarten die zingen en gebaren naar de supporters in het uitvak.

Na afloop gaan we wat eten in een restaurant bij het station. Elmar zit met zijn telefoon vastgeplakt aan zijn hand de wedstrijd in Eindhoven tussen PSV en Ajax te volgen. “Leg dat ding nou maar weg”, zegt Bart, “we horen rond 18.30 uur wel wat het is geworden.” Als het einde van de wedstrijd nadert, bij een 1-0 stand voor PSV, zitten we allemaal met de telefoon in ons hand. “Ja, het is gebeurd”, zegt Elmar opeens. Ik weiger het te geloven totdat ik de uitslag op de Teletekst zie staan. Een paar minuten later staat het er toch echt. Het gat is nu vier punten. Ik ben nu ook om.
Feyenoord wordt kampioen.

Dinsdag 25 april 2017
Een app van Frans: “Goedemorgen Jim, het gesprek dat wij voerden bij mij in de auto ging nog door mijn gedachten. Over hoe het nog he-le-maal mis zou kunnen gaan. Na zondag kan het niet meer misgaan en is het zeker: we worden kampioen!”

Woensdag 3 mei 2017
– “Ik heb vier kaarten voor de wedstrijd. Ik had miljonair kunnen wezen”, zegt Bowling Ger in de speciaal aangemaakte ‘7 mei Feyenoord Kampioen’-Whatsapp-groep. “Maar voor geen enkele prijs doe ik ze weg. Dat hoef ik hier niet uit te leggen.”
– “Wat is nou een miljoen waard als je je zondag een miljoen kan voelen?” reageer ik.
– “Zo is het. Net als vorig jaar met die gasten op de Coolsingel. Dat vergeet ik ook niet meer”, reageert Ger weer, verwijzend naar de huldiging voor de bekerwinst toen we onze kinderen ook hadden meegenomen naar de Coolsingel.

Zondag 7 mei 2017
Oude Haven, 17.00 uur. Als ik eetcafé Kade 4 binnenloop, zie ik vijf gasten zachtjes praten en naar hun biertje staren. Ze kijken nauwelijks op als ik binnenkom. Het lijkt wel alsof we net de uitvaart van een goede vriend hebben bijgewoond.

Eerder op de dag was de stemming nog uitgelaten. Ik was ’s ochtends al vroeg wakker en helemaal hyper. Vandaag zou het dan eindelijk gaan gebeuren. Zelfs ík dacht dat het niet mis kon gaan. De afgelopen twee weken duurden erg lang. Het ging alleen maar over de dag dat Feyenoord kampioen zou worden. Over kaarten Excelsior, kaarten voor het scherm, welk hotel we gaan boeken, hoe laat we ’s ochtends verzamelen, hoe we naar Kralingen gaan en na afloop zo snel mogelijk bij De Kuip kunnen komen, waar we zondagochtend naar de kroeg gaan, waar we zondagavond naar de kroeg gaan, of we wel of niet het veld opgaan – al dan niet nakend – na het laatste fluitsignaal en hoe laat we maandagochtend richting Coolsingel gaan. Maar al die plannen kunnen nu in de prullenbak.

Toch voelt het fijn dat we als Feyenoorders onder elkaar zijn. Alleen van elkaar kunnen we de cynische opmerkingen hebben. Uiteindelijk wordt het toch nog een beetje gezellig. Zeker als De Wolf en levende mascotte Jasper binnen strompelen. Ze hadden na de wedstrijd tegen Vitesse via een bevriende relatie van De Wolf ternauwernood twee kaarten voor de business ruimte van Excelsior weten te regelen. Kosten: vijfhonderd euro per stuk, maar wél met gratis eten en drinken. En dat liet Jasper zich geen twee keer zeggen. “Ik heb heel Kralingen opgezopen”, zegt hij met dubbele tong. De Wolf draagt een klein tasje bij zich. “Wat heb jij daar nou?” vraag ik. “Programmaboekjes van Excelsior. Lagen op tafel. Ik dacht: ik graai ze allemaal mee, voor de handel. Verdien ik die vijfhonderd euro misschien terug. Als we kampioen zouden zijn geworden…”

Van de rellen in het centrum van Rotterdam krijgen we helemaal niks mee.

