Lees hier het eerste, tweede en derde artikel over onze zoektocht naar Arno Wellerdieck, voormalig libero van onder meer FC Wageningen en Telstar en ooit begeerd door Ajax.

De laatste kilometers in de richting van Arno Wellerdieck leiden mij door een oord vol rolkoffers, Vespa’s en Japanse toeristen. Ondanks alle bombarie, biedt deze stad je de kans om in alle anonimiteit te kunnen leven. Iedereen lijkt hier namelijk een vreemdeling.

In een wandeltocht van ruim een half uur passeer ik drie bekende grachtengordels, het op één na drukst bezochte museum van Nederland en een monument voor homoseksuelen. De buurt waar Wellerdieck woont, lijkt – op de drukke straat met trambaan na – vrij harmonieus. Het kent haar grenzen door een drietal grachten en een kanaal, die zijn vernoemd naar een dichter, advocaat, politicus en een rechtsgeleerde.

Een schaakvereniging, speeltuin, basisschool en een trapveldje, waar de replica-shirtjes van Ronaldo, Dolberg, Pogba en Memphis het tegen elkaar opnemen, completeren het uitzicht dat Wellerdieck vanuit zijn woonkamer heeft.

Zijn stem navigeert mij via een intercom door het pand, waarna ik in de woonkamer, met openslaande deuren naar een groene tuin, de libero in ruste tref. Even voelt het surrealistisch, maar een luchtige opmerking van Wellerdieck doorbreekt de spanning gauw: “Je denkt nu vast: dit is toch niet de atletische voetballer waar al die mensen zo enthousiast over waren?”

De ooit door Ajax begeerde verdediger doelt daarmee op de verlamde linkerhelft van zijn lichaam, iets wat hij overhield aan een herseninfarct, eind vorige eeuw. Sindsdien is Wellerdieck buitenshuis afhankelijk van zijn rolstoel.

De woonkamer is kleurrijk ingericht. Stukken minder sober dan hoe Voetbal International de tijdelijke zolderkamerwoning van Wellerdieck midden jaren zeventig omschreef. De muren zijn gevuld met kunst, waaronder een collage met foto’s van zijn kleinkinderen. Tot voor kort wisten zij weliswaar dat opa vroeger profvoetballer was, maar sinds afgelopen maand konden ze op hun smartphones lezen dat grootvader nog altijd van veel aanzien geniet, onder de wat oudere voetballiefhebbers.

‘Hoe het de laatste jaren van zijn leven met Fritz is gegaan, heeft mij wel geraakt’

Toch koos Wellerdieck er gedurende zijn profperiode voor om zijn sportieve bestaan op De Wageningse Berg, en zijn sociale leven rondom de studie psychologie die hij volgde, gescheiden te houden. “Er werd in die tijd nogal op het voetbal neergekeken, merkte ik in de kringen waarin ik me begaf. Ik kan mij nog een voorstelrondje tijdens een werkgroep herinneren, waarbij de docent wist dat ik profvoetballer was. Toen ik aan het woord kwam en niets zei over mijn voetballeven, verbaasde hem dat zo erg dat hij mij interrumpeerde. ‘Waarom vertel je niet gewoon dat je profvoetballer bent?’ vroeg de leraar beduusd, waarop ik het antwoord schuldig moest blijven.”

Ook bij Wageningen kent Wellerdieck, ondanks een imposant postuur en in het oog springende voetbalkwaliteiten, zijn onzekerheden. Gelukkig treft de verdediger na twee seizoenen Fritz Korbach als trainer, een man waar Wellerdieck met groot genoegen op terugkijkt: “Wat ontzettend hielp, was dat Fritz mij aanvoerder maakte. Het gaf mij dermate veel vertrouwen, dat ik ons spel kon leiden en de voetballer werd die mensen zich blijkbaar nog herinneren. Hoe het de laatste jaren van zijn leven met Fritz is gegaan, heeft mij wel geraakt.”

