Heb jij net als Staantribune-redacteur Stijn Slaats een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.

Het competitieprogramma van de Northern Ireland Football League Premiership zit niet helemaal mee. Op alle velden in Belfast en omstreken wordt op zaterdag om klokslag drie uur afgetrapt. Toch besluiten we een weekend naar de Noord-Ierse stad te boeken en zoveel mogelijk lokale topclubs te bezoeken. We gaan vol voor twee duels binnen negentig minuten.

De Airport Expressbus dropt ons aan de rand van het centrum. Via de Antrim Road en Cliftonville Road lopen we in vijftien minuten naar Solitude, het stadion van Cliftonville FC. Bij elke zijstraat strekken we onze nekken of we al een glimp van een lichtmast of stadion zien. Aan de linkerkant zien we een mural gewijd aan de Reds opdoemen. We slaan rechtsaf en zien de stadionpoort aan het eind van de straat opdoemen.

De klassieke turnstiles – verborgen achter rode deurtjes – zijn prachtig, maar we krijgen wel een teleurstelling te verwerken: Cliftonville geeft geen kaartjes meer uit. Voor elf pond mogen we het draaihek door. Als we onder de oude tribune uitkomen, staat er één verkoper van programmaboekjes. We volgen de bordjes ‘Red’s shop’ en komen uit in een zeecontainer. “Sorry, de shawls en mutsen zijn door het koude weer allemaal uitverkocht”, meldt de uitbater. “Groundhoppers?” vraagt een stem achter ons. Het blijkt David Begley te zijn, verantwoordelijk voor de communicatie van Cliftonville FC. Hij gebaart ons hem te volgen en neemt ons door de spelerstunnel mee de buik van het stadion in.

Eenmaal binnen worden we aan iedereen voorgesteld. We schudden de hand van Jackie Fullerton, de voice van het voetbal in Noord-Ierland. Hij was ruim 43 jaar radiocommentator namens de BBC en daarvoor zelf speler van de club. Ook worden er grappen gemaakt met Jim Boyce, een hoge bobo bij de FIFA (vice-voorzitter). David en een bekende grappen over de Parmigiani-horloges die Boyce al dan niet als geschenk rond het WK in Brazilië zou hebben gekregen. We hadden de preses niet herkend, dachten eerder dat het een sponsor was die in Oosterse tapijten deed, maar Solitude is zijn thuisbasis.

Ondertussen profileert David Begley zich als een echte clubambassadeur. Hij vertelt over Cliftonville als oudste club van het eiland (1879) en opgericht onder Scottish Association-rules. Al 117 jaar actief op het hoogste niveau (net als Linfield en Glentoran), maar pas sinds midden jaren zeventig als semiprofessionele club. Hij stipt de eerste internationale strafschop aan, genomen en gemist op Solitude, en de lichtwedstrijden in 1891 toen lampen als een soort kerstverlichting over het veld waren gespannen. David benadrukt dat Cliftonville nu weliswaar in een katholieke wijk ligt, maar van origine protestants is. De shamrock in het embleem doet daar niets aan af, dat is geen katholiek maar een Iers symbool, legt hij uit.

“Wist je trouwens dat de Duitsers hier recent een film zijn komen opnemen over het leven van Bert Trautmann, legendarische keeper van Manchester City? Onze hoofdtribune moest een uitduel voorstellen bij Stoke City en de figuranten moesten allemaal Nazi en Kraut roepen.’’ Hij wijst vervolgens naar het White House, een soort cottage in de hoek. “Daar staat nog een groot bad, hebben ze ook gefilmd.” Als we later tijdens de wedstrijd zelf door de deuropening kijken, zien we alleen maar emmertjes om de lekkages in kaart te brengen. De clubburelen en kleedkamers zijn al lang overgebracht naar de tribune waarin we ons bevinden. Er rest vooral schimmel.

Nadat we mascotte Red Arnie geknuffeld hebben, wijst David ons op de club’s finest hour, een grote foto van de line-up op Celtic Park toen Cliftonville in de voorronde van de Champions League gekoppeld was aan de grote Schotse broer. Vandaag is de tegenstand van een ander niveau. Op het veld treedt de nummer vier van Noord-Ierland aan tegen de nummer acht uit het Danske Bank Premiership, Dungannon Swifts. David moet de vertegenwoordigers van de bezoekende club begroeten en doet dat uitermate hartelijk. Ondertussen op bezwerende toon: “Er zijn ook clubs waar we niets tegen zeggen.”

We zeggen maar niet dat we in de rust het feeërieke plaatje van de oude tribune met daarachter de besneeuwde heuvels gaan verlaten om naar een club te gaan waar David waarschijnlijk niet mee praat: Linfield FC.

Mijn medehopper en beste vriend Rolf heeft via LinkedIn contact gelegd met de recordkampioen van Noord-Ierland. Als we zorgen dat we vóór het begin van de tweede helft voor het hek van Windsor Park staan, loodst de benaderde clubman ons naar binnen. Met een taxi speren we de 3,5 miles door Belfast. Langs de Peace line en de muurschilderingen van Falls Road.

Al snel blijkt dat we aan de verkeerde kant zijn gedropt. Binnen een paar minuten staan we in het hart van het nationale stadion en zien we vaste bespeler Linfield in actie tegen Glenavon. De vriendelijkheid van Cliftonville heeft plaats gemaakt voor de frustratie van de Linfield-fans. “They are laughing at us, it’s a disgrace”, schreeuwt de man naast me naar David Healy. De all-time-topscorer van Noord-Ierland krijgt Linfield dit seizoen als manager niet aan de praat. De verdediging schuttert vandaag opzichtig. Glenavon zegeviert met 3-2. De rood-wit-blauwe mutsen druipen af.

Het lijkt of we qua clubkleuren tussen de Rangers-fans zijn beland. Deze club is nog door en door protestants. De Ulster-handen wuiven ons toe van vele spandoeken. Ons contact raadt ons aan niet in het donker langs Falls Road terug te lopen. Hij geeft ons een lift en vertelt dat de jeugdopleiding inmiddels zowel protestantse als katholieke spelers verwelkomt. Hij stopt speciaal bij een groot eerbetoon aan King Billy, de Nederlandse Willem III van Oranje en held van protestants Belfast.

Op zondagochtend trotseren we de regen op weg naar het stadion waar we eigenlijk een wedstrijd wilden bijwonen: The Oval van Glentoran FC. We volgen Samson en Goliath, de iconische gele kranen van scheepsbouwer Harland en Wolff want de Oval bevindt zich in East-Belfast. We hopen op een aanwezige groundsman, een paar voetbalpensionado’s of desnoods een reservespeler die aan het uitlopen is en waardoor de stadionpoort op een kier staat.

Helaas, het prachtige hek is gesloten en we kunnen enkel gissen naar wat er achter de groene muur schuilgaat. We haasten ons terug naar het centrum, langs murals die een weinig vriendelijk karakter hebben. Regelmatig kijken we in de loop van een automatisch wapen. De straten zijn verlaten. Vierentwintig uur na aankomst stappen we weer in de bus richting het vliegveld. Vanuit de bus zien we het stadion van Crusaders FC voorbij zoeven. Dat moet wachten op een volgend bezoek.

Heb jij net als Staantribune-redacteur Stijn Slaats een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op de website geplaatst.