Maandag 8 mei 2017
– “Ik voel me hondsberoerd”, appt Bart. “Als ze het gvd zondag weten te verkloten, dan ben ik echt ten einde raad. Dit is erger dan die 10-0.”
– “Ik zat vorige week de hele week Feyenoord-liedjes te zingen en af te spelen. Alsof ik weer 9 was. Nu moet je jezelf weer helemaal opladen.”
– “Je staat er nog steeds super goed voor.”
– “Je kunt het wel rationaliseren. Maar zo voelt het niet.”
– “Toch probeer ik het. Anders kun je beter meteen stoppen.
– “Ja. Maar dat valt vandaag niet mee.”
– “Het is thuis, het is echt gras, het is fucking Heracles…. Maar toch, de doemscenario’s hebben de overhand.”

Zaterdag 13 mei 2017
“Papa, heeft er wel eens een club tien doelpunten gescoord in een wedstrijd en de andere club nul?” vraagt Ferron vanuit het niets, onderweg naar het zwembad.
Ik slik en zeg: “Ja, jongen, Feyenoord heeft een keer 10-0 verloren van PSV.”
“Was je toen verdrietig?” vraagt Ferron op zijn beurt.
“Ja”, antwoord ik. “Maar weet je wat ik toen de volgende dag heb gedaan? Ik heb jou je Feyenoord-shirt aangetrokken. Want je bent voor Feyenoord en je BLIJFT altijd voor Feyenoord. Wat er ook gebeurt”, zeg ik met licht overslaande stem. Ik moet vechten tegen de tranen. Ferron knikt braaf.

Zondag 14 mei 2017
9.55 uur, thuis
– “Als het vandaag misgaat, hebben we er een levensgroot en levenslang trauma bij”, appt mede-redacteur Boudewijn in de appgroep. “Daarom MOET het goed gaan vandaag.”
– “Deze wedstrijd is belangrijker dan de UEFA Cup-finale. Als je die had verloren, was het geen schande geweest”, app ik.
– “Vandaag staat er veel meer op het spel dan alleen de titel. En meer dan 18 jaar hoon achter ons. Er ligt 180 jaar pijn voor ons als we niet winnen vandaag”, stuurt Frans.

13.05 uur Café De Ara, Groene Hilledijk
Er worden wel Feyenoord-liedjes gedraaid en sommige mensen zingen mee, maar het lijkt allemaal geforceerd. Ik kijk om me heen en zie allemaal bekenden. Die mensen worden misschien allemaal teleurgesteld vanmiddag. Ik merk dat ik opeens stil val. Ik wil zo snel mogelijk naar het stadion. Ik kon de hele week alleen maar aan de wedstrijd denken. En die moet NU beginnen.

13.35 uur in de rij voor de toegangspoorten
“Heb je er vertrouwen in?” vraagt Elroy, die ik vorige week ook na afloop in de Oude Haven zag. “Nee”, zeg ik. Elroy denkt er hetzelfde over. “Ik weet nu hoe het voelt als we de titel verspelen worden”, vul ik aan. “Ik kan me gewoon niet voorstellen hoe het voelt als we het vandaag toch kampioen worden.”

14.25 uur Vak R, De Kuip
Ik sta strak van de spanning. Het melo-dramatische You’ll Never Walk Alone wordt gedraaid. Iets verderop staat Bowling Ger, een beer van een vent van in de veertig, naast zijn zoontje Dirk. Gers ogen zijn helemaal rood en hij veegt de tranen onder zijn bril af, terwijl er nog geen bal is getrapt. Dit kan ik niet aanzien en ik schiet zelf ook vol. De spelers komen het veld op, maar een brok in mijn keel belemmert dat ik het Hand in Hand kan meezingen.

