In de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo wordt de oudste en misschien wel mooiste clásico van het continent gespeeld: Club Nacional de Football versus Club Atlético Peñarol. In het oudste WK stadion ter wereld strijden de twee grootste clubs van het land altijd om de eer, en vaak ook om de landstitel.

“In Uruguay is iedereen toch voor Nacional óf Peñarol. Ook al ben je fan van een andere club”, aldus Victor Hugo Morales. De Uruguayaan is de bekendste sportverslaggever van de Spaanstalige wereld. Tijdens het WK in Brazilië presenteerde hij dagelijks een talkshow met boezemvriend Diego Armando Maradona, die in heel Latijns-Amerika te zien was.


Met enige weemoed kijkt hij terug naar de gloriedagen van het Uruguayaanse voetbal. Volgens Victor Hugo zijn de bloeiperiodes van het voetbal en zijn vaderland nauw met elkaar verbonden: “Uruguay en het voetbal hebben zich tegelijkertijd ontwikkeld. Daarom is deze sport zo’n belangrijk onderdeel van onze cultuur.“

Peñarol
Het zijn de Britten die rond 1880 het voetbal naar Uruguay brengen. Zij werken in de hoofdstad Montevideo en omstreken bij de aanleg van de spoorwegen. Die zijn nodig om vlees en granen van het platteland, via de haven van Montevideo, naar Engeland te exporteren.

Bij de spoorwerkplaats in Peñarol, aan de rand van de stad, wordt in 1891 de Central Uruguay Railway Cricket Club opgericht. Hoewel de naam anders doet vermoeden, wordt er vooral gevoetbald. De Britten kiezen geel en zwart als clubkleuren, ontleend aan de seinpalen langs het spoor. De club is – net zoals de spoorwegen in Uruguay – in Britse handen. De lokale bevolking is dan ook niet welkom.

Nacional
Uit onvrede met de dominantie van de Britten in de Uruguayaanse economie én het voetbal, richt een groep nationalisten in 1899 de eerste ‘lokale’ voetbalclub op: Club Nacional de Football. De oprichters kiezen voor een rood-wit-blauw tenue. Het zijn de kleuren van de vlag van generaal José Artigas, de bevrijder van Uruguay. De Uruguayaanse Tricolores hebben een duidelijke missie: de strijd aangaan met de buitenlanders van de Carboneros (kolenboeren) van Peñarol.

“De rivaliteit tussen Peñarol en Nacional moet je op dat moment zien als strijd tussen binnen- en buitenlandse belangen”, vervolgt Victor Hugo. Sinds 1900 speelden de teams meer dan vijfhonderd wedstrijden tegen elkaar, en daarmee is de clásico van Montevideo de oudste burenruzie buiten de Britse eilanden.

Volgens Victor Hugo ontstaat in Uruguay iets unieks: “Het voetbal wordt onderdeel van onze identiteit, gevoed door de successen van het nationale elftal.” In 1924 pakken de Uruguayanen goud tijdens de Olympische Spelen in Colombes, een randgemeente van Parijs. Tijdens de Spelen van 1928 wint het nationale team opnieuw de gouden medaille, in Amsterdam. Nadat de eerste finale tegen Argentinië in een gelijkspel eindigt, moet een tweede wedstrijd in het Olympisch Stadion uitsluitsel geven. Hierin is de Uruguayaanse selectie met 2-1 te sterk voor de Argentijnen.

Internationaal succes
Ook met Uruguay zelf gaat het uitstekend. Het land ontwikkelt zich in rap tempo en streeft in rijkdom veel Europese landen voorbij. Als in 1930 Uruguay het eerste WK mag organiseren, bouwt het kleine Zuid-Amerikaanse land in zes maanden het Centenario: een enorm stadion voor 100.000 toeschouwers. “Het voetbal is dus letterlijk een van de bouwstenen van Uruguay”, zegt Victor Hugo.

Na de WK-titels van 1930 en 1950 beginnen ook Nacional en Peñarol internationale successen te boeken. Van 1960 tot 1988 wint Nacional drie keer de Copa Libertadores en drie keer de wereldbeker. Ook Peñarol, dat inmiddels een oer-Uruguayaanse club is geworden, wint maar liefst vijf keer de Libertadores en pakt drie keer de wereldbeker. Daarna valt de Uruguayaanse voetbalmachine stil.