Wellerdieck begint over de opmerking van Bert Nederlof in ons eerste artikel, waarin de voormalig redacteur van Voetbal International met terugwerkende kracht zijn verwondering uitspreekt over het teruggetrokken leven dat de libero destijds leidde. Een passage uit het interview in de VI, destijds afgenomen door John Linse:

Arno heeft enkele interviews achter de rug die niet bepaald boeiend waren. De benadering was oppervlakkig of te afstandelijk. Het klikte in ieder geval niet helemaal. Achteraf kan ik daar trouwens wel begrip voor opbrengen. Want Wellerdieck geeft zich niet zomaar bloot. Ik vraag, hij antwoordt. Van een samenspraak of discussie is eigenlijk gedurende die bijna drie uur geen sprake.

Wellerdieck legt later uit waarom hij zich tamelijk verdekt opstelt: “Ik ken jou nauwelijks. Het is niet dat ik me nu zozeer overgeleverd voel aan wat jij gaat schrijven. Dat zie ik volgende week wel. En ik wil best antwoord geven op al je vragen. Maar voordat ik spontaan dingen over mezelf ga prijsgeven moet ik een langdurig contact met iemand hebben, weten dat er gevoel is aan de andere kant. Daar mag je uit afleiden dat ik introvert ben. Het is zo, al was het vroeger allemaal veel erger.”

Jaren na dato concludeert Wellerdieck hoe het komt dat het interview met Linse voor weinig sensatie zorgde: “Het beeld wat mensen hadden bij de voetballer Wellerdieck, klopte niet bij mijn persoonlijkheid. Natuurlijk zal het er op het veld allemaal imposant hebben uitgezien, maar het liefst leefde ik een huiselijk en vrij teruggetrokken bestaan. Ik hoefde geen rock-‘n-rollleven en verkoos de schouwburg boven de kroeg. En dat is misschien niet wat de mensen op dat moment wilden lezen.”

In 1978 komt er door een aanhoudende enkelblessure een einde aan de loopbaan van Wellerdieck. De verdediger vindt vervolgens zijn passie in talen en staat enige tijd voor de klas. Eerst als docent Nederlands voor medelanders die de taal niet vaardig zijn, later als leraar Frans.

‘Ik verkoos de schouwburg boven de kroeg’

Vlak voor de eeuwwisseling zakt Wellerdieck in elkaar met een herseninfarct, wat het begin is van een lang revalidatieproces en het einde betekent van een verdere maatschappelijke carrière. De Amsterdammer houdt zich tegenwoordig veelal bezig met kunst. Vooral het bewerken van foto’s, via zijn computer in de voorkamer. Contacten met oud-medespelers zijn in de loop der jaren verwaterd. Wellerdieck voelde geen behoefte meer om op de voorgrond te treden.

“Nadat de commotie rondom mijn persoon weer oplaaide, heb ik veel teruggedacht aan mijn seizoenen bij Wageningen.” Zoals in eerdere stukken al beschreven, waren het oud-ploeggenoten Gerdo Hazelhekke en Rini Block die gedurende deze zoektocht contact opnamen met Wellerdieck. “Dat zij na al die jaren weer eens belden, kon ik wel waarderen. Samen met Rini maakte ik de overstap van FC Utrecht naar Wageningen, een prachtige tijd. Ondanks mijn redelijk goede geheugen, wist Rini nog bepaalde anekdotes te vertellen die mij ontschoten waren. Zoals over het promotiefeest, waarin hij mij – misselijk van de alcohol, op de achterbank van zijn auto – helemaal terug naar Amsterdam heeft gebracht.”

De vele hartstochtelijke reacties vanuit de voetbalwereld die wij ontvingen tijdens de zoektocht, doen Wellerdieck goed. “Het verbaast mij dat jullie zoektocht zo veel teweeg heeft gebracht. Voor de buitenwereld leek ik misschien van de aardbodem verdwenen, maar ik heb mij nooit verstopt.”

Dit bezoek aan Arno Wellerdieck was geen interview. Wel was het – na weken speuren en vele mensen te hebben gesproken – een bijzondere ontmoeting. Voor mijn gevoel heeft de libero nog veel meer te vertellen dan in dit verhaal tot uitdrukking is gebracht. Wellicht volgt er over enige tijd nog een tweede ontmoeting. Na ruim veertig jaar lijkt het de Amsterdammer namelijk een mooi moment om nog eens terug te keren naar de plek waar hij als speler zijn glorietijd beleefde, De Wageningse Berg.