Sparta bestaat vandaag 129 jaar! In Staantribune #8 staat een uitgebreid interview met Jules Deelder, de bekendste supporter van de Rotterdammers. Een voorproefje:

Net als bij veel vriendjes werd het voetbalvirus door zijn vader op de jonge Jules overgedragen. Al op zijn vierde werd hij naar het stadion meegenomen. In zijn geval Het Kasteel, thuishaven van het elitaire Sparta in de Rotterdamse wijk Spangen. “Als je jong bent, ben je op je gevoeligst voor helden. En ja: Rinus Terlouw, dát was de held mijner jeugdjaren. Daar ging je voor op de vuist. Als ze ‘Rien’ laf durfden te noemen, hoe groot ze ook waren: ik ging d’r meteen in. Wij gingen niet alleen naar Spangen, maar ook naar uitwedstrijden. Daar maakten we dan een dagje uit van. ‘Dan heb je tenminste een doel…’ Ik hoor het mijn moeder nog zeggen! VVV-uit was heel normaal. Mijn vader werkte als rayonvertegenwoordiger in de vleeswaren in Zuid-Holland. Door de week in dienst van de baas, maar in het weekend van het gezin. Mijn vader, moeder, zus en ik naar Sparta, uit en thuis, in de auto van de zaak. Geluk was toen nog heel gewoon.”


Overvleugeld
Sparta maakte zich in een uitermate vroeg stadium meester van Jules’ DNA. “Mijn vader was voor de oorlog in 1937 al lid van Sparta. Ik heb nog een foto van hem, compleet met Sparta-speldje. Moest eerst wel even goed kijken dat het geen NSB-speldje was, maar nee: het was er écht een van Sparta, toen de club van Rotterdam. Daarna kwamen die up-starts van Feyenoord uit Rotterdam-Zuid die ons hebben overvleugeld. En ja, dat zet kwaad bloed. Vroeger was de rivaliteit in het voetbal tussen Sparta en Feyenoord groter dan tussen Feyenoord en Ajax vandaag de dag. Je moest in het seizoen wel eens tegen Ajax spelen, maar die wedstrijden tegen Feyenoord waren de belangrijkste van allemaal. En wat ben ik blij dat die nu weer terug zijn na het kampioenschap in de eerste divisie.”

Er zijn maar weinig stadions die een markantere naam dragen dan dat van de Spartanen, die hun thuishaven al meer dan honderd jaar Het Kasteel mogen noemen. Na zijn vuurdoop in 1948 heeft Deelder praktisch geen wedstrijd overgeslagen. “Met mijn vader zaten we op de Kasteeltribune, in het verlengde van het veld. Dáár zaten de leden van Sparta. Later verhuisde ik naar de Jongenstribune. Kosten? Twee kwartjes voor de toegang en drie cent voor het pontje bij de Aelbrechtskade om over te varen. Dat pontje, sjonge jonge. Die gozer stond zich de pleuris te trekken met zo’n klos aan zo’n kabel, en dat pontje hing helemaal scheef op dat water! Gingen toch echt wel vijftig man op en die gozer maar trekken. Kolere! Wat mooi, man. Ik heb wat meegemaakt op dat Spangen.”

Lees het hele interview met Jules Deelder over zijn liefde voor Sparta en Het Kasteel in Staantribune nummer 8, na te bestellen in de webshop.
mockup_cover_nr08