‘Voetbal is een van de bouwstenen van Uruguay’

Anno 2015 is het Centenario slechts stille getuige van de hoogtijdagen van het Uruguayaanse voetbal. Alleen de namen van de tribunes (Amsterdam, Colombes, Olímpica) herinneren nog aan de triomfen van het nationale elftal. Maar tijdens de clásico van Montevideo komt de enorme betonnen bak weer tot leven.

Aangekomen bij de toegangspoort van de Amsterdam-tribune, hebben de fans van Peñarol geen tijd voor een praatje. Ze haasten zich naar de tribune. Niemand wil de aftrap missen, behalve Walter. De kleurrijke supporter van Peñarol neemt alle tijd om een praatje te maken. “Nee joh, ik heb toch geen kaartje nodig, ik kom gratis binnen.”

Walter is van top tot teen in het geel-zwart gekleed, draagt een hippe zonnebril en heeft twee enorme handschoenen met daarop de tekst ‘Hup Peñarol. Voor altijd je vriend, Walter’. De 75 jarige supporter is naar eigen zeggen al 76 jaar fan van de club. “Mijn liefde voor Peñarol begon in de buik van mijn moeder.”

De straatarme Walter zwierf als kind door de straten van Peñarol, op zoek naar eten en drinken. Hij was dan ook regelmatig in de buurt van het trainingscomplex te vinden. Als een bal over het hek vloog, dan ging Walter die halen. Zo kwam hij in contact met de mensen van de club. Die ontfermden zich over het magere ventje: niet alleen kreeg hij eten en drinken van hen, ook regelden ze later een baantje voor hem. Eerst binnen de club, en daarna bij een lokale bank. “De club heeft me echt gered, ik ben haar eeuwig dankbaar.”

Kampioen tegen de aartsrivaal
Honderd meter verderop staan de fans van Nacional geduldig in de rij, zo ook de 21-jarige Catarina. Hoewel ze best zenuwachtig is, maakt ze zich geen zorgen over de uitslag van de wedstrijd. “Ik kom toch niet voor de spelers, maar voor de kleuren van mijn club.” Een half jaar geleden beleefde Catarina haar hoogtepunt als fan van de Tricolores: “Het was prachtig, we werden op de laatste speeldag kampioen tegen Peñarol!”

De zwaarbevochten overwinning is er een voor de geschiedenisboeken. Na 91 minuten stonden de teams met 2-2 gelijk. De verlenging moest uitsluitsel geven over wie kampioen zou worden. Na de 3-2 van Nacional, in de 108e minuut, regende het stenen en stoeltjes in het Centenario. Pas toen een ambulance het veld opreed, nadat deze bestormd werd door hooligans van Peñarol, werd de wedstrijd gestaakt en niet meer uitgespeeld. Te midden van traangasdampen en vuurwerk kroonde Nacional zich tot kampioen van Uruguay.

Niet alleen de supporters hebben lang uitgekeken naar deze match. Er is een speler die al 36 jaar op deze wedstrijd wacht: Diego Forlán. De voormalig international van Uruguay heeft talloze klassiekers op zijn naam staan in Argentinië, Brazilië en Europa, maar nog nooit speelde hij de clásico van Montevideo. “Ik ben fan van Peñarol en speel nu eindelijk tegen onze grote rivaal. Dat mijn familie en vrienden dit nu meemaken is geweldig!”

Waar Forlán op doelt, wordt duidelijk als beide teams het veld betreden: vlaggen, vuurwerk en heel hard gezang en geschreeuw. Terwijl de zestigduizend supporters de show stelen, kunnen de spelers alleen maar toekijken.

Het lijkt misschien niet zo’n indrukwekkend aantal, zestigduizend, totdat je bedenkt dat er slechts drie miljoen Uruguayanen zijn. Van de hele bevolking is vandaag dus 2 procent in het stadion. En die andere 98 procent zit ongetwijfeld thuis voor de buis, of kijkt de clásico in de kroeg.

In tegenstelling tot de meeste derby’s in Europa, worden de uitfans hier gekoesterd. De voetbalbond verkocht 20.000 kaartjes aan de fans van Peñarol. Zij compenseren hun numerieke minderheid ruimschoots in decibellen. De wedstrijd is nog niet begonnen, maar het schouwspel kan zich nu al meten met die andere clásico, in buurland Argentinië: River Plate – Boca Juniors.

