Het is nu niet meer voor te stellen, maar ooit kende Dordrecht maar liefst drie profclubs. Behalve DFC, het huidige FC Dordrecht, en Emma was ook Eendracht Brengt Ons Hooger (EBOH) actief in het betaald voetbal. Zoals veel verenigingen kon EBOH het hoofd al snel niet meer boven water houden. De club keerde in 1962 vrijwillig terug naar de amateurs na het slechtste seizoen dat ooit in het Nederlandse profvoetbal is gespeeld.

Het voetballandschap in Nederland anno 1955 laat zich op geen enkele manier vergelijken met het betaald voetbal zoals we het nu kennen. Maar liefst tachtig clubs speelden 62 jaar geleden nog profvoetbal, waaronder EBOH. De Dordtenaren vestigden in het seizoen 1961-1962 een record dat nog steeds in de boeken staat: het minste aantal punten ooit behaald in één seizoen.


Suikeroom Piet Vermaat
Acht jaar eerder zag EBOH wel heil in het betaald voetbal. Het ging de club in de amateurtijd sportief voor de wind. Dat is vooral te danken aan Richard Dombi. De Hongaar bezorgde Feyenoord in de jaren dertig twee keer de landstitel, maar boekte met EBOH maar liefst vier kampioenschappen. In 1954, wanneer het betaald voetbal wordt ingevoerd, speelt de club op het hoogste niveau, in de eerste klasse.

De overstap lijkt zodoende logisch. Het stadsbestuur van Dordrecht ziet de bui echter al hangen en roept DFC, Emma en EBOH op om de mogelijkheden van een fusie te bespreken. “Het chique DFC haalde zijn neus op voor de andere twee clubs. ‘Elf Boeren Op Hol’, noemden ze ons. Zij waren véél te deftig om zich met ons in te laten”, vertelt clubarchivaris Cock Holster wat cynisch.

Elke club gaat dus zijn eigen weg. EBOH heeft ‘suikeroom’ Piet Vermaat (eigenaar van een drukkerij en zaadhandel), die al in de amateurtijd spelers betaalde en dat aanvankelijk vrolijk zou blijven doen na 1954. “Als we flink uithaalden, kregen we een paar tientjes. De betalingen waren voor sommige jongens een enorme stimulans”, weet oud-speler Arie Hegemans zich te herinneren.

Zijn voormalig ploeggenoot Bas Hijbeek vult aan: “Sommige jongens kregen meer betaald dan anderen. Ik herinner me nog Frits Wouters, een talentvolle rechtsbuiten uit Rotterdam. Die was niet op zijn mondje gevallen. Zijn wasmachine was eens kapot en hij ging klagen bij Vermaat. Dezelfde week nog stond er een nieuwe.”

Het eerste seizoen in het betaald voetbal is direct het meest memorabele. EBOH treft in de eerste klasse C onder meer Rapid JC, Alkmaar, Vitesse, Feyenoord en PSV. “Elke week volle bak en thuis verloren we die jaargang maar één keer”, aldus Holster. “Het was een prachtseizoen, met een gelijkspel tegen PSV, maar het hoogtepunt was de dubbele winst – uit en thuis – tegen Feyenoord. Beide keren 1-0.”

Met een vijfde plaats in de eerste klasse C kwalificeert EBOH zich voor de hoofdklasse (ere-, eerste en tweede divisies worden pas in 1957 ingevoerd), maar dat wordt geen succes. De club eindigt als achttiende en laatste in de hoofdklasse A. Spaarzame hoogtepunten zijn gelijke spelen tegen Fortuna ’54 en Ajax. In de eerste divisie B gaat het een seizoen later nauwelijks beter. De zestiende plek betekent degradatie naar de tweede divisie.

Bovendien is stadgenoot DFC beide keren te sterk in de onderlinge ontmoetingen. “Maar die derby’s waren wel duels waar iedereen naar uitkeek”, stelt Hegemans. “Er kwamen vele duizenden bezoekers op die wedstrijden af, terwijl we met moeite tweeduizend toeschouwers wisten te trekken voor onze overige wedstrijden. DFC werd door echte EBOH’ers gehaat, maar de meeste Dordtenaren gingen er wel kijken.”

Piet Vermaat trekt zich in 1957 terug uit het betaald voetbal. Het is een klap die EBOH eigenlijk nooit te boven komt, al keert de club nog één keer terug in de eerste divisie. Na een tweede plaats in de tweede divisie A mag EBOH in 1960 een beslissingswedstrijd spelen tegen Roda Sport om een plek in de eerste divisie. Die wordt met 2-1 gewonnen. “Na jaren van slechte resultaten, weinig publiek en jaloezie om de successen van DFC, was die promotie precies wat we nodig hadden”, kijkt Hegemans terug.

Negatief record
Maar wat EBOH écht nodig heeft, is geld. “En dat was er onvoldoende om een elftal samen te stellen waarmee we in de eerste divisie een rol van betekenis konden spelen”, erkent Holster. “Ondanks een paar zware nederlagen ging het in het eerste seizoen in de eerste divisie nog net goed, maar het tweede seizoen verliep rampzalig.” De cijfers spreken voor zich. EBOH verlaat in 1962 het betaald voetbal na een rampseizoen waarin de ploeg slechts één keer wint en drie keer gelijkspeelt. De overige dertig wedstrijden gaan allemaal verloren. Het doelsaldo is 29 voor en 131 tegen. Nog altijd een record in het betaalde voetbal.

Op 27 mei 1962 speelt EBOH de laatste wedstrijd in het profvoetbal. Hermes DSV wint met 1-6 aan de Zuidendijk. Het is niet de grootste thuisnederlaag, want eerder winnen Elinkwijk (2-8), NOAD (2-9) en Heracles (0-8) met ruime cijfers in Dordrecht. Holster: “Op de laatste wedstrijden kwamen nog geen 500 man af. Het was goed dat ze zijn vrijwillig zijn teruggegaan, maar ik ben blij dat ze ervoor gekozen hebben om in 1954 de gok te wagen. De mooie momenten wegen makkelijk op tegen de zure herinnering.”

Vrijwillig terug
EBOH is één van de veertien profclubs die tussen 1955 en 1969 vrijwillig terugkeren naar de amateurs. De andere zijn: Brabantia (Eindhoven, 1955), TOP (Oss, 1957), Emma (Dordrecht, 1958), Oosterparkers (Groningen, 1959), DOSKO (Bergen op Zoom, 1959), Rigtersbleek (Enschede, 1961), EBOH en VV Helmond (1962), Oldenzaal (1963), Be Quick (Groningen, 1964), LONGA (Tilburg, 1965), Tubantia (Hengelo, 1967), FC Hilversum (1968) en Zwolsche Boys (Zwolle, 1969).

Martijn Schwillens