Pure voetbalcultuur: genadeloos, met gitzwarte humor en vol strijd”, aldus FootballCulture over Elitepauper, de debuutroman van Freek van Kraaikamp (1985), volgens eigen zeggen “een havojochie uit de Bollenstreek, die opgroeide op de voetbaltribune”. 

Hoe zou je het boek omschrijven?
Elitepauper gaat over een jongen van in de twintig die een dubbelleven leidt. Hij heeft een succesvolle carrière bij een grote Duitse investeringsmaatschappij. Iedereen in zijn omgeving vindt dat hij het fantastisch doet, maar ondertussen is die gozer doodongelukkig op zijn werk. Voor hem zijn het gewoon taakjes, Excelbestandjes, afspraakjes en koffie halen. Bij de lunch gaat het alleen maar over volkoren crackers met avocado en de winterstalling van de vouwwagen. In zijn vrije tijd leeft hij op de tribune. Dat is voor hem de ideale samenleving. Dat is waar hij wil zijn. Daar kan iedereen bot zijn, op elkaar schelden, daar staat de tijd gewoon stil. Er zijn geen verantwoordelijkheden. Op een gegeven moment gebeuren er zowel op het werk als op de tribune een aantal dingen. Dan begint alles te schuiven. Uiteindelijk zal hij de keuze moeten maken tussen de kantoorkolos of de voetbaltribune.”

Hoe ben je tot de naam ‘Elitepauper’ gekomen?
Ik houd van dingen op het randje. Dat kun je op allerlei manieren invullen. Zo loop graag op mijn Adidas-slippertjes door de stad. Mijn hardcore-muziek en halve liters heb ik nodig, dat vind ik gewoon tof. Toen ik mijn contract tekende bij Prometheus, werd ik uitgenodigd voor een vermaard zomerfeest in de achtertuin. De elite der elite liep daar rond. Ik ben ook maar gewoon een straatschoffie van de tribune, dus dat was heel ongemakkelijk. Er waren strijkkwartetten, Frits Bolkestein en Connie Palmen waren aanwezig. Maar er was ook gratis bier en dat vind je als paupertje natuurlijk mooi. Dus ik kwam die nacht vrij dronken thuis. Ik appte naar mijn vrienden: ‘Wat hebben jullie vannacht gedaan? Ik heb Palmen en Bolkestein eruit gezopen.’ Een van die vrienden appt mij terug: ‘Wat ben jij eigenlijk een ontzettende elitepauper.’ Tijdens die dronken nacht is de titel dus geboren.”

Maar wat betekent het?
“De titel staat voor mij voor het vieren van de eigenaardigheid. De hoofdpersoon in het boek doet zijn werk goed, maar hij vindt het helemaal niet interessant. Hij wil dat scherpe randje opzoeken. Elitepauper staat voor mij juist voor het eren van jouw scherpe randje. Het hoeft niet per se over voetbalgeweld te gaan. Het kunnen ook best curling-supporters zijn of frenchcore-fanaten. Als jij neigt naar dat randje, wees er dan maar gewoon trots op. En durf gewoon fuck you te zeggen. Ik loop ook gewoon in mijn bomberjackie bij Prometheus. Ik ga niet ineens in een overhemd lopen.”

Ben je zelf een hooligan?
“Nee, ik ben zelf geen hooligan. Ik heb wel bepaalde decors uit mijn jeugd overgenomen. De hoofdpersoon is supporter van een voetbalclub die nooit iets wint. Het zou heel flauw zijn als ik dat niet naar mezelf zou trekken, want ik stond zelf altijd op de tribune bij HFC Haarlem. Als er nu één club was die nooit wat won, dan was dat Haarlem wel. Maar bij Haarlem ben ik nooit in zulke situaties gekomen als de hoofdpersoon. Ik wil mezelf absoluut niet als de ideale schoonzoon wegzetten, dat zou niet fair zijn. Ik heb vroeger heus wel eens een robbertje gevochten, maar dat was eerder in een discotheek of op de kermis dan dat ik bij Haarlem de boel kort en klein heb geslagen. Het geweld en alles eromheen is niet autobiografisch. Het komt uit mijn misschien wel wat vreemde brein. Het is ook geen hooliganboek, het geweld bestrijkt misschien twintig procent van het boek. Bij een interview op Radio 1 werd ik aangekondigd met: ‘Freek van Kraaikamp met hét hooliganboek’. Dat vind ik de roman geen eer aandoen. Ik zie het meer als een ode aan de rauwe voetbalcultuur.”

