De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: AD-journalist Minne Groenstege.

Als de Società Sportiva Calcio Napoli in mei voor het eerst sinds 1990 weer kampioen van Italië zal worden, kan Dries Mertens zich opmaken voor een gigantisch volksfeest en een verder leven vol adoratie door hartstochtelijke Napolitanen. Niemand in Napels zal ooit groter worden dan Diego Armando Maradona, maar Mertens komt aardig in de buurt. Negen jaar geleden dribbelde Mertens nog gewoon vrolijk rond op Sportpark Berg & Bos in Apeldoorn.

Veel voetballers zijn tegenwoordig al rond hun twintigste op de toppen van hun kunnen. Ze kiezen voor het snelle geld en moeten dat meestal al snel duur bekopen. Dries Mertens niet, hij pakte het anders aan. Hij speelde op zijn 22ste nog voor zo’n drieduizend toeschouwers op Sportpark Berg & Bos, toen AGOVV nog betaald voetbal speelde. De hoge bazen bij Anderlecht en AA Gent zagen het niet in hem zitten: te klein, weg ermee. Mertens trok op zijn negentiende naar Apeldoorn en keek nooit meer achterom.

 

No place I’d rather be…💙 #scusanonscusa #napolitiamo

Een bericht gedeeld door Dries Mertens (@driesmertens) op

Hans van de Haar speelde in het seizoen 2008-2009 bij AGOVV. Als ervaren spits werd hij vanaf de flanken bediend door twee talentvolle Belgen, Nacer Chadli en Dries Mertens. Van de Haar denkt met plezier terug aan die tijd. “We hadden bij AGOVV een goede mix van ervaring en talent. De trainers John van den Brom, Marco Heering en Peter van Vossen waren de hele dag met die jonge gasten aan de slag. Dries was altijd bezig om zijn zwakke punten te verbeteren. Ik ben bijvoorbeeld veel met hem aan de slag geweest met koppen. Hij is natuurlijk niet de langste, maar heeft wel sprongkracht en een geweldig gevoel voor tijd en ruimte. Hij vond het heerlijk om te trainen en te spelen, een echte liefhebber.”

Van de Haar liep in die periode al stage bij FC Utrecht voor zijn trainerscursus. Keer op keer liet hij daar de namen van zijn behendige teamgenoten op de flanken vallen. Chadli werd door de scouts afgetest, Mertens maakte na drie succesvolle seizoenen bij AGOVV wel de overstap naar de Domstad. “Het is mooi dat Utrecht mijn advies volgde, maar Dries heeft niets aan mij te danken. Hij heeft alles op eigen kracht gedaan, door hard te trainen en altijd plezier te blijven houden in het spelletje. Zijn constante glimlach maakt hem zo populair in Italië.”

Na twee seizoenen bij FC Utrecht en twee jaar bij PSV maakte Mertens in de zomer van 2013 voor 9,5 miljoen euro de overstap naar Napoli. Ook daar bleef de dribbelaar uit de Belgische studentenstad Leuven zich constant ontwikkelen. Wat meespeelt in zijn populariteit, is dat Mertens een echte Napolitaan is geworden. Ciro noemen de supporters hem, het Napolitaanse equivalent voor standaardnamen als Tim of Lars. Napels heeft vanwege de altijd en overal aanwezige Camorra een slechte naam, maar Mertens geniet van de mooie kanten van de stad: de zee, het weer, de warmte van de mensen. Die constante adoratie werd zijn jeugdliefde Kat Kerkhofs vorig jaar iets te veel. Ze keerde een tijdje terug naar Leuven, maar Kat is nu weer terug in Napels.

De carrière van Mertens bij Napoli kan worden verdeeld in twee periodes. De eerste drie seizoenen stond hij op linksbuiten, waar hij moest concurreren met Lorenzo Insigne. In oktober 2016, na de zware kruisbandblessure van miljoenenaankoop Arek Milik (de opvolger van Gonzalo Higuaín) zag trainer Maurizio Sarri iets in Mertens wat nog nooit een trainer in hem zag: een centrumspits. Het bleek een gouden zet. Sindsdien scoorde Mertens vijftig keer in zeventig wedstrijden. Vorig seizoen werd Mertens met 28 treffers zelfs bijna topscorer van de Serie A, dit seizoen telt alleen nog de titel. Afgelopen zomer kon Mertens zelfs naar FC Barcelona, maar hij bleef Napoli trouw. Zonder scudetto wil hij geen afscheid nemen.

In januari 2017 was ik een week in Napels, te gast bij de familie Juliano in de chique wijk Posillipo, waar Mertens ook woonde voor zijn verhuizing naar het centrum. Antonio Juliano (75) is een grootheid in Napels. Hij speelde 505 duels voor Napoli, werd Europees kampioen en speelde de WK-finale van 1970 met Italië tegen Brazilië (4-1 verlies). Na zijn spelersloopbaan werd hij technisch directeur bij Napoli. Hij haalde Ruud Krol (1980) en Diego Maradona (1984) naar Napoli, waar hij nog wekelijks voor wordt bedankt. Juliano komt nauwelijks meer in Stadio San Paolo. Te druk met handjes geven en oude verhalen vertellen. Hij kijkt liever rustig thuis op televisie. Daar geniet hij al vijf seizoenen wekelijks van de dribbels en doelpunten van Mertens, zijn favoriete speler. ‘Fuoriclasse’ omschreef hij de kleine Belg toen ik hem vroeg waarom. Buitencategorie.

Mertens wordt in Napels al jaren overladen met complimenten en liefdesverklaringen. Zelfs Maradona liet al eens weten groot fan te zijn. Een mooier compliment kun je niet krijgen, maar voor Mertens geldt de komende maanden maar één ding: de grote rivaal Juventus aftroeven in de strijd om de scudetto. Als hij Napoli naar de derde landstitel in de clubhistorie kan leiden, dan is Mertens met zijn 1,70 meter echt een hele grote. De supporters van het vervlogen AGOVV zullen nog wel eens met weemoed terugdenken aan die kleine Belg.

Minne Groenstege

 

Een bericht gedeeld door Minne (@minneg) op