14.31 uur
Een fractie van een seconde is het stil. En dan schreeuw ik het uit. Het komt vanuit mijn tenen. Dit overtreft het gevoel na de goal van Pierre van Hooijdonk tegen PSV in de kwartfinale van de UEFA CUP. Achttien jaar frustratie komt er uit. Ik sta heel even alleen te blèren. Jaaaaaaaaahhhh, jaaaaaaaaahhhh, jaaaaaaaaahhhh! De tranen springen in mijn ogen. Daarna grijp ik iedereen vast die ik pakken kan. Ik kijk weer naar Ger en zie dat hij zijn tranen nu de vrije loop laat. Ik ren over alle stoeltjes naar hem toe, omhels hem en sla hard op zijn schouders. Ook Elmar, nog zo’n beer van een gozert, is erg emotioneel. Nu kan het niet meer misgaan. Tien minuten later maakt Dirk Kuijt – wat een held! – aan alle onzekerheid een einde. Alhoewel, in het laatste kwartier van de eerste helft lijkt Heracles wat terug te komen in de wedstrijd. Het zal toch niet….

15.19 uur
Mijn Feyenoord, een nieuwe kraker gezongen door medewerkers van de RET, wordt in de rust opgezet. “Mijn Fe-ye-noord”, zingt een groot gedeelte van De Kuip uit volle borst. Ja, zo voelt het ook, het is MIJN Feyenoord. En MIJN club gaat zo meteen eindelijk kampioen worden, besef ik. Ik schiet weer vol en Elmar betrapt me van een afstandje. Ik moet door de tranen heen lachen.

16.18 uur
Gek genoeg is mijn ontlading na het laatste fluitsignaal minder groot dan na het eerste en tweede doelpunt. Ook de Schaal – de Heilige Graal die nu eindelijk binnen is – doet me, gek genoeg, nog niet veel. Dit is het, het moment waarnaar ik zo lang naar heb uitgekeken. Het lijkt wel alsof een stemmetje in mijn hoofd zegt: “Het is goed zo, Jim.”

Zondag 21 mei 2017
De dagen na het behalen van de titel beleef ik in een roes. Als ik dinsdag weer probeer te werken, ben ik nog steeds helemaal hyper. Ik weet van gekkigheid niet waaraan ik moet beginnen en bekijk heel veel filmpjes en foto’s van de wedstrijd en de huldiging op de Coolsingel. Afgelopen donderdag ben ik 41 geworden, maar ik ben deze week vaker gefeliciteerd met Feyenoord dan voor mijn verjaardag.

Vandaag houden we ter afsluiting van het seizoen een barbecue met de FGG. Ik sta vanachter de grill van een afstandje te kijken naar de mensen met wie ik de meest dramatische periode van de afgelopen achttien jaar heb beleefd. En dan zijn er nog een hele hoop mensen niet bij die ik in de loop der jaren heb leren kennen en met wie ik het Feyenoord-gevoel deel: Thijs, Paul (die voor het eerst dit jaar geen seizoenkaart had), Most, de provincialen uit Dieren, Bowling Ger, Dirkie, de LNFF, Bolejev (die aan het begin van dit seizoen emigreerde naar Maleisië), Jesse, de hele redactie van Hand in Hand en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Deze titel is voor jullie en alle andere onbekende Feyenoorders, waar ook ter wereld, die Feyenoord nooit hebben laten vallen. Misschien moeten we nu wel weer heel lang wachten op de titel. Maar Feyenoorder, dat ben je nu eenmaal. Feyenoord moet in Nederland altijd voor de prijzen gaan, maar uiteindelijk draait het daar voor mij niet om. Een prijs is maar voor even. Kameraadschap is voor altijd.

Een verkorte versie van dit verhaal staat in de kampioensspecial van Hand in Hand. Dit magazine is gratis voor leden van de officiële Feyenoordsupportersvereniging De Feijenoorder en los verkrijgbaar bij de Feyenoord Fanshops en verkooppunten in het hele land, waaronder veel AKO’s, Bruna’s en Primera’s.