Was je tijd als Haarlem-supporter een inspiratiebron?
Nee, ik heb het verhaal willen lostrekken van een club of een stad. Omdat ik geloof dat het algemene gevoel binnen dit wereldje wordt beschreven in het boek. Het is veel breder. Het is zelfs zo dat het niet eens aan voetbal gebonden hoeft te zijn. Dat het een gevoel is van een bepaalde subcultuur en over bepaalde eigen normen en waarden. Dan kun je wat mij betreft ook een fanatieke zenderpiraat zijn. Het is te makkelijk om het in het hoekje van een Haarlem-boek te zetten. Natuurlijk zijn er dingen die je eruit kunt halen als je er door die bril naar kijkt. Maar dat is nooit de insteek geweest.”

De teksten kunnen best als confronterend overkomen. Heb je daar zelf tijdens het schrijven bij stilgestaan?
“Ik snap dat mensen de teksten vrij hard kunnen opvatten. Ik heb die lijn gekozen omdat ik gewoon een verhaal wilde vertellen. Dat verhaal was in de eerste instantie helemaal geen roman. Het was gewoon een verhaal. Ik noem het even een ontspanningsoefening. Daardoor ben ik er heel vrij ingegaan. Uiteindelijk is die versie bij de uitgever terechtgekomen. Toen was er een kantelpunt. Ik kwam opeens bij het grote literaire kwaliteitshuis Prometheus terecht. Ik schreef bepaalde dingen niet meer op. Maar op het moment dat ik daar kwam, las ik in twee weken de boeken Fightclub en Psycho. Dat zijn best wel pittige boeken. Toen dacht ik fuck it, ik moet juist dieper in dat zwarte, in dat donkere en dat harde. Dat is ten eerste wie ik op een bepaalde manier ben, ten tweede vind ik dat leuk en ik ben er ook nog eens goed in. Dus toen die twijfel er eenmaal vanaf was, heb ik het gaspedaal ingetrapt. Niet om mensen te confronteren, maar ik wilde gewoon een concessieloos verhaal schrijven. Als mensen het niet leuk vinden, is het ook goed. Maar ik ga geen verhaal schrijven waarin ik dingen niet kan opschrijven omdat andere mensen misschien offended zijn door wat een van de personages zegt. Ik ben het zelf ook niet altijd eens met wat die gasten zeggen. Maar ja, ze zijn nou eenmaal zo.”

Wat vind je ervan om ineens zo in de belangstelling te staan?
“Ik vind het gek. De aandacht voor mij en het boek is eigenlijk pas vrijdag begonnen. Ik voel me het lekkerst achter de pen. Ik geef lezingen over solliciteren en ben dus gewend om voor publiek te spreken. Maar dan gaat het niet over mezelf. Dat is heel veilig. De opening van mijn speech tijdens de lancering was: ‘Dit vind ik het allerengste moment van het hele traject. Het is nu niet meer van mij, maar van jullie.’ De geweldige dingen tijdens de lancering, geven mij wel vertrouwen. Maar de aandacht is ook een beetje eng en ik moet daar wel aan wennen. Ik ben blij dat het positief is. Het had ook zomaar kunnen zijn dat ze het allemaal kut zouden vinden.”

Wat vond je zo geweldig tijdens de presentatie?
Wat ik wilde, was een pure Elitepauper-avond. We hebben de setting van de elite genomen. We waren in een marmeren pand aan de Herengracht, onder een grote kroonluchter, met allemaal vriendelijke maar  elitaire mensen van de uitgever en daar hebben we paupers tussen gezet. Dan krijg je op een gegeven moment een heel vreemde sfeer. Want eigenlijk klopt het niet. Mensen kijken elkaar op het begin een beetje met scheve ogen aan. Zo van: ‘Wie ben jij? Is dit wel goed volk?’ Maar uiteindelijk klopte het toch. Dus stond de directeur van de uitgeverij met twee jongens die helemaal onder de tattoos zitten, lekker een halve liter te drinken. Tijdens de lancering heb ik het eerste exemplaar aan James Worthy overhandigd. En we hebben een onlangs overleden jongen uit onze groep kunnen eren. Daarna hebben we een fantastische afterparty gehad. Het was allemaal precies zoals ik wilde. Pure voetbalcultuur tussen het marmer.”

Het boek is te bestellen in onze webshop.