Engels international Bert Sproston buigt zich over de theepot naar medespeler Stanley Matthews. De geur van de thee kringelt de neus van Matthews in. De typische Engelse kruidenlucht brengt hem weer even terug in de realiteit. Hij, the Wizard of Dribble, speelt in volle stadions, wordt geadoreerd door het Engelse publiek en heeft in zijn jonge carrière al veel meegemaakt. Maar van wat hij net heeft gezien, moet hij even bijkomen. Terwijl hij kijkt naar alle Duitsers die weer terug het koffiehuis inlopen, fluistert Sproston wat in zijn oor: “I’m just a workin’ lad from Leeds. I know nowt ’bout politics and t’like. All I knows is football. But t’way I see it, yon Hitler fella is an evil little twat.”

Sproston beschrijft het gevoel wat alle spelers hebben die dag. Het nationale elftal van Engeland is in Berlijn neergestreken voor de eerste van drie wedstrijden op het Europese vasteland. Ze komen in een stad die Matthews beschrijft als “een van mooie gebouwen en architectuur in een sfeer van dreiging en verbod waar humor niet op de prioriteitenlijst stond”. Van het bruisende Berlijn, dat de culturele hoofdstad van Europa was in de jaren twintig, is in 1938 niets meer over.

Overal hangen beeltenissen van Hitler en zijn nazipartij. Posters van de Führer worden in het straatbeeld afgewisseld met wapperende hakenkruisvlaggen. Het is voor de meeste Engelsen de eerste kennismaking met een fascistisch regime. Het beklemt Matthews en zijn teamgenoten. Maar ondanks dat willen ze even de benen strekken, na de lange treinreis vanuit Londen dwars door Europa.

Matthews en Sproston zoeken een klein cafeetje op om wat thee te drinken. De pot is nog maar net op tafel gezet als er een golf van energie door de ruimte trekt. De Duitsers in het tentje sprinten naar buiten of drukken hun neus tegen de vitrage. Matthews houdt het vanuit de hoek van het café nauwlettend in de gaten. Op straat klinkt geschreeuw, niet van woede, maar eerder van blijdschap en euforie. Dit komt tot een hoogtepunt als een escorte van motoren en auto’s door de straat trekt. Hitler passeert het café. De rechterhanden van de Duitsers rijzen omhoog.

Anschluss
Wat het befaamde Wunderteam in 1934 heeft nagelaten, moeten Hans Pesser en zijn teamgenoten vier jaar later gaan doen: wereldkampioen worden. Oostenrijk blinkt niet meer zo uit als in het begin van de jaren dertig, maar met een combinatie van ervaring en nieuw bloed zijn ze een outsider voor de wereldbeker in Frankrijk.

Zover komt het niet voor Pesser en zijn medespelers. Duitsland annexeert Oostenrijk en de talenten van de Weense school spelen voortaan in het shirt van die Mannschaft. De Anschluss van Oostenrijk is krap drie maanden voor het WK en om een team te smeden moeten de Duitsers snel handelen. Maar liefst 36 spelers roept de Duitse bondscoach Sepp Herberger – dezelfde coach die in 1954 wereldkampioen werd – op, van wie dertien uit de nieuwe provincie Ostmark (Oostenrijk).

‘Deutschland über alles’
Op zondag 15 mei 1938 neemt een team met louter Oostenrijkse spelers het in een oefenwedstrijd op tegen het net gepromoveerde Aston Villa. De dag ervoor is echter de hoofdmaaltijd van het weekend: Duitsland – Engeland, de laatste officiële oefenwedstrijd van het Derde Rijk in aanloop naar het WK. Het is de laatste wedstrijd dat Oostenrijk en Duitsland als twee aparte teams opereren. Herberger besluit anders. De jonge verdediger Jakob Streitle van Bayern München wordt geruild voor aanvaller Pesser, waarschijnlijk uit tactisch oogpunt. Hiermee is Pesser de eerste voormalig Oostenrijkse international die voor Duitsland uitkomt.

Pesser en Matthews staan met gemengde gevoelens op het veld als het Duitse volkslied klinkt. Pesser heeft een shirt aan dat niet het zijne is. Hij zou een van de Duitse voetballers zijn die drie weken later al in de eerste ronde het WK moeten verlaten na een smadelijke nederlaag over twee wedstrijden tegen Zwitserland. Nu staat hij op het veld omringd door meer dan honderdduizend toeschouwers. De eretribune is ook goed gevuld. De Führer is afwezig, maar met Rudolf Hess, Hermann Göring, en Joseph Goebbels zijn de nazikopstukken goed vertegenwoordigd. Pesser kan niet meer terug. Hij heft zijn arm ter ere van Hitler.

Hans Pesser rond 1940

Matthews hoort eveneens het volkslied. Het Deutschland über alles, über alles in die Welt komt als een goed geoefende samenzang van de tribunes af. Nu moet hij doen wat ze met al die hotemetoten hadden afgesproken. Woedend was hij toen hij hoorde wat het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de spelers wilde opdragen. Hij en zijn teamgenoten weigerden dan ook toen ze de vraag de eerste keer kregen voorgelegd. Een beetje de arm strekken voor die evil little twat.

Volkslied
Het brengen van de Hitlergroet is bedoeld om de toch al gespannen situatie tussen Engeland en Duitsland niet nog verder te laten escaleren. Stanley Rous, toenmalig FA-secretaris en later FIFA-voorzitter, bracht namens de bobo’s de boodschap over aan het Engelse team. Aanvoerder Eddie Hapgood – die eerder al zei dat Hitler op zijn ex leek, maar dat zij een vollere snor had – zei “dat ze de Hitlergroet konden steken in een plaats waar de zon niet scheen.”

Matthews zucht nog een keer. Het is de Engelse ambassadeur in Berlijn die hen toch zover heeft gekregen. En terwijl Über alles in die Welt door het Olympisch Stadion van Berlijn schalt, strekken ook de Engelsen hun rechterarmen. Dan maar sportieve wraak, denkt Matthews. Negentig minuten later heeft hij die. De Engelsen winnen met 3-6. Pesser en Matthews scoren beiden een doelpunt.

Dit verhaal verscheen eerder in Staantribune 12, dat geheel in het teken stond van Engeland.