De klassieker start spijkerhard. Dat Forlán tot op het bot gemotiveerd is, blijkt al snel: binnen een paar minuten krijgt hij een gele kaart na een karatetrap waarvoor je in Europa direct rood krijgt. Maar in Uruguay is het spel nu eenmaal een stuk fysieker en worden zware overtredingen lichter bestraft.

Niet veel later vloeit er daadwerkelijk bloed als een speler van Nacional niet de bal, maar een ander hoofd raakt. De kans lijkt dan ook klein dat het duel met 22 man zal eindigen. Ook op de tribunes gaat het er ruw aan toe. Terwijl de harde kern van Peñarol voor de gein met elkaar vecht, breekt er een knokpartij uit tussen enkele fans van Nacional en de ME.

Na drie grote kansen voor Peñarol is het juist Nacional dat op voorsprong komt. Net voor rust is het Santiago Romero die de bal vanaf een meter of 20 de kruising in jaagt. Het is eigenlijk de eerste echte kans voor de Tricolores. Uit 40.000 kelen klinkt tegelijkertijd het “GOOOOOOOOOL!” dat we gewend zijn van de Zuid-Amerikaanse commentatoren zoals Victor Hugo Morales.

In de rust valt pas op hoe vervallen het Centenario eigenlijk is. Overal waar je kijkt, zie je betonrot. Toch is moeilijk om niet van dit stadion te houden als je de prachtige pilaar van de Olímpica-tribune ziet, die hoog boven de stad uittorent. Sinds dat vorig jaar een man zelfmoord pleegde door van de toren af te springen, is deze gesloten voor het publiek.

‘Huevos’
Eenmaal terug op het veld, durven de elf van Nacional niet te leunen op de minimale voorsprong en gaan vol in de aanval. Maar net wanneer het team van Peñarol dreigt om te vallen, nemen hun loyale fans de strijd over. De 20.000 overstemmen nu duidelijk het thuispubliek en eisen van hun spelers meer “huevos” (vrij vertaald: ballen).

Als dat onvoldoende lijkt te helpen, doen de supporters er een schepje bovenop. Het “van deze homo’s moeten we winnen” dendert van de geelzwarte tribunes. Nu zijn spreekkoren in Uruguay sowieso geen reden om de wedstrijd stil te leggen, maar met de rellen van de vorige clásico nog vers in het geheugen, wil de scheidsrechter hoe dan ook doorspelen.

Tien minuten voor tijd valt de gelijkmaker van Peñarol letterlijk uit de lucht. Na een ongelukkige kopbal van doelpuntenmaker Romero, kopt Matías Aguirregaray met een snoekduik de bal in het doel van Nacional. De fans van Peñarol op de Amsterdam-tribune zullen het doelpunt amper hebben kunnen zien, door de 150 meter die tussen hen en het doel van Nacional ligt. Maar dat lijkt niemand te deren: overal worden fakkels ontstoken.

Ondanks een slotoffensief van Nacional blijft het bij een gelijkspel. En dat vinden de supporters van Peñarol prima. Hun club behoudt de twee punten voorsprong op Nacional en houdt het kampioenschap in eigen hand.

In de rest van het stadion is de stemming beduidend minder. De aanhang van de Tricolores lijkt enigszins verdoofd. Het idee dat ze waarschijnlijk het kampioenschap uit handen hebben gegeven, uitgerekend tegen hun grootste rivaal, doet pijn. In stilte verlaten ze het stadion.

Rolling Stones
Ook voor de neutrale toeschouwer volgt een rouwmomentje: het is misschien de laatste keer dat de clásico gespeeld wordt in het Centenario. Peñarol wil de volgende editie in het eigen nieuwe stadion spelen en ook de thuishaven van Nacional wordt uitgebreid. De enige klassiekers die vooralsnog bevestigd zijn voor 2016, zijn de rocksterren van de Rolling Stones. Laten we hopen dat het daar niet bij blijft. Want de clásico van Montevideo, ooit het strijdtoneel van Britse spoorwegwerkers en Uruguayaanse nationalisten, verdient een stadion van wereldklasse.

Dit artikel van redacteur Remi Lehmann, met foto’s van Bas Voorwinde, was eerder te lezen in Staantribune #4, na te bestellen in de webshop. Verder in deze editie onder meer: