De roots van Kevin De Bruyne zijn wijder vertakt dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Je bespeurt er zelfs een vleugje Afrika in.

Keiskant, de wijk in Drongen waar Kevin De Bruyne opgroeide, is er een zoals zoveel andere: keurig gebouwde huizen langs verkeersluwe, vaak op een pijpenkop doodlopende straatjes en zorgvuldig onderhouden tuintjes. Maar achter huisnummer 47 voetbalde Kevin De Bruyne als kind het gras en de beplanting van de buren aan flarden. “Omdat ik op den duur te veel bloemen en struikjes kapot schoot, mocht ik van de buurman niet meer met rechts trappen. Met mijn rechter kon ik als klein gastje blijkbaar al iets te goed overweg. Zijn bezwaar had wel een enorm voordeel: ik kon mijn linker oefenen”, zegt De Bruyne in zijn biografie ‘Keep it Simple’. “Ik wist toen al: voetbal is mijn spelletje.”


Hij verliet als kind verjaarsdagfeestjes van vriendjes vroeger om toch maar naar de training te kunnen gaan. Voetbal, herinneren zijn ouders zich, was voor hem nooit zomaar een vrijblijvend spel als hij met andere kinderen samenspeelde.

Ofschoon Drongen aan Gent grenst, hingen er bij de jonge De Bruyne geen vlaggen of posters van ‘de Buffalo’s’ op de slaapkamer. Wel van Liverpool en Michael Owen. Anne Callant, zijn moeder, werd geboren in Burundi omdat haar Belgische ouders er werkten. Ze woonde er zeven jaar. Later verhuisde de familie naar Engeland. Kevins moeder kwam vóór zijn geboorte al naar België, maar zong hem wel nog kinderliedjes in het Engels toe. Met de feestdagen mocht hij van zijn grootouders bovendien uit de clubcatalogus van Liverpool kiezen wat hij wilde: een bedovertrek, een shirt, een bal… Het maakte dat de Premier League altijd een bijzondere aantrekkingskracht op hem heeft uitgeoefend.

’Ik wist als kind al: voetbal is mijn spelletje’

“Ze hebben ons altijd geleerd om je dromen te volgen”, weet zijn moeder. “En te gaan naar waar je daarvoor moet gaan, je hoeft niet dicht bij je mama of papa te blijven wonen. Zo is dat ook met Kevin. Kevin spreekt tegen iedereen, van welke nationaliteit dan ook, op dezelfde manier. Dat zal hij wel van mij hebben: aanvaarden dat iedereen gelijk is en dat de wereld klein is.”

Een beter overzicht

Spelend bij de jeugdploegen van Drongen werd hij opgemerkt door AA Gent. Het had geregend en het veld lag er drassig bij toen Jan Van Troos, scout van AA Gent, een wedstrijd van KVV Drongen – nu heet de club door een fusie KVE Drongen – kwam bijwonen. Eén speler viel hem op, een blonde, omdat die overeind bleef in tien centimeter modder en feilloos verre passes en schoten op doel bleef versturen.

De overstap naar AA Gent was een logische. Hij excelleerde er steevast. “Als Kevin meedeed, wist je dat je ging winnen”, werd er gezegd. Een puike prestatie in de Mercator Cup, een jeugdtoernooi waaraan onder andere Ajax en Arsenal deelnamen, leverde hem een stage van een week bij Arsenal op, samen met zijn toenmalige beste vriend, de Nederlander Juriën Dam. En de regionale televisie, AVS, haalde hem voor de camera.

‘Ze hebben ons altijd geleerd om je dromen te volgen en te gaan naar waar je daarvoor moet gaan’

Toch doken er bij Gent ook af en toe eigenschappen op die op minder waardering konden rekenen. “Soms gaf hij in het voetbal blijk van een beter overzicht, en dan kon hij niet altijd begrijpen dat anderen niet zagen wat hij zag”, legde zijn moeder uit. In de burelen van de Gentse jeugdafdeling illustreerde Frank de Leyn, toenmalig jeugdtrainer van De Bruyne, ooit met een anekdote hoe sommige frustraties het veld soms overstegen.

“Tijdens een stage in het Spaanse Rosas moesten ‘s avonds na de laatste training – vóór iedereen naar het hotel mocht terugkeren – eerst de kegeltjes worden opgeruimd. Maar Kevin wilde dat dus niet doen, hij werd zelfs een beetje kwaad en hield zich vast aan een paal. We hebben er met drie man aan staan trekken, maar hij bleek niet los te krijgen. Hij was van plan om daar de hele nacht zo te zitten.” Uiteindelijk was het De Leyn die hem er overheen kon praten en er daarna een beter contact met de speler aan overhield. Wat het voorval duidlijk maakt, is dat je de jonge De Bruyne een zekere vrijheid moest gunnen. Wie hem te veel aan banden probeerde te leggen, zoals zijn laatste trainer bij AA Gent, die van de U13 (onder 13, red.), stootte soms op onbegrip. “Die trainer wilde hem ‘temmen’ en dat is niet gelukt”, weet De Leyn. “Kevin was een ‘keikop’ en het is ook die karaktereigenschap die hem in staat heeft gesteld om daarna te overleven in Genk, een periode die hem mee karakterieel gevormd heeft.”

De Bruyne werd als jeugdspeler gepolst door Club Brugge, Anderlecht en Racing Genk en koos voor een overstap naar die laatste club. Gent of Genk, de afstand van honderdvijftig kilometer die achter dat ene lettertje verschil schuilt, was zeker in die tijd niet vanzelfsprekend voor een veertienjarige die tot dan toe samen met zijn zus onder de zorgzame vleugels van zijn ouders leefde.

Het viel zijn ouders zwaar hun zoon voor zijn carrière elders te moeten onderbrengen en hem bijvoorbeeld niet zelf auto te kunnen leren rijden. “Toen ik dat internaat voor de eerste keer zag, dacht ik: no way! Ik vond dat nog erger dan hem in de gevangenis steken. De mensen waren vriendelijk, maar ik zag er tegenop hem daar achter te moeten laten”, herinnerde zijn moeder zich.

‘Toen ik dat internaat voor de eerste keer zag, dacht ik: no way!’

In het internaat bleek hij met zijn topsportstatuut de uitzondering tussen vaak moeilijk handelbare kinderen die in toom moesten worden gehouden. “Ik voelde mij niet eenzaam, maar wel een eenzaat”, liet De Bruyne optekenen. “Doordat ik voetbalde, moest ik natuurlijk voortdurend met andere dingen bezig zijn dan de rest van de leerlingen in het internaat. Soms kwam ik pas na bedtijd binnen, en dan moest ik ook nog eten. Ik zat daar ’s avonds om negen uur of halftien vaak gewoon alleen in de eetzaal.”

Uiteindelijk kwam hij in een gastgezin terecht. Eerst in eentje waarmee het niet klikte, waardoor er wrijvingen ontstonden. “Ik denk dat mijn geslotenheid de grootste reden was waarom mensen het vroeger moeilijk hadden met mij. Maar mensen moeten eerst tonen dat ze het goed met me voor hebben, voor ik ze laat merken wat ik van iets vind”, zei hij daar eerder over.

“Ik bén gesloten, dat is mijn karakter, maar ik maak heel weinig problemen. Ik ga bijna altijd akkoord met alles. Maar ik heb wel een mening en als ik af en toe niet akkoord ga, dan zeg ik het ook rechtuit.” Daarna kwam hij in een warmer gezin terecht en ontbolsterde hij stilaan ook sportief: het eerste elftal lonkte en hij tekende bij Genk zijn eerste profcontract. “Ik denk dat ik toen zelfs nog geen handtekening had, ik heb er gewoon mijn naam onder geschreven”, grijnst De Bruyne in zijn biografie.

Warme momenten

Eenmaal in de eerste ploeg van KRC Genk ging zijn carrière sportief met rasse schreden vooruit, maar kreeg hij ook te kampen met klierkoorts. Op de dag dat hij dat te horen kreeg, overleed in Londen zijn oma, die soms in het stadion of meestal op televisie fanatiek zijn wedstrijden volgde. Op de begrafenis in Londen vonden zijn moeder en hij, die al sinds zijn veertiende uit huis was vertrokken, steun bij elkaar. “De belangrijke momenten in mijn leven, zoals de dood van mijn moeder, zijn eigenlijk ook de momenten waarop ik mijn zoon ‘teruggekregen’ heb.” Dat gold ook toen de relatie met zijn eerste vriendin stukliep. “We voelden ons met elkaar verbonden. Het waren geen leuke gebeurtenissen, maar het werden warme momenten. Daarom denk ik dat er uit alles wat negatief is uiteindelijk iets positiefs kan voortvloeien”, vertelde zijn moeder.

‘Ik bén gesloten, dat is mijn karakter, maar ik maak heel weinig problemen. Ik ga bijna akkoord met alles.’

Aan zijn aanvankelijk moeizame periode bij KRC Genk houdt Kevin De Bruyne dus niet toevallig zijn beste vrienden over, zoals Arne Nilis, de zoon van Luc. ‘The Crew’ noemen ze zich, niet zonder gevoel voor humor. Ook zijn makelaar en inmiddels vriend des huizes, Patrick De Koster, leerde hij in Genk kennen. Met hem reist hij in de vakantie af en toe naar Senegal. “Je komt er in een andere, eenvoudigere wereld terecht”, weet De Bruyne. “Ik bezoek er dan ook wat scholen en ziekenhuizen, en dan merk je het verschil met België wel. Het is aangrijpend om te zien hoe mensen daar leven. Sociale projecten zijn daarom dingen waaraan je mee moet werken als je kunt, vind ik. We nemen ook altijd veel truitjes en voetbalschoenen mee. Alle kleine beetjes helpen om hun een menswaardiger leven te geven en te helpen genieten van voetbal.”

Geld en luxe zijn dan ook niet De Bruynes stokpaardjes. Na zijn eerste doelpunt in de Eerste Klasse met Genk tegen Standard werd hij door zijn ploegmaats meegetrokken naar discotheek Versuz in Hasselt. De hoeveelheid drank die daar werd besteld ter waarde van duizend euro deed hem schrikken. Toen hij bij Genk later een Mercedes van een oudere speler die de club had verlaten mocht overnemen, bleef hij toch maar in zijn Ford Focus rijden. “In Saint-Tropez ging hij met een kameraad en vriendinnen eens naar het mondaine Nikki Beach”, herinnerde Herwig De Bruyne, zijn vader, zich. “Een cola kostte daar maar liefst 26 euro! Dus zijn ze ergens anders iets gaan drinken. Kevin betaalt geen 26 euro voor een cola, ook al kan hij zich dat gemakkelijk permitteren. Hij is genereus, maar hij gaat de centen niet voor niks door het venster gooien.” Ook niet nu hem bij Manchester City door de media een weekloon van 320.000 euro wordt toegedicht. Zijn roots hebben zijn mentaliteit daarvoor te stevig verankerd.

(Dit artikel van Staantribune-redacteur Raoul de Groote verscheen eerder in Staantribune #6, na te bestellen in de webshop)

Chelsea – Manchester City op tv!
Onze partner Ziggo Sport zendt zaterdag vanaf 18.30 uur Chelsea – Manchester City, het duel tussen de oude en huidige club van Kevin De Bruyne, live uit op Ziggo Sport en Ziggo Sport Select. 

Check hier welke duels Ziggo Sport dit weekend nog meer live uitzendt.